Recensie

Waarom Nederlandse schrijvers het zo goed doen in Duitsland

Buchmesse Duitsers lezen al decennia Nederlandse literatuur. De ontdekking van de hemel was niet het enige megasucces. „Duitse literatuur is heel zwaar.”

Nederlandse schrijvers poseren nog even voor een foto, voordat ze met de trein naar de Buchmesse gaan. Foto Remko de Waal/ANP

Waarom houden Duitsers toch zo van Nederlandse schrijvers? Komt het door hun onderwerpen, door hun eenvoudige taalgebruik of door hun korte zinnen, die een wereld van verschil zijn vergeleken met wat je in de Duitstalige literatuur tegenkomt?

Als Duitse die al jaren in Nederland woont en werkt, weet literair agent Marianne Schönbach als geen ander waarin het geheim schuilt. „De huidige Duitse literatuur is heel zwaar en poëtisch, met schrijvers als Gerhard Falkner en Lutz Seiler”, zegt ze. „Nederlandse schrijvers hebben dat minder. Ook zijn ze heel toegankelijk en hebben ze humor. In de Duitse literatuur is die humor sinds Hitler verdwenen. Kijk maar naar komische schrijvers als Irmgard Keun en Kurt Tucholsky, die in het Derde Rijk verboden waren. Keun wordt nog altijd herdrukt, bij gebrek aan beter.”

Schönbach leidt in Amsterdam een literair agentschap dat onder meer Nederlandse auteurs in haar geboorteland vertegenwoordigt. „Behalve in de eerste jaren na de Tweede Wereldoorlog lezen Duitsers al decennialang Nederlandse literatuur”, vertelt ze in haar kantoor aan het Rokin in Amsterdam. „Het begon met Het stenen bruidsbed (1959) van Harry Mulisch en werd gevolgd door zijn roman De aanslag (1982). Maar zijn echte doorbraak kwam begin jaren negentig met De ontdekking van de hemel, dat in Duitsland een megasucces werd.”

Nederlandse schrijvers hebben humor

De Nederlandse opmars in Duitsland begon volgens Schönbach echter al tien jaar eerder, toen Duitse uitgevers ontdekten dat er in Nederland een bloeiend literair leven bestond. „Het Letterenfonds haalde toen Duitse uitgevers naar Nederland om kennis te maken. Die kochten vervolgens de rechten voor boeken van Tom Lanoye, Anna Enquist en Renate Dorrestein.”

Ook noemt ze Cees Nooteboom, die begin jaren negentig voor de Duitse vertaling van zijn novelle Het volgende verhaal de lof kreeg toegezwaaid van de Duitse literatuurcriticus Marcel Reich-Ranicki in het televisieprogramma Das literarische Quartett. Een bestseller was geboren. „Nooteboom werd zelfs beroemder in Duitsland dan in Nederland.”

Het Reich-Ranicki-effect ging nog even door. Behalve Mulisch’ De ontdekking van de hemel, werden nu ook Margriet de Moors Eerst grijs dan wit dan blauw en Leon de Winters Hoffman’s honger in Das literarische Quartett geprezen. Nederland stond ineens op de kaart. Maarten ’t Hart bezette met zijn Het woeden der gehele wereld zelfs lange tijd de eerste plaats in de Duitse bestsellerlijsten. „Leon de Winter was de grootste succesauteur, met waarschijnlijk meer dan 500.000 verkochte exemplaren.”

Tegenwoordig vallen Gerbrand Bakker de loftuitingen van de Duitse kritiek ten deel voor Boven is het stil. „Het boek is rustig van sfeer en stijl en heeft bovendien iets hartverscheurends met die man die zijn droom niet kan waarmaken”, zegt Schönbach.

„Ook de slechte verhouding tussen vader en zoon, die Bakker beschrijft, doet het goed in Duitsland, omdat daar na de Tweede Wereldoorlog veel slechte vader-zoonverhoudingen waren.”