Trudeau, de anti-Trump, verdedigt westerse waarden

Eén jaar aan de macht Canada heeft sinds een jaar Justin Trudeau als premier. Hoe doet hij het?

Het is een goede gewoonte voor Canadese premiers om zich afzijdig te houden tijdens verkiezingscampagnes in de Verenigde Staten. Toch nam Justin Trudeau vorige week afstand van de vulgaire uitspraken over vrouwen van de Republikeinse presidentskandidaat Donald Trump uit 2005.

„Als feminist, als iemand die altijd op een duidelijke en sterke manier stelling neemt tegen seksuele intimidatie, tegen geweld tegen vrouwen, is het denk ik niet nodig dat ik verder commentaar geef”, zei de 44-jarige premier tijdens een persconferentie in Ottawa.

Sinds de jeugdige Trudeau precies een jaar geleden werd gekozen tot premier van Canada, heeft hij zich ontwikkeld tot een internationaal bekende vaandeldrager van liberale en progressieve waarden. Trudeau, wellicht ’s werelds meest in het oog springende anti-Trump, predikt tomeloze openheid en tolerantie.

Met uitzondering van de vertrekkende president Obama is „Trudeau op dit moment zo ongeveer de enige progressieve, internationalistische leider, pro-immigratie, pro-globalisering, zeker in de G8”, zegt John Ibbitson, columnist van dagblad The Globe and Mail. „En hij is toevallig ook nog een rockster.”

Terwijl vele Europeanen hun heil zoeken bij anti-immigratiepartijen, terwijl Britten de Europese Unie de rug toekeren, en terwijl Trump het bijna tot president heeft geschopt met grove beledigingen aan het adres van minderheden, heeft Canada zich achter een leider geschaard die dergelijke reflexen resoluut verwerpt.

Openheid en vrijhandel

Dat plaatst het land in een unieke positie, zegt Roland Paris, hoogleraar internationale betrekkingen aan de Universiteit van Ottawa. „Wat we nu zien is dat Canada luidkeels de verdediging voert van liberale waarden als openheid en vrijhandel,” zegt Paris, die persoonlijk betrokken was bij de formulering van het buitenlands beleid van Trudeau. „Dat staat in contrast tot andere landen, die zwichten voor de verleiding van vreemdelingenhaat en protectionisme.”

Hoe kan dat? Waarom gaat Canada onder Trudeau zo nadrukkelijk in tegen de wereldwijde rechtspopulistische stroom?

Waarnemers wijzen op de Canadese immigratietraditie als de hoeksteen van de tolerantie van de bevolking. Immigratie wordt vrij algemeen gezien als iets positiefs. Er bestaat consensus over de noodzaak nieuwkomers toe te laten. De afgelopen 25 jaar zijn jaarlijks 250.000 tot 300.000 immigranten aangekomen, oftewel elk jaar bijna 1 procent van de bevolking. Daarbij gaat het om mensen uit alle delen van de wereld, wegens het puntenstelsel vaak met goede papieren. Als gevolg hiervan zijn vooral de grote Canadese steden de afgelopen decennia omgevormd tot multiculturele migratiemagneten. In de metropool Toronto, een stad van bijna 5 miljoen inwoners, is meer dan de helft van de bevolking buiten Canada geboren.

En dat gaat goed, zegt Ibbitson.

„Onze steden floreren, ze zijn multicultureel, multi-etnisch en multigetalenteerd. We zien nauwelijks misdaad, sociale onrust of vorming van getto’s. We merken dat immigratie voor ons werkt.”

Justin Trudeau groeide op in dat multiculturele Canada. Sterker nog: zijn vader, Pierre Trudeau, premier van 1968 tot 1984, voerde het officiële multiculturalismebeleid in dat eraan ten grondslag ligt. Het houdt in dat Canadezen hun culturele en religieuze gebruiken kunnen handhaven binnen de grenzen van de wet. In tegenstelling tot de Amerikaanse smeltkroes, beschouwt Canada zichzelf als een mozaïek.

Veel Canadezen van jonger dan 50, soms ‘kinderen van Trudeau’ genoemd, geloven heilig in die Canadese visie op diversiteit. Met name voor de jongere generatie is juist die culturele verscheidenheid kenmerkend voor het land, dat verder een vrij losse nationale identiteit bezit. Justin Trudeau loopt voorop bij het uitdragen van die visie. „We zijn sterk niet ondanks, maar dankzij onze onderlinge verschillen”, zegt hij.

Een test van die visie deed zich voor tijdens de verkiezingscampagne van een jaar geleden, toen de Conservatieven van toenmalig premier Stephen Harper een plan ontvouwden voor een telefoonlijn waar mensen ‘barbaarse culturele praktijken’ zouden kunnen melden, zoals vrouwenbesnijdenis – een nauwelijks verhulde poging om in te spelen op wantrouwen tegenover moslims.

Het was koren op de molen van Trudeau. Hij schotelde kiezers juist een plan voor om 25.000 Syrische vluchtelingen naar Canada te halen – een voorstel dat appelleerde aan de trots van Canadezen op hun multiculturele maatschappij.

Daarmee toonde Trudeau hoe hij wantrouwen tegenover moslims aanpakt, zegt Paris.

„Hij was in staat om een visie te verwoorden van een land dat niet toegeeft aan dat soort verleidingen. Het was een visie waar hij diep in geloofde, zodat hij deze met authenticiteit en overtuigingskracht over wist te brengen.”

Trots op tolerantie

Juist daarin zit volgens Paris de sleutel tot een strategie tegen rechts populisme. „Het tegenargument moet meer zijn dan alleen een intellectueel argument”, zegt hij. „Het moet ook tot de verbeelding spreken. Het succes van Trudeau was dat hij er een visie tegenover stelde die evenzeer een beroep deed op emotie, met name de trots op tolerantie.” Zo laat Trudeau volgens hem zien dat er ook een „positief populisme” mogelijk is.

Natuurlijk heeft Trudeau daarbij de wind in een aantal opzichten mee. Hoewel de economie van Canada is gestagneerd, is de polarisatie van rijkdom minder uitgesproken in Canada. Om te onderstrepen dat hij gevoelig is voor de zorgen van gewone kiezers, heeft Trudeau inkomstenbelastingen voor lage en middeninkomens verlaagd, en die van de rijksten verhoogd.

Kiezers steunen hem; de wittebroodsweken van Trudeau duren een jaar later nog voort. Een moment dat hij een deel van zijn kiezers ernstig moet teleurstellen moet nog komen. Zo botst zijn steun aan de bestrijding van klimaatverandering met het voornemen om toestemming te geven voor een pijpleiding voor olie uit de omstreden teerzanden van Alberta.

Vooralsnog is Trudeau echter nog de favoriete zoon van Canada, die met overtuiging ingaat tegen de wereldwijde trends van wantrouwen en protectionisme.

„Als leiders worden geconfronteerd met de zorgen van burgers, moeten we een keuze maken,” zei hij onlangs tijdens een toespraak bij de Verenigde Naties.

„Buiten we die zorgen uit? Maken we er angst van, gaan we schuld toewijzen? Gaan we anderen afkeuren omdat ze er anders uit zien, of anders spreken of bidden?”

Het was een aanmaning van een liberale globalist aan een wereld waarin zijn waarden onder vuur liggen.