Recensie

Vijf ballen voor concert PJ Harvey: prachtig pleit ze voor een humane wereld

Concert PJ Harvey maakt popmuziek van de buitencategorie. Dit weekend stond ze in de Heineken Music Hall.

Foto Jean-Christophe Bott/EPA

Als een muzikant met een missie ging Polly Jean Harvey de afgelopen jaren op zoek naar inspiratie. Ze verbleef een tijdlang in Kosovo, Kabul en Washington om op die schijnbaar verschillende plaatsen uit te vinden hoe het er voor staat in de wereld. Als een journalist tekende ze op wat ze aantrof, om uit die informatie de muziek van haar album The Hope Six Demolition Project te kneden.

PJ Harvey maakt popmuziek van de buitencategorie, nu ze negen knoestige muzikanten met trommels en blaasinstrumenten mee op tournee neemt om haar geëngageerde muziek een theatrale vorm te geven. Ze acteert haar nummers met grote expressie, omringd door stemmig zingende kerels. Aangevoerd door bandleiders Mick Harvey en John Parish vormen ze samen de perfecte kruising tussen een fanfare, een Balkanorkest en een rockgroep, met Harvey zelf op saxofoon als haar songs vragen om een blazerssectie.

Luister hier het album The Hope Six Demolition Project. De tekst gaat verder onder de afspeellijst.

Rondom haar albumproject bouwde PJ Harvey een meeslepend narratief, met oudere songs als ‘When Under Ether’ als passende bouwstenen in haar gezongen pleidooi voor een humane wereld. De reveille blazende trompet in ‘The Glorious Land’ werd een niet met zoveel woorden uitgesproken protest tegen de Brexit, terwijl de in Afghanistan opgenomen kinderstemmen in ‘Dollar, Dollar’ een bedwelmende sfeer gaven in een lied over het leven dat doorgaat in een oorlogsgebied.

Harvey (47) kan zich inmiddels meten met Tom Waits en Nick Cave als een muzikant die aan alle futiliteiten van de popwereld ontstijgt (hitsingles, hoezo?) en muziek maakt uit pure gedrevenheid. In een bijna demonische versie van haar rocksong ‘50ft. Queenie’ werd al haar furie samengebald; zo bevlogen klinkt popmuziek op zijn krachtigst.