Recensie

Sire, uw ex was geen snol

Biografie

Vaak werd Anne-Louise-Germaine Necker afgeschilderd als hysterica, maar ze had ook een rationele kant.

Foto Wikimedia Commons

Bij leven was Anne-Louise-Germaine Necker, barones van Staël-Holstein (1766-1817) een beroemdheid. De salons van haar moeder werden gefrequenteerd door intellectuele sterren als Voltaire, Diderot en Hume, en haar vader bepleitte als minister van Financiën onder Lodewijk XVI ingrijpende hervormingen en trachtte na het uitbreken van de Revolutie een constitutionele monarchie van Frankrijk te maken. Zelf publiceerde ze op 22-jarige leeftijd een boek over ‘werk en karakter’ van Jean-Jacques Rousseau.

Tijdens de eerste jaren van de Revolutie speelde Madame de Staël een belangrijke rol in het publieke debat en deed ze verslag van de tumultueuze en bloedige ontwikkelingen. Tijdens de Terreur vluchtte ze naar Zwitserland, waar ze een relatie kreeg met politicus en schrijver Benjamin Constant, en het zodoende aan de stok kreeg met ‘onze’ Belle van Zuylen. In 1795 keerde ze terug naar Parijs, en nadat ze door Napoleon was verbannen reisde ze door Europa, waarbij ze niet alleen kennismaakte met machthebbers als tsaar Alexander I, maar ook met Byron, Goethe, Schiller en Poesjkin.

Haar boek De l’Allemagne (1810) introduceerde de ideeën van de Duitse Romantiek bij een Frans lezend Europees publiek en hielp het beeld van de ‘apolitieke Duitser’ – die zich, doordat hij uitgesloten was van politieke macht, concentreerde op Geist en Kultur – de wereld in. Na Napoleons nederlaag bij Waterloo schreef een tijdgenoot dat er ‘in Europa drie grootmachten [zijn]: Engeland, Rusland en Madame de Staël’.

Na haar dood werd het beeld minder glorieus. Biografen van Napoleon schilderen haar vaak af als hysterica en wijzen er op dat ze aanvankelijk hevig verliefd was op de dictator, en dat ze pas een fel tegenstander van hem werd nadat hij haar had afgeserveerd als ‘snol’ die ‘nog foeilelijk op de koop toe’ was.

Haar postuum gepubliceerde grote geschiedenis van de Franse Revolutie wordt vaak afgedaan als een onbetrouwbare mengelmoes van memoires, hagiografische notities over haar vader en filosofische aantekeningen. Haar visie op de Romantiek wordt tegenwoordig bekritiseerd en haar politieke denkbeelden zou ze vooral ontleend hebben aan haar vader en aan haar minnaar Benjamin Constant, een van de grondleggers van het liberalisme.

Historica Biancamaria Fontana, die eerder een uitstekende politieke biografie van Benjamin Constant schreef, laat in Germaine de Staël zien dat in ieder geval haar politieke ideeën veel interessanter en belangwekkender zijn dan werd aangenomen. Dat zij in de geschiedenis van het politieke denken geen prominente plaats inneemt en in de schaduw van Constant bleef staan, komt vermoedelijk doordat ze haar opvattingen niet systematisch uitwerkte in één belangrijk boek.

Franse Revolutie

Fontana wijst op een aanzienlijk verschil tussen Staël en Constant. De Zwitserse literator en politicus was pas in 1795 in Frankrijk gearriveerd, toen de revolutionaire rivier van bloed grotendeels was opgedroogd. Germaine de Staël daarentegen had de Franse Revolutie meegemaakt. Ze had vanaf de publieke tribune gezien hoe de verstandige ideeën van haar vader werden overstemd door het gejoel van de radicalen. Zij had in de straten van Parijs het op bloed beluste gepeupel gezien, dat was opgehitst door fanatici als Marat, Danton en Robespierre. Zij had meegemaakt hoe familieleden en vrienden eindigden onder de guillotine en had zelf moeten vluchten. Zij begreep dat politiek niet alleen een zaak van beginselen, ideeën en regels was, maar dat emoties, verwachtingen, frustraties, rancune en moeilijk definieerbare verschijnselen als mentaliteit en identiteit een minstens even grote rol speelden. Fontana toont aan dat Staël als een van de eersten oog had voor het belang van de publieke opinie of zoals zij het vaak noemde, de ‘publieke geest’. Al in augustus 1791, op 25-jarige leeftijd, publiceerde ze het traktaat Aan welke tekenen kan men herkennen wat de mening is van de meerderheid van de natie?

Volgens haar wilde de bevolking behouden wat er in 1789 was bereikt – de afschaffing van privileges, de invoering van een vorm van volksvertegenwoordiging en een representatieve regering – en ging het mis omdat politieke facties elkaar de tent uitvochten en geen rekening hielden met de publieke opinie. Uiteraard valt te betwisten of zij de publieke opinie tijdens de Franse Revolutie helemaal correct heeft ingeschat. Maar haar constatering dat politieke onrust en chaos ontstaan als de afstand tussen de opvattingen van politici en die van de rest van de bevolking te groot wordt, heeft nog niets aan actualiteit ingeboet. Opvallend is ook dat we ruim tweehonderd jaar later nog altijd niet zo heel veel weten over de publieke opinie.

De grote bijdrage van Madame de Staël aan het politieke denken bestaat uit het besef dat politiek niet een zaak is van de schrijftafel of het beschaafde debat, maar het resultaat is van de, soms heftige, interactie tussen bevolkingsgroepen, personen, belangen, ideeën, verwachtingen en angsten.