Recensie

De Buchmesse: ideale plek om het Nederlandse boek te promoten

Frankfurter Buchmesse De belangrijkste boekenbeurs ter wereld is opnieuw een uitgelezen kans om de Nederlandstalige literatuur in het buitenland te promoten.

Minister Jet Bussemaker met schrijver Tommy Wieringa op weg naar de Buchmesse. Foto Remko de Waal/ANP

Vandaag geven minister Bussemaker (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) en de Vlaamse minister-president Bourgeois het startsein voor het gastlandschap van Nederland en Vlaanderen op de Frankfurter Buchmesse. Daarna openen de koningen van beide landen het Nederlands-Vlaamse paviljoen. De Buchmesse vindt plaats tot en met 23 oktober.

Nederland en Vlaanderen waren in 1993 ook al gastland. Toen kwam er meer aandacht voor de Nederlandse literatuur. De verwachting is dat dit nu opnieuw zal gebeuren. Vooralsnog zijn in Duitsland – de belangrijkste afzetmarkt voor vertaalde Nederlandse literatuur – met name auteurs als Cees Nooteboom, Margriet de Moor en Connie Palmen populair. Maar nu worden ook jongere auteurs gelanceerd. Daartoe organiseerden het Nederlands Letterenfonds en het Vlaamse Fonds voor de Letteren de afgelopen maanden in Duitsland al verschillende optredens.

Bij aanvang van de Buchmesse zullen er 306 Nederlandse boeken in Duitse vertaling zijn – in alle genres, van fictie tot reisboek en graphic novel. Normaal zijn dat er jaarlijks 85, aldus het Nederlands Letterenfonds.

In totaal nemen de fondsen dit jaar 72 Nederlandse en Vlaamse auteurs mee om op de Buchmesse op te treden. Sommigen gaan op uitnodiging van hun uitgeverij mee, wat het totaal op 99 auteurs brengt.

Voor het Nederlands-Vlaamse eregastschap kon het Nederlands Letterenfonds rekenen op financiële projectondersteuning van de Nederlandse overheid van 3,3 miljoen euro. Het Vlaamse Fonds voor de Letteren kreeg een extra financiële projectondersteuning van de Vlaamse overheid van 2,4 miljoen euro. Het totaal aan overheidssubsidie komt dus neer op 5,7 miljoen euro. Daarvan zijn zowel de voorbereidingen, de Buchmesse zelf, als de activiteiten in Duitsland eerder dit jaar betaald. In 1993 bedroeg het totale budget ongeveer 5 miljoen gulden.

Het verschil in de Nederlandse en Vlaamse subsidie zit volgens Hanneke Marttin van het Nederlands Letterenfonds in het feit dat „een groot deel van de Vlaamse auteurs ook via de Nederlandse uitgeverijen wordt vertegenwoordigd. In die zin komt het gastlandschap ook meer aan de Nederlandse markt ten goede.”