Recensie

Onder geniale narcisten

Max Perkins

was de redacteur van schrijvers als Hemingway en F. Scott Fitzgerald. Over hem is de film ‘Genius’ gemaakt. Robert Gottlieb, nu een grootheid in het vak, schreef zijn memoires.

Thomas Wolfe ©

Iemand die zijn leven in dienst stelt van andermans teksten: hoe boeiend is dat? Dat is toch een beetje alsof je de verf van een schilderij bekijkt in plaats van het schilderij zelf. Daar komt bij dat het de taak van een redacteur is onzichtbaar te zijn. Lang dacht Robert Gottlieb er ook zo over, ook nadat Joseph Heller publiekelijk had verklaard dat Catch 22 geen klassieker zou zijn geworden zonder zijn redactiewerk. Gottlieb moest er niks van weten. Desondanks wordt hij gezien als de man die de naoorlogse Amerikaanse literatuur voor een belangrijk deel vormgaf.

Blauwdruk van het bestaan

In Avid Reader: A Life schrijft hij als het ware een blauwdruk van het bestaan van een redacteur. Het begint er al mee dat Gottlieb als kind meer had met woorden dan met de echte wereld, en dus niet graag buiten speelde. Na zijn studie begint hij als wenskaartverkoper bij het New Yorkse warenhuis Macy’s om van daaruit te solliciteren bij uitgeverij Simon & Schuster als redactie-assistent. Al vrij snel komt Joseph Heller op zijn pad, met wie hij werkt aan de roman Catch 18. Wanneer vlak voor verschijning de roman Mila 18 van Leon Uris verschijnt, bedenkt Gottlieb een nieuw getal: Catch 22.

Terwijl Gottliebs levensverhaal vordert – en er kleine stukjes privéleven aan het licht komen die je vooral de indruk geven dat een redacteur niet aan een privéleven doet – heb je soms het idee in een Who’s Who in American Publishing te zijn beland. De anekdotes zijn smakelijk genoeg, en aan beroemde auteurs ook geen gebrek, maar het is vooral een bevestiging dat een redacteur alleen iets te vertellen heeft dankzij de ander. De ‘tweede man’ noemde Doeschka Meijsing dat ooit, maar zij had het toen over de tragische figuur, die ondanks zijn ideeën in de schaduw bleef van de grote leider. Gottlieb is echter niet tragisch en auteurs zijn ook geen leiders, maar veelal narcisten met ideeën.

Persoonlijke slaaf

Zo’n narcist is bijvoorbeeld V.S. Naipaul. „Een snob, maar een geweldige schrijver”, oordeelt Gottlieb. Roald Dahl is er ook een. Bij de uitgeverij behandelt hij de mensen als voetveeg en hij ziet ze aan voor persoonlijke slaaf. Gottlieb wijst hem de deur. Financieel een weinig verstandige beslissing, maar het maakt Gottlieb wel geliefd bij zijn collega’s op de uitgeverij (Knopf inmiddels). Ook leuk is het natuurlijk om te lezen dat Salman Rushdie nadat hij de Booker Prize heeft ontvangen zich steeds veeleisender gaat opstellen.

Uitgebreider zijn de verhalen over bijvoorbeeld Doris Lessing die vaak bij hem thuis komt en met wie hij ook over planten en pudding praat. Of Irene Mayer Selznick, die lief was voor zijn gehandicapte zoon en net als Lessing wel luisterde naar zijn redactionele advies, maar daar vervolgens niets mee deed. Toni Morrison daarentegen had aan een half woord genoeg om een roman net wat sterker te maken.

Tragisch lijkt het even te worden wanneer Gottlieb bij uitgeverij Knopf niet meer het enthousiasme van weleer voor zijn werk kan opbrengen en elk succes opgelucht gadeslaat, maar telkens het idee heeft dat hij verder moet. Hij verruilt de uitgeverij kort voor The New Yorker, maar eens een redacteur altijd een redacteur: Gottlieb keert na vijf jaar terug bij Knopf om er te blijven.

Blijft over de vraag waarom de ultiem dienstbare redacteur zijn eigen leven te boek wilde stellen. Wellicht is ook dat uit dienstbaarheid geweest: menig toekomstig biograaf van grote schrijvers zal uit Avid Reader een nuttige voetnoot weten te destilleren.