Nescio, Woltz & Voskuil zijn er nu ook in het Duits

Duitse uitgevers

Waarom geeft een uitgever in Duitsland Nederlandse boeken uit ? „Het spreekt me aan dat je vaak het gevoel krijgt dat het over echte mensen gaat.”

Connie Palmen voorafgaand aan het vertrek van een speciale schrijverstrein naar de Frankfurter Buchmesse. Foto ANP Remko de Waal

‘Je moet even zoeken”, had de Duitse uitgever van de romancyclus Het Bureau, van J.J. Voskuil, gewaarschuwd. „Het is een beetje een rommeltje.” Dat zoeken valt wel mee. Zeker als je weet dat de Mehringhof, in de Berlijnse wijk Kreuzberg, een in de jaren ’70 opgericht alternatief cultuurcentrum is. Dan weet je dat je goed zit zodra je bij de ingang een metersgroot rood bord ziet met de tekst ‘Leve de 50ste verjaardag van de grote proletarische culturele revolutie! Leve het maoïsme!’

Wij geven geen boeken uit maar auteurs, is onze lijfspreuk

Verontschuldigend gebaar

nescio

Op de tweede binnenplaats van het gebouw, ooit een befaamde lettergieterij, zijn een linkse boekhandel, dito fietsenmaker, een Turks-Duitse vakbond en een theater gevestigd. En op de eerste verdieping zetelt in twee kamers de uitgeverij met de opmerkelijke naam Verbrecher Verlag – Verbrecher is Duits voor misdadiger of misdadigers.

Het logo is een draadmannetje dat een ander draadmannetje onder schot houdt. De naam was een grap van de twee literatuurstudenten die de uitgeverij in 1995, aanvankelijk ook als een soort grap, oprichtten.

Eén van die twee, Jörg Sundermeier, leidt de uitgeverij nog steeds. Het woord ‘rommeltje’ doet geen recht aan de chaos waarin hij zijn bezoek allerhartelijkst ontvangt. Overal staan onuitgepakte dozen („onze herfstproductie is net binnen”), er steken lege pizzadozen uit de prullenbak, op het bureau staat een geknakte cactus en natuurlijk rijzen overal enorme stapels boeken op (van onder meer Detlev van Heests Junglaub. Jahre in Japan, de vertaling van De verzopen katten en de Hollander).

„Toen we bij Van Oorschot het contract tekenden voor de rechten van Het Bureau”, zegt Sundermeier met een verontschuldigend gebaar naar de bende, „was alles daar prachtig – alleen het bureau van uitgever Wouter van Oorschot was een nog grotere chaos dan hier.”

Een waagstuk

voskuil

Voor de kleine uitgeverij is de uitgave van het Das Büro een waagstuk. „Het is zo vijf procent van onze jaarlijkse productie, maar het vergt dertig procent van onze aandacht.” Het eerste deel was uitgegeven door uitgeverij C.H. Beck, maar die vreesde na tegenvallende verkoop een langlopend fiasco, vertelt Sundermeier. Mede dankzij vertaler Gerd Busse („hij is zeer overtuigend”) overwon Sündermeier zijn aarzeling en nam hij de rechten voor het enorme project van Beck over. „Hoe kunstig het in elkaar zit merk je aanvankelijk niet op. Deze vorm, met zijn fictionalisering van de autobiografie, zou voor Duitse schrijvers ondenkbaar zijn.”

Sundermeier had gehoord dat Het Bureau volgens velen zó Nederlands is dat het nergens anders zou aanslaan. „En het zal hier ook niet zo’n enorm succes worden als in Nederland. Maar er blijkt in Duitsland wel degelijk een toegewijd publiek voor te zijn, dat ons meteen boze brieven stuurt als we een week later dan beloofd met een nieuw deel komen. Men herkent de situaties en waardeert het bijzondere van Het Bureau. We hebben nog meer lezers nodig, maar we lijden er geen verlies meer op.”

Inmiddels ligt deel 5 in de Duitse winkels – deel 6 en 7 komen volgend jaar. En dezer dagen verschijnt ook een nieuwe uitgave van deel 1, zodat de complete reeks in de fraaie vormgeving van Verbrecher leverbaar is.

Bertold Brecht

woltz

Een heel andere wereld stap je binnen bij de befaamde uitgeverij Suhrkamp, in de hippe wijk Prenzlauer Berg, ook in Berlijn. In een glazen vitrine in de grote vergaderzaal staat daar als een trofee een getypte brief van Bertolt Brecht uit het oprichtingsjaar 1950 aan uitgever Peter Suhrkamp, met de toezegging dat Brecht ‘onder alle omstandigheden’ bij de uitgeverij wil horen die Suhrkamp leidt.

„Wij geven geen boeken uit maar auteurs, is onze lijfspreuk”, vertelt redacteur Julia Ketterer. Suhrkamp brengt onder meer Cees Nooteboom, A.F.Th. van der Heijden, Gerbrand Bakker en Niña Weijers uit. En ook Nescio, wiens Titaantjes net is verschenen, met een voorwoord van Cees Nooteboom, onder de niet erg spannende titel Werke (Kleine Titanen was al vergeven).

„Sinds zijn Berlijnse notities wordt Nooteboom hier enorm gewaardeerd”, zegt Ketterer. „Zijn thema’s spreken in Duitsland erg aan, hij heeft hier gewoond, hij wordt hier meer als een Europese dan als een Nederlandse schrijver gezien.”

Hoe kunstig het in elkaar zit merk je aanvankelijk niet op. Deze vor zou voor Duitse schrijvers ondenkbaar zijn

Nescio werd meer dan vijftig jaar geleden al bij Suhrkamp aangedragen door schrijver en filosoof Rüdiger Safranski, destijds nog student, die een groot fan van Nescio was en is. „Hij had zelf een kort verhaal vertaald en naar ons opgestuurd. Het deed me plezier hem te kunnen vertellen”, zegt Ketterer, „dat Nescio eindelijk bij ons zou verschijnen. En wel in de ‘Bibliothek Suhrkamp’ – de reeks klassiekers van de moderne tijd.” Ook kinder- en jeugdliteratuur uit Nederland wordt in Duitsland met enthousiasme uitgegeven.

„Wat me zo aanspreekt is dat je vaak het gevoel krijgt dat het over echte mensen gaat”, zegt Katja Maatsch, redacteur van uitgeverij Carlsen per telefoon uit Hamburg. Ze geeft onder meer boeken uit van Anna Woltz, zoals de deze maand verschenen vertaling van Gips (Gips oder wie ich am einen Tag die Welt reparierte). „Ze schuwt moeilijke thema’s niet. En ze neemt haar personages serieus. Soms praten mensen ook langs elkaar heen, net als in het echt.”