Column

Roth als verliezer

Hoe zou het Philip Roth dezer dagen vergaan? We weten het niet, je hoort of leest niets over hem. Ik stel me voor dat hij de schok van de Nobelprijs voor Bob Dylan nog nauwelijks te boven is gekomen. Ik benijd de persoon (zijn uitgever?) niet die hem er telefonisch van op de hoogte moest stellen.

„Philip, ik vrees dat ik slecht…”

„Hou het kort. Wie is het wél geworden?”

De naam Dylan moet hij als een bijl in zijn ziel hebben gevoeld. Een landgenoot nota bene, en dan nog een die geen reputatie als literair schrijver had. Roth zal zich er wel nooit in het openbaar over uitlaten – en hij kan dat ook beter niet doen, want zelfs het miniemste blijk van afkeuring zal als jalousie de métier worden uitgelegd.

Toch kan het Roth niet helemaal verrast hebben. De toekenning van de prijs lijkt een uitvloeisel van een ontwikkeling die hij al jaren geleden voorspelde. Het lezen was op de terugtocht, legde hij in 2000 uit in een indrukwekkend interview voor de VPRO-tv met Michaël Zeeman.

„Ik denk dat we misschien het einde van de roman en de literatuur zien”, zegt Roth. Na een tegenwerping van Zeeman corrigeert hij zichzelf: „Het is niet de dood van de roman, dat is lulkoek, maar van de lezer.”

„Ik ben anders een fervent lezer”, zegt Zeeman, „welk virus doodt de lezer?”

„Er zal altijd een leescultus bestaan”, reageert Roth, „ook van romanlezers. Het zal een kleine groep zijn. Elk jaar vallen er een aantal lezers af, als er zeventig overlijden komen er twee voor in de plaats. Dat is een feit. Als je op universiteiten komt, als je met vrienden praat, dan praten ze niet over boeken, maar over wat ze op het scherm hebben gezien. Het virus dat de lezer heeft geveld, is het beeldscherm. Eerst het witte doek, toen het tv-scherm en nu het computerscherm. Boeken op het scherm – daar geloof ik niet in. Met het boek bedoel ik de complete leeservaring: het alleen zijn met het boek, de stilte. Het scherm is veel dwingender, ik kan je niet uitleggen waarom.”

Dan zet hij uiteen dat achter de uitstervende lezer een grotere ontwikkeling gaande is: een soort vlucht voor het bewustzijn zoals dat in romans belichaamd wordt. In de eerste helft van de vorige eeuw bestond een sterk streven om het bewustzijn te doorgronden, je zag het bij Freud en Marx, maar ook bij schrijvers als Proust, Kafka, Virginia Woolf. Roth: „Het ging om de vraag: wat is er dat we niet zien, wat zijn de onzichtbare krachten achter de façade? Het hele intellectuele en artistieke streven was daar op gericht. […] Zelfs intelligente mensen zijn niet meer geïnteresseerd wat er achter het scherm is, maar wat eróp is.”

De ironie wil dat tegenwoordig vooral die boeken goed worden verkocht die via ‘het scherm’ worden aangeprezen; een ontwikkeling die Roth alleen maar zal bevestigen in zijn overtuiging.

Ik vermoed dat hij ook de Nobelprijs voor Dylan zal beschouwen als een nederlaag van de literatuur, een voetval voor de populaire cultuur. Hij zal Dylan misschien wel een goede songwriter vinden, maar niet iemand die kan wedijveren met schrijvers als hij die kunnen bogen op een breed literair oeuvre. Als zijn trots in die zin gekrenkt is, kan ik me dat goed voorstellen. Dylan zou toch ook niet willen onderdoen voor Michael Jackson bij een uitverkiezing tot artiest van de eeuw?

schrijft elke week een column.