Euro of geen euro, overal lage rentes

Monetair beleid

ECB-baas Draghi krijgt nogal wat kritiek, maar centrale banken in niet-eurolanden hebben eenzelfde beleid van lage rentes en opkopen.

Foto Michael Sohn/AP

Wanneer voorzitter Mario Draghi donderdag de pers te woord staat na de vergadering van de Europese Centrale Bank (ECB), staat niet alleen bij beleggers en analisten de livestream aan. Ook centrale bankiers in Londen, Stockholm, Kopenhagen en Bern zullen meekijken.

Wat de ECB beslist, heeft grote invloed op het monetaire beleid in de landen rond de eurozone. En omgekeerd wordt in Frankfurt nauwgezet gevolgd wat de centrale banken van landen als het Verenigd Koninkrijk en Zwitserland doen.

Niet toevallig vertoont het ECB-beleid grote gelijkenis met dat daar vlak buiten. Draghi krijgt nogal wat kritiek op zijn beleid van ultralage rentetarieven en massale opkoop van schuldpapier, onder meer van Duitse en Nederlandse politici. De lage rente, verder gedrukt door het opkoopprogramma, zou negatief uitpakken voor spaarders, pensioenfondsen en banken. Maar Draghi’s critici hebben er niet veel aan om uit te wijken naar de buurlanden: die doen vrijwel hetzelfde.

Het ECB-beleid is niet alledaags. De rentetarieven zijn historisch laag. Het hoofdtarief, voor banken die geld lenen, is nul en de depositorente staat zelfs op minus 0,4 procent. Banken die geld stallen bij de ECB, moeten betálen. Maar hoe bijzonder is dit? Per centrale bank buiten de eurozone verschilt het welk rentetarief het belangrijkste is (het leentarief of de depositorente), maar hoe dan ook staat er dikwijls een minus voor. Zweden: -0,5 procent. Denemarken: -0,65 procent. En Zwitserland: -0,75 procent.

De ECB is ook niet de enige centrale bank in Europa die staatsleningen opkoopt. Na het Britse EU-referendum was het antwoord van de Bank of England vrijwel meteen: we herstarten de aankoop van obligaties. Iets waarmee de bank in 2012 was gestopt. Ook de Zweedse Riksbank koopt leningen op.

Het laat zien dat het ECB-beleid, soms gekenschetst als ‘exotisch’, niet zo raar is als je het internationaal vergelijkt. Zeker als je ook kijkt naar de Verenigde Staten (de Fed kocht al eerder obligaties) en Japan (daar is de rente -0,1 procent). Dat is ook niet zo gek, want overal in de geïndustrialiseerde wereld zijn er dezelfde economische trends. Overal daalt bijvoorbeeld al langer de marktrente, onder meer vanwege de vergrijzing. Mensen zetten meer opzij voor hun oude dag, waardoor er meer wordt gespaard. Meer aanbod van geld betekent een lagere prijs ervan (de rente). Overal is ook de inflatie heel zwak, of zelfs negatief, zoals in Zwitserland.

Tekst gaat verder onder de afbeelding.
191016ECO_QE_IG266

Dat wil niet zeggen dat alle centrale banken precies hetzelfde doen. Mark Carney, de baas van de Bank of England, is naar eigen zeggen geen „fan” van negatieve rentes. Hij verlaagde de rente na het Brexit-referendum, maar hield deze wel positief. De Zwitserse en de Deense centrale bank zien af van het kopen van obligaties, net als de centrale bank van booming Polen, die de rente ook positief houdt.

Elke centrale bank kiest een eigen mix van maatregelen. Dat is omdat elk land, afgezien van de gemeenschappelijke trends, toch ook unieke economische en politieke omstandigheden kent. Centrale bankiers winkelen selectief in het aanbod van instrumenten dat vaak door collega’s in andere landen is uitgeprobeerd. De Zweden lieten in 2009 voor het eerst de depositorente onder de nul zakken, gevolgd door de Denen. De Bank of England was in Europa in 2009 de eerste die obligaties ging kopen. De ECB deed dit allemaal pas later, in 2014-2015.

Vooral voor de centrale banken in Zweden, Denemarken en Zwitserland is wat de ECB doet bepalend. De economie van die landen is gezond en de centrale bankiers voelen er minder dan de ECB behoefte die te stimuleren. En toch moeten de Denen, Zweden en Zwitsers in de pas blijven lopen met de ECB – en zelfs verder gaan.

Hoe lager namelijk de rente in de eurozone, hoe meer beleggers hun geld verplaatsen naar veilige havens in Scandinavië en Zwitserland. Daar krijgen ze bij een hogere rente meer rendement. Maar bij zo’n kapitaalvlucht wordt ook de Deense kroon, de Zweedse kroon en de Zwitserse frank snel meer waard en dat kan de economie van die landen weer gaan raken.

Vandaar de paardenmiddelen die de Scandinavische en Zwitserse centrale banken toepassen. Meteen toen de ECB begin 2015 begon met het opkopen van obligaties, deden de Zweden dat ook. De Denen streven een stabiele wisselkoers van de kroon met de euro na en hanteren al jaren een negatieve rente. Daarnaast verkoopt de Deense centrale bank vaak kronen op de valutamarkt om de koers te drukken.

Dit laatste is ook de belangrijkste strategie van de Zwitserse centrale bank om de waarde van de frank in toom te houden, naast de negatieve rente. Zij heeft inmiddels zo veel franken verkocht (en buitenlandse valuta ingekocht) dat haar balans inmiddels groter is dan het Zwitserse bbp.

Zo ver is de ECB, die een balans heeft van minder dan eenderde van het bbp, nog lang niet.