Verliezen? Nee, daar rekent Asscher niet op

Profiel Lodewijk Asscher

Wat krijgt de PvdA als de leden Asscher als lijsttrekker kiezen? Hij kan vriendelijk én hard zijn, maar heeft ook „mooie praatjes”. Zelf ziet hij „een kans voor een linksere koers”.

Hij denkt dat hij gaat winnen. Maandag presenteerde Foto’s Olivier Middendorp

Wie Lodewijk Asscher (42) niet héél goed kent, noemt hem al snel „aimabel”. De PvdA-vicepremier kan op een beleefde, licht afstandelijke manier vriendelijk zijn. Wie hem meemaakt in debatten in de Tweede Kamer, weet dat hij ook scherp is en héél handig in het omdraaien van kritiek van tegenstanders, waardoor die ineens zelf in een hoek staan. VVD-ministers kennen hem als een harde, superslimme en vooral koppige onderhandelaar als er problemen moeten worden opgelost in de coalitie.

En wie hem echt goed kent, zegt dat Asscher altijd met van alles rekening houdt, maar niet met verliezen. Dat hij nu meedoet aan de lijsttrekkersverkiezing in zijn partij, zou betekenen dat Asscher zelf denkt dat hij zal winnen.

In het Calvijn College in Amsterdam-West, waar Asscher zichzelf op maandagavond presenteerde als kandidaat-lijsttrekker, zei hij dat hij zal winnen omdat hij „sociale strijdbaarheid” te bieden heeft. Fractievoorzitter Diederik Samsom, ook kandidaat-lijsttrekker, zou het zomaar op dezelfde manier gezegd kunnen hebben.

Asscher zei ook dat de VVD een land wil waarin „iedereen het maar alleen moet rooien”. Hij had het over „de liberale leugen dat hyperflexibiliteit goed is voor mens en economie”. Maar daardoor zullen PvdA’ers bij Asscher niet ineens minder gaan denken aan de samenwerking in Rutte II met de VVD. Zoals ze daar ook aan denken bij Samsom.

Op Samsoms Facebookpagina stond op maandagavond: „Mooi om te zien dat Lodewijk en ik hetzelfde willen voor Nederland.”

Als het aan de PvdA-leden in Groningen zou liggen, is de kans dat het Asscher lukt niet heel groot. Op een donderdagavond, eerder deze maand, is Asscher de hoofdgast op hun algemene ledenvergadering en natuurlijk klappen ze als hij zijn eigen successen opnoemt, als minister van Sociale Zaken. Schoonmaker Youssouf kan weer vaker met zijn gezin eten nu de schoonmakers van alle ministeries in vaste dienst zijn genomen en hij niet steeds van de ene naar de andere locatie wordt gestuurd. Het uitzendbureau ‘bv Zloty’ krijgt nu forse boetes als er nog eens medewerkers uit Oost-Europa worden uitgebuit.

En van vrachtwagenchauffeurs kreeg Asscher juist die ochtend dankbare berichtjes, omdat de Tweede Kamer ervoor is dat de ‘Wet aanpak schijnconstructies’ ook voor hen gaat gelden en zij dus beter worden beschermd tegen oneerlijke concurrentie.

‘Geen linkse vechter’

Asscher zegt ook nog dat hij in Brussel voor „xenofoob” was uitgemaakt, omdat hij had gewaarschuwd (‘code oranje’) voor de negatieve gevolgen van het vrije verkeer van werknemers in Europa.

„Mooie praatjes”, zegt Valentijn Tilder (20), student rechten en secretaris van de Jonge Socialisten in Groningen, na Asschers optreden. Híj had willen horen dat de PvdA niet meer wil samenwerken met de VVD en dat Rutte II géén succes was. Valentijn Tilder zag, zegt hij, een „bestuurder” staan. Geen linkse vechter.

In de zaal was er niemand die wilde weten of Asscher mee zou doen aan de lijsttrekkersverkiezing.

Asscher geldt al heel lang als misschien-wel-de-volgende-partijleider. En misschien is het waar dat hij daar vier jaar geleden, toen hij zijn wethouderschap in Amsterdam opgaf om minister te worden, nog echt niet aan moest denken – zoals hij steeds zei. Maar bij de verdeling van de klussen op zijn ministerie, met partijgenoot Jetta Klijnsma als staatssecretaris, kon iedereen meteen al voorspellen wie er beschadigd uit zou komen en wie daar veel minder kans op had.

Klijnsma kreeg de pensioenen en voerde enorme bezuinigingen uit op de bijstand en het werk voor gehandicapten. Asschers taak werd: flexibel werk minder onzeker maken, ontslag eerlijker laten zijn maar niet per se eenvoudiger, de oneerlijke concurrentie tegengaan, vooral in de bouw en het transport, van Oost-Europese werknemers.

Het lijkt er nog niet op dat Asschers flex- en ontslagwet werkt: er komen meer flexibele banen bij dan vaste. Volgens Asscher zelf is het nog te vroeg om er al iets definitiefs over te zeggen.

Asscher zal net zo min als Samsom gaan zeggen dat de coalitie met de VVD een vergissing was van de sociaal-democraten. Zijn verhaal daarover is: „Het was in 2012, door de economische crisis, pompen of verzuipen. En nu ligt er een kans voor een veel linksere koers.”

Asscher, zeggen ze bij de SP, ziet meer in samenwerking met andere linkse partijen dan Samsom. Onder Samsoms leiding is volgens SP-leider Emile Roemer „de deur bij de PvdA dichtgegaan”. Om zich te onderscheiden van Samsom kan nu juist die linkse samenwerking een belangrijk deel van Asschers verhaal worden. Op het Calvijn College zei Asscher op maandagavond: „Links staat er niet frisjes bij. Ik denk dat we nog nooit zo laag hebben gestaan als nu.” We.

Vijf uur is vijf uur

Op de PvdA-avond in Groningen was Asscher opgewekt, maar lang niet zo ontspannen als de uren daarvoor: in een collegezaal om op een studentencongres te praten over robotisering. Asscher houdt niet van partijbijeenkomsten, hij blijft meestal kort op PvdA-congressen. Op zaterdag is hij liever bij de sportwedstrijden of zwemlessen van zijn kinderen.

Op het Calvijn College zegt Asscher dat hij als kandidaat-lijsttrekker ook „gewoon naar de afdelingen” zal gaan. Maar dat „iedereen zijn eigen stijl” heeft. Híj zal blijven doen wat hij als minister doet: bij organisaties langsgaan, met vluchtelingen praten, scholen bezoeken.

Vorige week maandag was hij op zo’n werkbezoek in Leiden: Syrische vluchtelingen krijgen daar les in ‘Nederlandse waarden’, onderdeel van hun inburgering. Asscher zou er om half vier zijn en om vijf uur vertrekken, maar hij komt pas tegen vier uur. Hij luistert naar de vluchtelingen, stelt vragen, deelt complimenten uit aan mannen die zeggen dat je moet „bijdragen aan de samenleving” als je wilt dat Nederland gastvrij blijft.

Voor het tweede onderdeel zitten vooral de cursusbegeleiders zelf aan tafel, de projectleider is voor Asscher teruggekomen van vakantie, er zijn twee wethouders. Het is al bijna half vijf en de coördinator van de lessen, een vriendelijke man met een zachte stem, vraagt: „Even voor de zekerheid: is vijf uur echt vijf uur?”

Een ongeduldige Asscher is ineens helemaal geen aimabele Asscher. Hij zegt: „Vijf uur is vijf uur. Wat dacht jij dan dat ik zou zeggen? Vijf uur is zes uur?”

Het wordt toch tien over vijf.