Column

Bent u ook zo bang dat ’t uw schuld is?

mennotamminga0

Woensdag is het 29 jaar geleden dat Wall Street instortte. Na een tumultueuze dag sloot de Dow Jones-index 22,6 procent lager. Dat is nooit meer herhaald, ook niet in de kredietcrisis van 2008.De krach werd die dag doorgegeven van beurs naar beurs. Tokio. Hongkong. Amsterdam. Londen. New York. Dat was nieuw. Je kon het op CNN volgen.

Eén vraag beheerste alles: is dit ons 1929 en volgt een economische depressie à la de jaren dertig?

Toen ik ’s avonds naar huis fietste dacht ik aan de vijf netto jaarsalarissen die ik had geleend om een flat te kopen. Iedereen werkloos? Het bleef bij beurspaniek.

Die crash was de toekomst. De liberalisering van financiële instellingen en markten (Reagan, Thatcher) en instant-communicatie hadden de economie wezenlijk veranderd. Het was nooit meer veilig, stabiliteit was tijdelijk.

Die Wall Street-crash liet zien dat de financiële wereld een kracht op zichzelf was geworden, die een economie kon maken of breken. Het financiële systeem was „eerder leidend, dan volgend of faciliterend geworden”, concludeerde de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) vorige week. Samenleving en financiële sector in evenwicht heet het rapport (263 pagina’s). De WRR kijkt vooral naar 2008, maar de kiemen van instabiliteit zijn dertig jaar eerder gezaaid.

Ik biecht op dat ik niet alles heb gelezen. Maar wat ik las, stelt me teleur. Het rapport is doordrenkt van angst voor schuld. (Terwijl de rente historisch laag is…) Ja, schuld maakt kwetsbaar, zoals ik 29 jaar geleden voelde. Maar schuld is ook brandstof van economische groei. Voor ondernemers en burgers. Met geleend geld heeft 60 procent van de huishoudens een eigen huis. Misschien te filosofisch, maar leningen zijn voor iedereen die vooruit wil een manier om z’n aspiraties te verwezenlijken.

Teleurstelling twee. De WRR constateert dat die liberaliseringen, die in de jaren tachtig begonnen, de financiële instabiliteit hebben vergroot. Dus wat is er logischer dan die trend terug te draaien? Dat doet de WRR niet. De WRR wil de regels wat aanscherpen en banken dwingen extra kapitaal aan te leggen, dan wordt het veiliger.

Maar extra regels à la WRR hebben ook hun prijs. Je kunt wel doen alsof banken bij verplicht hogere buffers net zoveel krediet zullen blijven geven, maar de recente ervaringen zijn anders. Wie de regels verandert, verandert het gedrag van de spelers.

Derde teleurstelling: de eenzijdige samenstelling van het lijstje geraadpleegde deskundigen. Er is een overmaat aan experts uit of nabij de financiële wereld: hoogleraar, belangenbehartiger of controleur. Twee vrouwen, 34 mannen.

De titel van het rapport gaat over de samenleving. Maar waar zíjn wij? Geen Wouter Bos en Jan Peter Balkenende, respectievelijke minister van Financiën en minister-president in de kredietcrisis. Hoe kijken zij er nú tegenaan? Maatschappelijke organisaties moeten een grotere rol krijgen, zegt de WRR. Maar geen Consumentenbond. Geen Antoinette Hertsenberg (Radar). Geen vakbonden. Geen onderzoeksbureau Somo. Geen Kim Putters (Sociaal en Cultureel Planbureau). Geen wetenschappelijke bureaus van bijvoorbeeld VVD, CDA en PvdA.

Teleurstelling vier. De WRR signaleert in Nederland terecht „trekken van een renteniersnatie”. We hebben teveel vermogen dat niet productief is. Zegt de WRR. Dus al die schuld is slecht, maar rentenieren mag ook niet. Nederland, je zal er maar wonen.