‘Nederland deed niks met DNA-bewijs in de zaak-Van der Dussen’

Nederlandse Ambassade

Romano van der Dussen zou niet de cel in gaan voor verkrachting. Toen dat toch gebeurde, liet Nederland hem vallen, stelt hij.

Romano van der Dussen in de oude gevangenis van Mallorca. Foto Edwin Winkels

Nederland wist al in 2004, een jaar vóórdat de strafzaak tegen Romano van der Dussen (43) begon, dat aangetroffen vingerafdrukken en een DNA-spoor in het schaamhaar van het verkrachte slachtoffer niet van hem waren. De ambassade in Madrid bracht hem daarvan schriftelijk op de hoogte, blijkt uit een brief in handen van NRC. Toen hij in 2005 toch schuldig werd bevonden aan verkrachting bleef de benodigde bijstand van de ambassade volgens hem uit. Van der Dussen verwijt Nederland „ernstige nalatigheid” en gaat een claim indienen.

Pas vorig jaar werd definitief duidelijk dat het DNA van de Britse moordenaar Mark Dixie was. Op 11 februari dit jaar sprak het Spaanse hooggerechtshof Van der Dussen vrij van verkrachting. „Nederland heeft me gewoon onschuldig laten veroordelen terwijl in 2004 al duidelijk was dat ik de verkrachting nooit gepleegd kón hebben”, stelt Van der Dussen.

Tweede Kamerlid Pieter Omtzigt (CDA) heeft forse kritiek op de geboden hulp. „De ambassade in Madrid was in 2003 al op de vingers getikt door de Nationale ombudsman omdat ze opgepakte Nederlanders niet of onvoldoende bijstond bij hun proces. Dat is met Van der Dussen zeker weer het geval gebleken. Dat maakt ook deze brief duidelijk”, aldus Omtzigt. Het ministerie van Buitenlandse Zaken stelt vanaf het begin voldoende hulp geboden te hebben. „We mogen ons alleen niet in de rechtsgang van Spanje mengen”, aldus een woordvoerder.

De brief die Van der Dussen kreeg van de ambassade in Madrid. Tekst gaat verder na de brief.

Alibi werd niet onderzocht

Van der Dussen heeft altijd volgehouden dat hij onschuldig was in de zaak waarin hij werd verdacht van een poging tot verkrachting, twee aanrandingen en diefstal met geweld. Daarbij waren in de vroege ochtend van 10 augustus 2003 in Fuengirola drie slachtoffers betrokken. De twee aangerande vrouwen en een getuige die op een balkon stond wezen Van der Dussen aan als dader. De vrouw die verkracht zou zijn, herinnerde zich niets. Verder ontbrak ieder tastbaar bewijs. Het alibi van Van der Dussen werd niet onderzocht. De aanklager en de rechter gingen ervan uit dat alle delicten door dezelfde persoon waren gepleegd.

Uit vervolgonderzoek bleek dat de DNA-sporen niet van Van der Dussen waren. De aanklacht wegens verkrachting zou komen te vervallen. Daarover wordt hij op 7 juli 2004 schriftelijk geïnformeerd door het plaatsvervangend hoofd consulaire zaken van de Nederlandse ambassade in Madrid. „Op 5 en 6 juli berichtte de medewerkster van het consulaat mij over de negatieve uitslagen van het DNA-onderzoek en de vingerafdrukken, alsmede dat de openbare aanklager de aanklacht verandert van verkrachting in roof en intimidatie”, schrijft aan Van der Dussen, die destijds in Málaga vastzat.

Het liep anders. Van der Dussen werd toch voor verkrachting veroordeeld. De zaak kreeg pas een wending toen het aangetroffen DNA in 2006 in een internationale databank bleek te matchen met dat van Dixie. In maart 2007 werd de match bevestigd in een rapport van het Spaanse gerechtelijke laboratorium. Daarop liet het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken experts onderzoek doen naar de zaak.

Lees ook een interview met Van der Dussen van vorig jaar: Mijn moeder wist dat ik nooit zoiets zou doen

In januari 2010 werd in een vertrouwelijk rapport van het Spaans-Nederlandse advocatenkantoor Gimbrère, gemaakt in opdracht van het ministerie, geconcludeerd dat verschillende partijen fouten hadden gemaakt. Het ministerie stelde zich daarna passief op en adviseerde Van der Dussen het onderzoek met een advocaat te bespreken. Van der Dussen kon daarvoor echter geen advocaat aanstellen: de benodigde 12.000 euro had hij niet. Het rapport verdween in een la. De zaak bleef gesloten.

Pas na 12,5 jaar kwam hij vrij

De Spaanse advocaat Silverio García Sierra wist in een moeizame samenwerking met de Nederlandse stichting PrisonLaw met een nieuwe DNA-test en een bekentenis van Dixie de zaak alsnog te laten heropenen en Van der Dussen op vrije voeten te krijgen. Eind deze maand komt het boek Twaalf jaar onschuldig in de cel van Edwin Winkels uit. Daarin hekelt Van der Dussen de rol van Nederland. Volgens hem drong de huidige ambassadeur in Madrid erop aan dat een aantal passages zou worden herschreven. „Dat heb ik geweigerd”, zegt Van der Dussen. „Het is mijn verhaal. Toen ik een kopie van de brief uit 2004 naar de ambassadeur whatsappte bleef het verder stil.”

Minister Bert Koenders (Buitenlandse Zaken, PvdA) meldde een jaar geleden dat Van der Dussen sinds zijn arrestatie in 2003 door Nederland altijd op adequate wijze bijstand is verleend. Koenders stelde dat pas in mei 2015 „echt zekerheid” bestond over de gevonden DNA-sporen. Die bleken van Dixie te zijn. Volgens Koenders heeft hij er daarna meermaals bij zijn Spaanse ambtgenoot op aangedrongen de zaak spoedig af te handelen. Van der Dussen: „Pas toen er grote druk vanuit de media kwam, is Nederland in actie gekomen. In plaats van me volledig vrij te spreken zijn de andere veroordelingen blijven staan. Ik ben ervan overtuigd dat er een deal is gesloten tussen twee landen die samen hun handen in onschuld wassen. En ik sta nog steeds te boek als een verkrachter.”