Opinie

‘Transparante’ ziekenhuisprijzen creëren juist mist

Opinie Als we zorggebruikers opvoeden tot kritische koopjesjagers, is de kans groot dat ze in ziekenhuizen behandeld gaan worden waar goedkoop duurkoop is, meent Hugo Keuzenkamp.

Foto iStock

Wie kan er tegen transparantie zijn? In onze gezondheidszorg is er een toenemende roep om inzicht in prijs en kwaliteit. Zorggebruikers kunnen dan een goede keuze maken en dat helpt in de strijd tegen slechte of dure zorgaanbieders. Minister Schippers heeft 2015-2016 tot ‘het jaar van de transparantie’ uitgeroepen.

Maar het wil nog niet zo vlotten, met die transparantie. Op het gebied van kwaliteit van zorg zijn er nog maar weinig echt goede, onomstreden kwaliteitsmaatstaven. We boeken gelukkig wel vooruitgang: langzaam maar zeker ontstijgen we het meten van proceskenmerken (‘Is er een protocol voor handenwassen?’) en komen we bij waar het om gaat, de uitkomsten van zorg (‘Hoe vaak zijn er infecties?’). Waarbij het dan nog de vraag is wat het zwaarste weegt: de ervaren uitkomst of de objectieve uitkomst. Een patiënt kan tevreden zijn over een matige behandeling van een empathische arts, en ontevreden over een technisch perfecte ingreep van een afstandelijke dokter die geen tijd voor tekst en uitleg heeft. Als beide soorten informatie beschikbaar komen, dan kunnen mensen zelf bepalen wat het zwaarst weegt.

Maar niet alleen de kwaliteit zou transparant moeten zijn, ook de prijs. Want als dezelfde ingreep in het ene ziekenhuis twee keer zoveel kost als in het andere, dan wil je dat als zorggebruiker weten. Immers, die prijs bepaalt je eigen risico. NRC-redacteur Jeroen Wester heeft in een serie artikelen laten zien dat de prijzen van ziekenhuisbehandelingen veel weg hebben van een duistere loterij. Hij pleit voor transparantie, en als ziekenhuizen zelf de informatie niet willen prijsgeven dan moeten lezers hun bonnetjes maar via de krant met elkaar delen. Wester heeft steun gekregen van zorgverzekeraar CZ, die zijn inkoopprijzen heeft gepubliceerd. Ook bestuursvoorzitter Fonteijn van de Autoriteit Consument en Markt, die in de NRC liet weten „erg van het overstappen te zijn” pleit voor openbaarmaking van ziekenhuistarieven. Vrijdag gaf het eerste ziekenhuis, het Medisch Centrum Zuiderzee, aan de oproep gehoor. Wie kan daar nou op tegen zijn?

Wel, ik ben tegen. Transparante ziekenhuisprijzen creëren vooral mist, en erger, ze leiden tot een foute marktdynamiek. Zeker als aard en kwaliteit van een product niet helder zijn.

Nu zit ik in een verdachte hoek: als ziekenhuisbestuurder zou ik wel eens belang kunnen hebben bij ‘geheime’ prijzen. En ja, ik geef het maar toe: de prijzen van ons ziekenhuis zijn hoger dan gemiddeld. Althans, dat hoor ik elk jaar van zorgverzekeraars. Nu horen alle zorgaanbieders dat, maar in ons geval is het waar: onze prijzen zijn hoog. Neem een operatie voor het verwijderen van een galblaas. Dat kost grofweg 3.200 euro voor een kijkoperatie, waarbij de patiënt nog dezelfde dag naar huis kan (dagbehandeling). Soms, bij moeilijker patiënten, moet de buik opengesneden worden en is een overnachting in het ziekenhuis nodig (klinische behandeling). Dit kost ongeveer 5.000 euro. Beide ingrepen zijn in veel andere ziekenhuizen goedkoper (het landelijk gemiddelde voor de klinische ingreep is 4.900 euro, de prijs varieert van 2.200 tot 8.000 euro). Echter, de kans dat de ingreep via een goedkope kijkoperatie wordt uitgevoerd is bij ons aanzienlijk hoger: ook ‘moeilijke’ patiënten worden op die wijze geopereerd. De relatief complexe patiëntengroep verklaart een hogere gemiddelde prijs. De kleine groep overblijvende patiënten is daardoor weer lastiger dan de patiënten die in groteren getale elders een klinische behandeling krijgen. Dus ook die prijs is bij ons hoger. De behandelmix maakt ons per saldo juist goedkoop. Als we nu zorggebruikers willen opvoeden tot kritische koopjesjagers, dan is de kans groot dat ze in ziekenhuizen behandeld gaan worden waar goedkoop duurkoop is: ze krijgen vaker de kostbare klinische behandeling.

Dit voorbeeld staat niet op zichzelf. Er zijn ziekenhuizen waar conservatief (afwachtend) beleid gecultiveerd wordt, zodat alleen echt noodzakelijke behandelingen geboden worden Dit zie je terug in cijfers over ‘praktijkvariatie’. Ons ‘dure’ ziekenhuis scoort hier over de hele linie goed in. Een liesbreuk wordt bijvoorbeeld niet geopereerd, tenzij deze echt last veroorzaakt. Hoe gek dat ook klinkt: dit is in ziekenhuizen niet standaard. De schoorsteen moet immers roken.

Een gevolg van zinnige zorg is dat, ondanks bovengemiddelde stuksprijzen, de zorgkosten in de regio West-Friesland ruim 10 procent onder het landelijk gemiddelde liggen. Als zorggebruikers, aangemoedigd door CZ, de ACM of de stukken van Wester, voor de prijspakkers gaan, dan leidt dat tot duurdere zorg. Het leidt ook tot prijsconcurrentie, in een markt waar kwaliteitsconcurrentie veel meer waarde oplevert.

Intussen kampen zorggebruikers wel met niet uitlegbare prijsverschillen die gekoppeld zijn aan een technocratisch begrip, de ‘diagnose-behandelcombinatie’. Omdat het eigen risico wordt afgerekend op basis van malle prijzen, voelt dat onrechtvaardig. En dat is het ook. Het eigen risico kan daarom veel beter gekoppeld worden aan eenvoudige termen, zoals een consult in de polikliniek (bijvoorbeeld 75 euro), een bezoek aan de spoedeisende hulp (100 euro), bijkomende beeldvormende diagnostiek zoals een foto of een scan (75 euro), een overnachting in de kliniek (200 euro), en een operatieve ingreep (300 euro). De prijs voor de zorggebruiker is dan in elk ziekenhuis hetzelfde. De klant kan bij het maken van een keuze nog altijd kritisch zijn, door te kijken naar kwaliteit (patientervaring, keurmerken, zinnige zorg). De verzekeraar mag kritisch op zoek gaan naar waar voor zijn premiegeld.