Stiekem zagen, stiekem oogsten: wiet in de natuur

Reportage | Wiet in de Biesbosch

Wiet telen midden in een natuurgebied: het kost veel moeite, en levert veel minder op dan in een huis of loods. Maar de pakkans is bijna nul. Burgemeesters willen daarom vaker drones in kunnen zetten.

Politieagenten in de Biesbosch, afgelopen zomer. In het natuurgebied werden drie wietplantages aangetroffen. Foto Etienne Busink / Novum

Wijkagent Jan Kleijer zucht nog eens diep als hij eraan terugdenkt. Het was hartje zomer 2016. Ruim een half uur ploegde hij al door nationaal park De Biesbosch, samen met de boswachter. Omdat er uit luchtfoto’s zou blijken dat hier ergens een wietplantage zou zitten. Maar waar?

De begroeiing was overal hoger dan het gezichtsveld. En dan, plotseling, een open plek, vol met wietplanten. Drie mannen waren plantjes aan het knippen. Jan Kleijer deinsde even terug. Daarna controleerde hij zo snel mogelijk of de drie mannen wapens hadden, en riep: „Politie! Handen omhoog!”

Deze zomer werden er drie wietplantages gevonden in de Biesbosch. Twee grote plantages van meer dan duizend planten en een kleine plantage van zo’n vijftien planten. Dat is een zomer vol wiet in vergelijking met de jaren ervoor: de laatste acht jaar werden er zes grote wietplantages gevonden in het gebied, volgens cijfers van Staatsbosbeheer.

Ook op plekken buiten de Biesbosch was het deze zomer raak: in augustus werden in de Ouddorpse duinen drie wietplantages aangetroffen. Afgelopen weekeinde achtervolgde in het Noord-Brabantse Hilvarenbeek een boswachter twee mannen met 120 kilometer per uur over een bospad die op een eilandje een wietplantage bleken te hebben ingericht.

Handen omhoog

Als wijkagent Jan Kleijer de wietplantage in de Biesbosch ontdekt, hoeft hij zijn pistool niet te gebruiken. De mannen doen trillend hun handen omhoog, en Kleijer controleert het trio op wapens. Als die er niet zijn, geeft hij de mannen opdracht om de route naar hun plantage te laten zien. „Alleen de boswachter was erbij, maar die heeft geen boeien, alleen een zakdoek. Wij teruglopen, en weet je wat die gasten doen? Lopen ze per ongeluk zo door een ander wietveldje van ze. In totaal was het een plantage van zo’n duizend planten, verdeeld over drie veldjes.”

Buiten het bos staan meerdere politieauto’s te wachten en worden de mannen in de boeien geslagen. Wat volgt is een uitgebreide opruimactie.

Urenlang rukte hij samen met onder anderen de boswachter wietplanten uit de grond, terwijl hij lek werd gestoken door muggen, en tot zijn middel wegzakte in de drassige grond. Toch kijkt Kleijer met genoegen terug op die zomerdag in juli.

„Je moet dit niet hebben in een natuurgebied. Ze hadden alles omgekapt en weggesnoeid, en dat in beschermd gebied. Als je die daders dan op heterdaad pakt, is dat een lekker gevoel. Zeker omdat je zulke daders bijna nooit pakt, wietteelt in het buitengebied kent bijna nooit arrestanten.”

Brandnetels groeien harder dan wietplanten, en voor je het weet is je hele plantage overwoekerd

Jungle

Een dag voordat de plantage bij Dordrecht wordt gevonden, is het raak aan de andere kant van de Biesbosch. Zo’n 250 meter vanaf het pad, een tocht langs brandnetels, boomstronken en uit de kluiten gewassen struiken, wordt een wietplantage met 1.500 planten gevonden. Een paar maanden later herinnert een open vlakte midden in de allesoverheersende begroeiing eraan dat hier deze zomer wiet geteeld werd. Inmiddels heeft de natuur het weer overgenomen: er groeien brandnetels en er springt een kikkertje rond.

Toch is er nog een groot contrast te zien: het voormalige wietveld is een plotselinge kale plek, midden in een wirwar van metershoge natuur. Dat verschil laat volgens Imke Boerma van Staatsbosbeheer zien hoeveel moeite het kost een wietplantage midden in de natuur aan te leggen. „Deze plek is onzichtbaar vanaf de weg. De Biesbosch is als een jungle: als je hier een wietplantage opzet, dan moet je in de zomer oogsten, dus ’s winters al beginnen met snoeien. Allereerst moet je een plek vinden waar de zon geregeld op valt. Die moet je dan zo’n zes keer per jaar bijhouden. Want brandnetels groeien harder dan wietplanten, en voor je het weet is je hele plantage overwoekerd.”

Verstopte kano

Boswachters treffen in de Biesbosch soms gereedschap aan dat wijst op intensieve arbeid, vertelt Boerma.

