‘Regering gelastte doden Molukse treinkapers’

Kapingen

Voor het eerst meldt een betrokken marinier dat de kapers bij het ontzetten van de gekaapte trein in 1977 het niet mochten overleven.

De daders van de treinkaping bij De Punt in 1977 mochten de bestorming niet overleven. Dat heeft de advocaat van een marinier verklaard die destijds bij de bestorming betrokken was.

Volgens de marinier sprak „een vertegenwoordiger van de regering” deze wens uit tijdens de briefing van militairen op de dag voorafgaand aan de bevrijdingsoperatie. De treinkapers moesten worden gedood, ook als zij zich vrijwillig over zouden geven.

Het is niet bekend wie de regeringsvertegenwoordiger was. Ook de betreffende marinier wil anoniem blijven. De Amsterdamse advocaat Jos Rijser heeft namens de betrokken militair een verklaring opgesteld. Over de marinier zei Rijser maandag tegen de NOS: „Hij heeft mij toen verteld dat er aan de vooravond van de bevrijding van de trein bij De Punt een briefing voor de mariniers is geweest. Bij die briefing is door een betrokken autoriteit, die daarvoor speciaal uit Den Haag kwam namens de regering, duidelijk gemaakt dat het de wens van de regering was dat geen enkele kaper het zou overleven.”

Tegen NRC wilde Rijser verder geen nadere toelichting geven. Wel zei hij dat zijn verklaring „gevolgen” zal hebben voor de rechtszaak die enkele nabestaanden van de treinkapers tegen de staat hebben aangespannen. Deze dient op 4 november in Den Haag. „Deze verklaring gooit de zaak open”, aldus Rijser.

Significante gevolgen

John Wattilete, president van de Molukse regering in ballingschap (RMS), verklaart „geschokt” te zijn door de verklaring van de marinier. „We vermoedden al dat het zo gegaan was,” zegt hij, „maar als een rechtstreeks betrokkene dat ook nog eens verklaart, is dat toch schokkend. Zeker in een rechtsstaat als Nederland. Zoiets verwacht je van heel ander soort landen.”

Ook advocaat Liesbeth Zegveld, raadsvrouw van de nabestaanden, zegt dat de verklaring „significante gevolgen” zal hebben voor de rechtszaak. Ze zegt na de verklaring van de marinier „ook andere, aanvullende verklaringen” te hebben ontvangen van „mensen die er toe doen”. Wie dat zijn, wilde ze verder niet toelichten.

Tijdens de treinkaping bij het Drentse De Punt, die bijna 19 dagen duurde, kwamen twee gegijzelden en zes kapers om het leven.

Nabestaanden van twee Molukse kapers zijn een rechtszaak gestart na diverse eerdere publicaties dat het doden van de kapers doel op zich was. Daarop deed de staat groot onderzoek, maar kwam tot de conclusie dat het doden van alle kapers geen doel op zich was geweest.

Een voormalig vrijwilligster van de telefonische hulpdienst in Groningen heeft verklaard dat zij op de bewuste dag werd gebeld door een Maleisisch sprekende man. Die beweerde dat een van de kapers nadat hij zich had overgegeven werd doodgeschoten. De zoon van een voormalig telefonist van de politiemeldkamer in Utrecht verklaarde in 2014 echter tegen tv-programma EenVandaag ook dat de regering opdracht had gegeven de kapers dood te schieten.

De nabestaanden van de kapers krijgen nu uitdrukkelijk steun van advocaat Rijser. Hij is bereid om onder ede te getuigen tijdens het proces tegen de staat op 4 november. „Ik ga dan wel in de rechtszaal zitten”, aldus Rijser tegen NRC. „Als de rechtbank wil dat ik mijn verklaring onder ede herhaal, zal ik dat doen.”

Toenmalig minister van Justitie Dries van Agt (CDA) heeft tot nu toe nooit inhoudelijk op de beschuldigingen van moedwillige executies gereageerd, en doet dit nu ook niet.