Column

Schoppen vanuit een diepe normatieve overtuiging

maximefebruari0

Ene psychiater in de ene weekendkrant: „…we durven elkaar niet meer in de ogen te kijken…we zijn bang voor verveling, maar vooral voor de stilte …we vergeten die ander … als we niets doen gaat de boel naar de vaantjes …” Andere psychiater in de andere weekendkrant: „…we zijn heel behoudend en conservatief geworden…te bangelijk…ik wil graag over angst vertellen omdat ik het gevoel heb dat we verkeerd bezig zijn…”

Ach. En ik was nog wel zo van plan geweest opgewekt aan het werk te gaan. Al dagen dacht ik over de uitgangspunten van de constructieve journalistiek, een vorm van nieuwsproductie die zich bewust is van de effecten van het nieuws. De effecten die een overvloed aan negatieve berichten heeft op de samenleving. Niet dat zo’n constructieve aanpak een vorm van wegkijken is, schrijft onderzoeker Maarten Corten hierover op de site van De Nieuwe Reporter. Het is geen naïeve ophemeling van het positieve, maar draait om een besef van maakbaarheid en om het zoeken naar alternatieven.

Nu ik al jaren boektitels voorbij zie komen als Culture of Fear, Culture of Narcissism, Age of Greed, Borderline Times, denk ik dat ook sociologen en sociaal-psychiaters zich wel eens bewust mogen worden van de effecten die hun grote intellectuele greep op de maatschappij heeft. Herhaald bij het ontbijt te horen krijgen dat we allemaal verkeerd bezig zijn, heeft op mij niet het opmonterende effect dat de onderzoekers er misschien van verwachten.

Overdonderd door een golf aan apocalyptische analyses moet ik me daarom even hernemen; na het ontbijt begin ik te rommelen door de moraal. Met die moraal is ook van alles mis, trouwens. De wereld verandert, ongelijkheid en armoede nemen toe, nieuwe technologie en chaos verzwakken het bestuur, en politiek links heeft op de daardoor ontstane vragen tot nu toe geen goed antwoord gevonden. Dat valt, schrijven de serieuzere commentatoren, de linkse politiek kwalijk te nemen als een moreel tekort. E.J. Dionne Jr., in The Washington Post: „This is not just a political mistake but also a moral failing.”

Daar knappen we dan nog niet direct van op. Toch is er een verschil tussen de sociaal-psychologische vaststelling dat we niet deugen en de morele klachten daarover. Een morele klacht heeft een vitaliteit die ontbreekt in de gedachte dat we bang zijn voor de stilte en elkaars ogen: moraal stelt duidelijke eisen en nodigt uit tot gesteggel daarover. Een morele oproep aan linkse partijen om zich eindelijk eens het lot van de populistische kiezers aan te trekken is een constructieve aanpak, al was het maar omdat er gedoe van komt. En gedoe is een stuk beter dan gezeur.

In mijn archief vind ik een stapeltje knipsels over moraal. Veel mensen beschouwen morele normen als een onwrikbaar dictaat. Alsof normen en waarden op een onbekende plek in Den Haag worden gefabriceerd door een managementgroep van rijksambtenaren, waarna ze top-down op de samenleving worden losgelaten. Van zo’n gedachte kun je natuurlijk behoorlijk balorig worden. Een zangeres bezingt in de krant daarom de verdienste van Kurt Cobain. „Kurt heeft me leren schoppen tegen normen en waarden. Weg ermee.”

Een briefschrijver, juist heel blij met de vaste voorschriften, maakt bezwaar tegen heilige boeken als de Bijbel en de Koran. Die staan namelijk vol tegenstrijdige berichten en zijn dus vatbaar voor uitleg en interpretatie. „Het zijn grabbeltonnen die de algemeen menselijke moraal op losse schroeven zetten.” Wiebelige beeldspraak, waaruit wel valt op te maken dat de briefschrijver vastigheid wil.

Een derde knipsel is een interview met het brein achter het boekhoudschandaal bij Enron. Moraal en leven hebben weinig raakvlakken, zegt het brein bij zijn vrijlating uit de gevangenis. Moraal is rigide en statisch. „Bij het vak ethiek leren jullie dat zaken zwart of wit zijn.” Maar de verhoudingen, die zijn niet zo. In het echte leven draait alles om grijze gebieden, om achterdeurtjes, ambiguïteit en mazen in de wet. Dan heb je aan vaste normen en waarden niet veel.

Hoewel het mapje moraal dus beschouwt als een immobiel corpus, reageert men hier met schoppen, daar met voegen en verderop met liegen. En de ironie wil dat juist in deze dynamiek, in deze grabbelton van reacties, zich zoiets aftekent als een maatschappelijke moraal. Wie schopt, schopt niet voor niets, die schopt vanuit een kennelijk diep zittende normatieve overtuiging. Al dat sjacheren en hannesen en harrewarren draagt uiteindelijk met al zijn vitaliteit bij tot het vormen van iets algemeen menselijks.

En zo, langzaam herstellend van de depressie waarin de psychiaters me hebben gedompeld, vind ik weer hoop in de constructieve aanpak van het oneindige onderlinge gedoe.