De cirkel is rond voor Bridges

Inspiratiebronnen

Vijf films uit de jaren zeventig wees regisseur David Mackenzie aan als inspiratie voor ‘Hell or High Water’.

©

Zoals in de jaren zeventig worden ze niet meer gemaakt, hoor je regelmatig. Maar dat is niet helemaal waar. Er worden nog steeds films gemaakt die duidelijk zijn geïnspireerd op de toenmalige bloeiperiode van de Amerikaanse film: kleinschalige films, die uitgaan van de leefwereld van de hoofdpersoon en niet van de plot of het spektakel. Maar zulke films worden wel minder vaak gemaakt dan in de gouden jaren zeventig, toen Hollywood de greep op het – jonge – publiek kwijt dreigde te raken, en min of meer carte blanche gaf aan opkomende filmmakers als Martin Scorsese, Francis Ford Coppola en Peter Bogdanovich.

Veelgevraagd man

Toch weet zich van tijd tot tijd nog zo’n film te handhaven tussen de superheldenfilms en bestsellerverfilmingen. Hell or High Water, waarin politieman Jeff Bridges jaagt op twee bankrovende broers, is er zo één. De Schotse regisseur David Mackenzie, inmiddels een veelgevraagd man in Hollywood, liet weten dat een aantal films uit de jaren zeventig als inspiratiebronnen heeft gediend voor zijn film.

In de eerste plaats, vertelde hij, liet hij zich inspireren door het werk van Hal Ashby, die onder meer de bekende roadmovie The Last Detail (1973) maakte, met Jack Nicholson als een ronddolende matroos. Maar ook het geflopte, en tamelijk onbekend gebleven Kill Charley Varrick (eveneens uit 1973) van regisseur Don Siegel – de leermeester van Clint Eastwood – wees hij aan als inspiratiebron. Daarin speelt Walter Matthau een ex-stuntpiloot die aan lager wal is geraakt en er bij een bankroof per ongeluk met een fortuin van de maffia vandoor gaat.

Nog veel directer is de inspiratie geweest van de andere drie films die hij in zijn achterhoofd had, omdat het alle drie films zijn waarin de jonge Jeff Bridges te zien was. De klassieker van Peter Bogdanovich The Last Picture Show (1971), over scholieren in hun eindexamenjaar in een vergeten uithoek van Texas, was zelfs het filmdebuut van Bridges. In die film belichaamde acteur Ben Johnson, bekend uit de westerns van John Ford, met zijn weemoedige blik, trage bewegingen en verweerde gezicht de historie van het oude Westen. Hij kreeg een Oscar voor zijn rol. Nu draagt Bridges zelf al die geschiedenis met zich mee in Hell or High Water.

Inspiratiebron

Net als de Schot Mackenzie was de jonge Bogdanovich een outsider in het zuiden van de VS, dat hij nauwelijks kende. Maar het autobiografisch geïnspireerde scenario van Larry McMurtry (naar zijn eigen roman) verschafte hem de kennis van binnenuit die hij nodig had; dat is ongeveer dezelfde rolverdeling als bij Mackenzie en zijn scenarist Taylor Sheridan.

In Thunderbolt and Lightfoot (1974), nog een inspiratiebron, was Bridges de uitgelaten jonge hond naast Clint Eastwood, in het regiedebuut van Michael Cimino. De film is een bij vlagen psychedelische roadmovie over twee zwervende criminelen: de kleine krabbelaar (Bridges) en de ervaren bankrover (Eastwood).

Mackenzie heeft ook nog goed gekeken naar de bukowskiaanse boksfilm Fat City (1972) van – toen al – veteraan John Huston. Bridges is hier het natuurtalent dat wellicht een mooie toekomst voor zich heeft in de ring. Stacy Keach is maar een paar jaar ouder, maar hij heeft door zijn drankgebruik die mooie toekomst al achter zich liggen. Beide mannen komen aan de kost met dagarbeid als fruitplukkers, in een film die een nog snijdender portret geeft van de armoede in de Verenigde Staten dan Hell or High Water.

Met Hell or High Water is de cirkel zo mooi rond. De film is hoe dan ook een prachtige aanleiding om Bridges’ vroege films te zien of nog eens te herzien. Dat is bepaald geen straf.