De bedriegelijke kunstdeal van Van Beuningen

Koenigs-collectie Woensdag begint de rechtszaak van de erven Koenigs tegen museum Boijmans Een zaak die de minder fraaie kant van mecenas Van Beuningen toont.

Anonieme astrologische voorstelling, circa 1490.

Een grote kunstverzameling ontstaat vaak ten koste van eerdere verzamelaars. Dat blijkt weer eens uit de stukken van de rechtszaak die woensdag in Rotterdam is aangespannen tegen Museum Boijmans Van Beuningen.

Zes erven van zakenman Franz Koenigs eisen honderden tekeningen van Oude Meesters op, die in 1935 aan het museum in bruikleen zijn gegeven. Maakte deze bruikleen deel uit van een eerdere, veel grotere bruikleen die deels aan het museum is geschonken? Dat is de vraag waar dit geding om draait.

De geschiedenis van die grote bruikleen – 46 schilderijen en ruim 2.000 tekeningen – is het vertellen waard. Ze maakt duidelijk tot welk gedrag een obsessief verzamelaar in staat is. De hoofdrolspeler in dat verhaal is Daniël George van Beuningen (1877-1955), de directeur van de Steenkolen Handelsvereniging (SHV) en een van de Rotterdamse havenbaronnen die voor de oorlog heersten over de stad en zijn arbeiders.

Het begint in april 1940

In april 1940, als de nazi’s bezig zijn Europa in brand te zetten, doet Van Beuningen een kunstaankoop die in de komende rechtszaak centraal zal staan. De joodse eigenaren van de Amsterdamse bank Lisser & Rosenkranz willen naar de Verenigde Staten vluchten. In alle haast proberen zij hun bank te liquideren. Tot hun bezittingen behoort de aan museum Boijmans uitgeleende kunstverzameling van Franz Koenigs, die de zakenman na de beurskrach bij de bank heeft beleend.

Als Koenigs aan Boijmans laat weten dat hij zijn grote bruikleen moet beëindigen, benadert directeur Dirk Hannema direct Van Beuningen en Willem van der Vorm, een ander Rotterdamse zakenman en mecenas. Of zij bereid zijn de collectie voor het museum te kopen?

Van Beuningen misleidt eerst Van der Vorm, en toont daarna in de onderhandeling over de verpande collectie zijn reputatie als zakenman zonder talent voor sentimentaliteit.

Een greep uit de kunstverzameling. De tekst gaat verder onder de slideshow.

De bank wil rekening houden met Koenigs’ wens om zijn collectie voor Boijmans en Nederland te behouden. Daar speelt Van Beuningen op in. Met Hannema laat hij de bank en Koenigs per brief weten, dat hij de verzameling wil kopen om haar daarna in haar geheel aan Boijmans te schenken. Hij doet een bod van 1 miljoen gulden met een ultimatum van enkele uren – „gegeven de omstandigheden”, benadrukt Van Beuningen, een goed bod. Uit latere correspondentie blijkt dat hij weet dat de collectie zeker 5,5 miljoen gulden waard is.

Noodgedwongen accepteren de eigenaren van de bank zijn bod. Twee dagen daarna schrijft directeur Hannema een geruststellende brief aan Koenigs. Nogmaals belooft hij dat „ook in de toekomst de verzameling waaraan steeds Uw naam verbonden zal blijven, met de meeste zorg beheerd zal worden”. Uit dankbaarheid schenkt Koenigs het museum twee zestiende-eeuwse tekeningen.

Een deal met Hitler

Intussen werkt Van Beuningen, met medeweten van Hannema, aan zijn geheime agenda. Hij verkoopt de Duitse tekeningen uit de verzameling Koenigs aan Adolf Hitler. Al voor de transactie met Lisser & Rosenkranz is daarover contact gelegd met Hans Posse, een Duitse kunsthistoricus die bezig is met de opbouw van het Führermuseum in de Oostenrijkse stad Linz.

Van Beuningen beseft dat hij iets ontoelaatbaars doet. Door zijn schoonzoon Lucas Peterich de onderhandelingen te laten voeren, hoopt hij te maskeren dat hij zelf de verkoper is.

Peterich is al net zo’n bedreven onderhandelaar. In december 1940 koopt Hitler voor 1,5 miljoen gulden 528 bladen, ongeveer een kwart van de tekeningenverzameling van Koenigs. Van Beuningen beloont zijn schoonzoon met een commissie van 100.000 gulden. Zelf maakt de zakenman op zijn investering binnen acht maanden dus een winst van 400.000 gulden.

Van Beuningen kiest uit de Collectie F. Koenigs vier schilderijen van Rubens en een aantal belangrijke tekeningen voor zijn eigen verzameling. De rest, een cadeau dat hem geen cent heeft gekost, schenkt hij aan Boijmans.

Museumdirecteur Hannema houdt aan zijn diensten voor de Führer een aantal hoge functies over, die hem later duur komen te staan. Direct na de bevrijding wordt hij als collaborateur gedurende acht maanden gedetineerd.

Na de oorlog ontspringt hij de dans

Van Beuningen daarentegen ontspringt de dans. In de naoorlogse jaren prijzen overheidsfunctionarissen Van Beuningen openlijk „om zijn liefde voor het nationale kunstbezit”. Als lid van de Stichting Nationaal Kunstbezit mag de gevierde zakenman vanaf 1946 zelfs meebeslissen over de verdeling van de in oorlogstijd geroofde kunst.

Opnieuw toont Van Beuningen zijn zakelijk inzicht. Negentien schilderijen die hij ook aan Hitler heeft verkocht, eveneens via zijn schoonzoon, mag hij terugkopen. Schilderijen waar de nazi’s hem 1,6 miljoen gulden voor betaalden, krijgt hij voor iets meer dan drie ton opnieuw in handen.

Als Van Beuningen in 1955 overlijdt, verkopen zijn erven zijn kunstverzameling voor 18 miljoen gulden aan de gemeente Rotterdam. De aflossing van de schuld drukte nog dertig jaar op de begroting van Boijmans. Als de naam van het museum in 1958 wordt veranderd in Museum Boijmans Van Beuningen klagen enkele Rotterdamse families over de oorlogshandel van de naamgever. Dat gemopper blijft evenwel binnenskamers. „Nederland stond toen nog met één been in de regententijd”, zegt Harry van Wijnen, in 2004 de auteur van de Van Beuningen-biografie Grootvorst aan de Maas.

Franz Koenigs heeft geweten hoe Hannema en Van Beuningen hem bedrogen, zegt kleindochter Christine Koenigs. Zijn vriend Max Friedländer vertelt hem hoe hij de tekeningen uit zijn collectie voor het Führermuseum taxeerde. Tegen een van zijn dochters zegt Koenigs dat hij van plan is Van Beuningen na de oorlog aan te klagen. Daar komt het niet van. Op 6 mei 1941 overlijdt de verzamelaar als hij op het station van Keulen tussen de trein en het perron valt. Geruchten dat dit moord zou zijn, blijven onbewezen.