Oermelk is niet oer

Nieuw: oermelk, ideaal tegen buikpijn. Echt? Helaas, het is niet ‘oer’ en de gezondheidsclaim is niet terecht.

Er was al speltbrood, voor mensen die geloven dat ze niet lekker worden van brood. Er is cola met stevia voor wie vreest dat cola met aspartaam ongezond is. Nu is er ook melk voor mensen die denken dat ze buikpijn krijgen van melk. Sinds maandag ligt er ‘A2-melk’ in de winkel. De markt-introductie was vorige week zelfs in het NOS Journaal. „Er komt oermelk in de supermarkt”, kondigde de verslaggever aan.

1,99 euro voor een liter biologisch. Bijna twee keer zoveel als gewone biologische koemelk, voor een product dat op een haar na hetzelfde is.

Maar het effect is anders, claimt de fabrikant. „Helpt melkconsumptiegerelateerde klachten verminderen”, staat op de pakken die nu in de Plus-supermarkt staan. „Er zijn mensen die géén koemelk-allergie hebben, maar toch denken dat hun maag- of darmklachten gerelateerd zijn aan het drinken van melk”, verduidelijkt de marketingman, Mark Kaptein, aan de telefoon. „Dat het reëel is, hoort u mij niet zeggen”.

Voor de goede orde: volgens de Gezondheidsraad hebben mensen die elke dag zuivelproducten eten, 10 à 15 procent minder kans op darmkanker, en geen grotere kans op andere chronische ziekten. A2-melk, dat zou dus écht gezond zijn, en ‘oer’, bovendien. A2-melk kwam voor het eerst in Nieuw-Zeeland op de markt in de jaren negentig, en nu dus in Nederland. Van melkfabrikant Vecozuivel, onder de naam A2A2.

Het verschil tussen A2-melk en reguliere A1-melk is miniem: één eiwitje (een ‘peptide’) dat ontstaat als we melk verteren. Die peptide, genaamd BCM-7, ontstaat alleen als de koeien van het melkeiwit bèta-caseïne de A1-variant hebben. De meeste koeienrassen geven melk die een mengeling is van A1 en A2.

In de jaren negentig is het genetische verschil tussen A1- en A2-koeien ontdekt. Je proeft er niks van. Maar dat ene BCM-7-eiwitje kreeg na enkele epidemiologische studies van de grote greep destijds de meest uiteenlopende ziekten in de schoenen geschoven - alleen geen darmklachten.

Het begon met diabetes-type 1. Daarna werd A1-melk verdacht van het veroorzaken hart- en vaatziekten, en zelfs van autisme en wiegendood. Dat betekende een markt voor A2-melk, en al gauw was er ook een producent, de A2 Milk Company uit Nieuw-Zeeland, die veel van dat A2-onderzoek financierde en ook vaak de publicaties hielp schrijven.

De Europese voedselautoriteit EFSA concludeerde in 2009 dat die BCM-7-onheilsstudies geen stand hielden. Maar dat rapport ging niet over maag- en darmklachten. Die zijn nu het nieuwe unieke verkoopargument van A2-melk.

Er zijn in 2014 en 2016 twee studies naar gedaan, in Australië en in China, allebei gefinancierd en mede geschreven door de A2 Milk Company. De eerste vond bij mensen geen verschil in buikklachten, zoals winden en boeren laten. De tweede wel.

„Het is heel beperkt onderzoek”, zegt de Wageningse zuivelhoogleraar Toon van Hooijdonk daarover. Hij vindt dat Vecozuivel de reclameregels overtreedt. „Hun gezondheidsclaim is naar mijn mening onvoldoende onderbouwd.”

Daar is Mark Kaptein het niet mee eens. „We kunnen verwachten dat een aantal mensen met deze melk geholpen is.” Zoals de 10 procent van de supermarktklanten die vanwege angst voor buikklachten minder of helemaal geen zuivel koopt. „En dan zijn er dus nog de klanten die zoeken naar oorspronkelijkheid”, oer dus. Het heet ‘oer’ omdat de A2-genvariant evolutionair ouder is dan A1. Maar dat ene A2-gen maakt moderne koeien nog niet ‘oer’. Veruit de meeste A2-koeien in Nederland zijn zwartwitte, magere melkproductiewonders, precies zoals hun A1-zussen.

Mark Kaptein gaat de melk zelf „absoluut” drinken, zegt hij. „Ik zie het als het niet goed zit met mijn darmen. Ik drink te veel cappuccino uit de automaat, vind ik. Dat wordt nu thee, en A2-melk.”