„Sommige van die plantages zijn alleen bereikbaar via het water. Dan verstoppen de daders ergens hun kano. Bij die plantage in Werkendam hebben we langs de route naar de plantage allerlei gereedschap gevonden, zoals zeisen en beugelzagen. Natuurlijk nooit elektrisch want het mag geen kabaal maken. Ze moeten heel veel snoeien, en alles moet met de hand. Het gaat zelfs zo ver dat er een slaapzak bij de plantage ligt. Waarschijnlijk voor iemand die een nacht midden in het bos de wacht houdt en de dag erna weer met een auto wordt opgepikt.”

De vele moeite die wordt gestoken in het telen van wiet in het buitengebied, komt niet terug in een hogere verkoopprijs. Sterker nog, als je wiet teelt in een gecontroleerde omgeving, bijvoorbeeld onder felle lampen in een bedrijfsloods, brengt het zo’n 4.000 euro per kilo op, zegt een woordvoerder van de politie Zeeland-West-Brabant. In het buitengebied is dat slechts 1.250 euro per kilo, puur door kwaliteitsverschil. Daarnaast kan bij een wietplantage elke acht tot tien weken geoogst worden, en in het buitengebied slechts een tot twee keer per jaar.

Alleen heterdaad

Dat er toch mensen zijn die zich door de wildernis van het buitengebied heen worstelen om een wietplantage te beginnen, komt door de pakkans, zegt agent Jan Kleijer. „Je kan dan wel maar één of twee keer per jaar oogsten, maar de pakkans is klein. De enige manier om deze criminelen te arresteren is een heterdaad. Daarnaast kun je veel grotere hoeveelheden wiet produceren. Doordat we de we wietteelt flink aanpakken in woningen, wijken sommige van die gasten uit naar de buitengebieden.”

De burgemeesters van Westvoorne, Drimmelen en Werkendam, gemeenten die in het verleden te maken hadden met wietteelt in het buitengebied, zeggen weinig mogelijkheden te hebben om op te treden tegen het fenomeen. „Als er in een loods of woning een wietplantage zit, dan heb je als burgemeester de bevoegdheid om zo’n woning te sluiten”, zegt Yves de Boer, burgemeester van Werkendam. „Ik ben er bevreesd voor dat om die reden sommige criminelen gaan uitwijken naar gebieden waar er een kleine kans is dat ze gepakt worden.”

Burgemeester Gert de Kok van de gemeente Drimmelen zegt dat er actie nodig is om te voorkomen dat de Biesbosch „een witte vlek” wordt. „De bossen zijn heel lastig te bereiken, soms kun je er niet eens met de auto komen. Het gebied ligt niet op de gebruikelijke route en er is geen apart politiebureau aanwezig. Dat geldt voor meer buitengebieden, daar moet meer aandacht komen voor de duistere zaken die zich er afspelen.”

Het blijft bizar dat midden in ons bos drie mannen met zagen dagenlang doodstil te werk zijn gegaan

Imke Boerma van Staatsbosbeheer

img_01491

Dertien dronepiloten in opleiding

De burgemeesters van de drie gemeenten vinden dat de politie meer drones – computergestuurde of op afstand bestuurbare, onbemande vliegtuigjes met camera’s – zou moeten gebruiken. „Drones zijn een nieuw instrument, maar het is een middel dat te weinig wordt ingezet”, zegt burgemeester Peter de Jong van de gemeente Westvoorne, waar in het verleden wietplantages in de duinen werden gevonden. „Ik zou ervoor willen pleiten dat er meer tijd en geld wordt gestoken in de opleiding van agenten die zo’n drone kunnen besturen.”

De politie gebruikt momenteel geen drones, maar wil dat wel weer gaan doen, meldt een woordvoerder van de Landelijke Eenheid. Voor welke situaties drones een optie zouden kunnen zijn, kan hij nog niet zeggen. Voorlopig volgen er slechts dertien agenten een opleiding tot dronepiloot. De Werkendamse burgemeester Yves de Boer: „Zo’n drone is voor het buitengebied ideaal, die kan heel veel ontdekken. Drones moeten op grote schaal worden ingezet.”

Tot die tijd komt veel opsporing neer op boswachters. Zoals in de Biesbosch bij Werkendam. Op de open vlakte waar in juli 1.500 wietplanten stonden, ligt nog een stukje houtwol, dat gebruikt wordt als voedingsbodem voordat wietplanten in de natuur worden gezet. Verder is het stil. Het kost de wilde natuur hier zo’n drie jaar om alle zichtbare sporen van de wietplantage uit te wissen.

„Het blijft bizar”, zegt Imke Boerma van Staatsbosbeheer, „dat midden in ons bos drie mannen met zagen dagenlang doodstil te werk zijn gegaan. En dat alles voor een veldje met wietplanten, die ze uiteindelijk dus niet hebben kunnen oogsten. Bizar, maar blijkbaar is dat ze het risico waard van dit lucratieve vak.”