Recensie

Een pruttelende koehoorn en een robuuste klankorgie

Deze week

Dirigenten Andris Nelsons en Yannick Nézet-Séguin voeren je mee in een emotionele achtbaan. Ook eb en vloed lijken soms invloed te hebben op ons gemoed. Reden genoeg om een biografie aan het getij te wijden.

Om te beginnen met het slechte nieuws: Andris Nelsons zal de cyclus van alle symfonieën van Sjostakovitsj met het Concertgebouworkest niet afmaken. De 37-jarige dirigent tovert met zijn grote handen, en dat is de rest van de wereld ook opgevallen: naast zijn leiderschap van de Boston Symphony is Nelsons benoemd tot Gewandhauskapellmeister in Leipzig. Om de resterende tijd wordt door alle overige toporkesten druk gevochten.

Hopelijk blijft de Let een vaste gast in Amsterdam. Dat Nelsons ondanks een duidelijke klik (nu) niet de nieuwe chef-dirigent in Amsterdam is geworden, komt wellicht mede door de wat ál te grote overeenkomsten met de net vertrokken Jansons: de landgenoten delen een intuïtieve aanpak, flegmatieke uitstraling en zelfs hun kapsel.

Koppel die mild stoïcijnse houding aan ideale slagtechniek en je hoort zwelgvrije, vrijuit ademende muziek. Wagners voorspel uit Lohengrin had wat opstartproblemen, maar stroomde daarna vlot en natuurlijk.

Olympische inspanningen

Als dirigent laten zien wat je wilt horen: het klinkt simpel, maar is weinigen gegeven. Bij Nelsons lijkt het vanzelfsprekend. Strauss’ Tod und Verklärung mondde uit in een robuuste klankorgie. De balans was meestal voortreffelijk, exceptioneel waren solo’s van fluit en hobo. Zó mooi klonk alles dat existentiële twijfel door enthousiasme werd overstraald.

Het orkest, expert in dit repertoire, ging daarna los in Till Eulenspiegels lustige Streiche. Knap hoe Nelsons het orkest ronde personages tevoorschijn liet toveren en zich niet liet verleiden tot cartooneske grollen. Het éven optillen van een melodie, dat waren details die bijblijven.

Dat gold niet voor Aerial (1999) van HK Gruber. De Oostenrijkse componist scoorde ooit met het brutale Frankenstein!! in de stijl van Weill. Aerial is veel braver, ondanks olympische inspanningen van trompettist Hakan Hardenberger. Hij mocht goochelen met c-trompet, piccolo-trompet en zelfs koehoorn, en niemand zal deze muziek beter laten pruttelen dan hij. Maar dankbaar materiaal bleek het niet. Het eerste deel bestaat uit deinende orkestblokken vol sidderingen, terwijl de solist een stotterend betoog houdt. De tweede helft is sneller, maar verzandt in logge klanken van een te groot bezet orkest. Nelsons kon het teveel aan noten niet verhullen.