‘Het is een wonder dat de Paus ons heeft uitverkoren’

Miracolo Dit voorjaar nam Franciscus 12 Syrische vluchtelingen mee naar Rome. Het gaat ze goed.

In april van dit jaar bezocht paus Franciscus het vluchtelingenkamp Moira op het Griekse eiland Lesbos. Foto Filippo Monteforte/AP
Foto Marc Leijendekker

Nour Essa met haar zoontje Riad. Foto Marc Leijendekker

Wafaa Eid en Nour Essa zeggen dat ze die warme vrijdagavond een half jaar geleden nooit zullen vergeten. Ze hadden twee maanden daarvoor in dezelfde rubberboot van Turkije naar het Griekse eiland Lesbos gezeten, samen met hun echtgenoten en kinderen en een aantal andere Syrische vluchtelingen, en waren in een opvangkamp terechtgekomen. En ineens was er die mevrouw van de Italiaanse hulporganisatie Sant’Egidio die zei dat ze de volgende dag met paus Franciscus mee zouden mogen naar Italië. Wel snel besluiten en spullen pakken graag.

„Ik was verbaasd en gelukkig tegelijk”, vertelt Essa. Ze mochten tegen niemand iets zeggen en moesten de volgende ochtend om zeven uur weg richting vliegveld, nog voor de paus zou landen voor zijn ééndagsbezoek. Essa:

„Ik heb de nacht niet geslapen.”

Eid herinnert zich dat ze veel moeite moest doen om haar man Osama over te halen. „Ik ben erg blij dat we het hebben gedaan. We zijn eind vorig jaar gevlucht uit Damascus toen alle mannen van tussen de twintig en veertig te horen kregen dat ze in dienst moesten. Osama wilde dat niet. Wij staan niet aan de kant van [president] Assad, maar ook niet aan de kant van het verzet. We hebben veel problemen gehad onderweg. Nu kunnen we in vrede leven.”

Eid en Essa doen hun verhaal in een schooltje in de Romeinse wijk Trastevere waar vrijwilligers van Sant’Egidio Italiaanse les geven aan buitenlanders. De paus nam na zijn bezoek aan Lesbos op 16 april drie Syrische gezinnen mee terug in het vliegtuig: zes volwassenen, zes kinderen, allen moslims. Twee maanden later kwamen er nog eens negen Syrische vluchtelingen als gasten van het Vaticaan naar Rome, ook overwegend moslims. „Ik heb niet gekozen, het zijn allemaal kinderen van God”, zei Franciscus toen. Hij wilde een voorbeeld stellen aan andere landen, om ruimhartig mensen op te nemen.

„Op 11 augustus hebben we alle 21 met de paus geluncht’’, vertelt Essa.

„Hij heeft ons toen bedankt voor het vertrouwen, dat we zo snel ‘ja’ hebben gezegd terwijl we eigenlijk niet goed begrepen wat er zou gebeuren.”

Micarolo

Opgetogen, vaak lachend, vertellen de twee vrouwen hoe het ze is vergaan. Essa („moslim, niet erg praktizerend”), microbiologe, schakelend tussen het Frans dat ze in twee jaar Montpellier heeft geleerd en het Italiaans dat ze direct na aankomst in Rome is gaan leren. Eid (praktizerend moslim), huisvrouw, pratend in het Arabisch – Essa speelt voor vertaler. Maar miracolo rolt er elke keer weer moeiteloos uit bij Eid: „Het is een wonder dat ze ons hebben gekozen. Uit zo veel mensen.

Dat ze gasten van de paus zijn, betekent in de praktijk dat het Vaticaan de kosten voor hun opvang betaalt en dat Sant’Egidio hen op veel manieren bijstaat – in het Vaticaan zelf hebben ze niet gslapen. De eerste weken zaten ze in een opvangcentrum van Sant’Egidio, dat met eigen fondsen enkele honderden vluchtelingen naar Italië heeft gehaald. Sinds een kleine twee maanden woont Essa met haar man en zoontje van twee in een klein appartement in het centrum, dat door Italiaanse particulieren is aangeboden. Eid heeft met haar man en twee kinderen onderdak gevonden in een woninkje dat wordt beheerd door een religieuze orde.

Foto Marc Leijendekker

Nour Essa (l) met haar zoontje en Wafaa Eid. Foto Marc Leijendekker

Alle drie gezinnen die meteen met de paus mee terugvlogen, hebben intussen politiek asiel gekregen. De procedure ging snel, want in de nacht voor hun vertrek van Lesbos waren al de eerste controles gedaan. De asielaanvragen van de negen Syriërs die in juni kwamen, lopen nog.

Hun kinderen gaan naar school, hun mannen vonden werk; erg tijdelijk, maar toch. „Nu ik nog”, zegt microbiologe Nour Essa. „Ik realiseer me dat het niet makkelijk zal zijn. Eerst maar eens goed de taal leren.” Essa en Eid, die nog geen andere taal sprak toen ze in Rome kwam, zijn blij dat ze meteen vanaf de tweede dag naar de taallessen zijn gegaan. „In Duitsland kan dat pas als je een verblijfsvergunning hebt”, zegt Essa. „Maar we krijgen de kans hier een nieuw leven op te bouwen. Daarvoor moeten we allereerst goed Italiaans leren spreken.”

Toekomst

Ze zijn dan wel officieel ‘gasten van de paus’, maar in veel opzichten stuiten ze op dezelfde problemen als andere vluchtelingen. Essa woonde in een huis met drie slaapkamers en een tuin; ze wonen nu met zijn drieën op één kamer. Met een werkloosheid van meer dan 12 procent is het voor niemand makkelijk werk te vinden; Essa’s man Hassan, landschapsarchitect, heeft nu voor een maand werk, maar voor daarna is niets zeker.

Hoe het is om als moslim in zo’n katholiek land als Italië te wonen? Ze wuift de vraag weg.

„Geen enkel probleem. Uiteindelijk gaat het bij alle godsdiensten om hetzelfde: liefde, respect, streven naar vrede. En iedere religie zou iemand als de paus moeten hebben.”

Alleen op de vraag hoe ze de toekomst zien, verdwijnt de lach even van haar gezicht. „We moeten eigenlijk weer bij nul beginnen.” Dan wijst ze op haar zoontje van twee, Riad, die tijdens het gesprek rondscharrelt en met ‘andiamo, andiamo’ laat horen dat hij al een paar maanden op een Italiaans peuterschooltje zit. „Maar hier zijn we in ieder geval veilig.”