Overheid greep ‘veel te laat’ in tegen Q-koorts

Rechtszaak Q-koorts Bijna driehonderd slachtoffers van Q-koorts klaagden de staat aan wegens nalatigheid. Maar er is verantwoordelijk gehandeld, vindt de overheid.

Bert Brunninkhuis (links), het boegbeeld van de 297 klagers die maandag de staat voor de rechter daagden. Robin van Lonkhuijsen/ANP

Het moet ergens in het voorjaar van 2009 zijn gebeurd. Tijdens een fietstocht in de omgeving van zijn woonplaats ’s-Hertogenbosch, woei de westenwind Bert Brunninkhuis – naar later bleek – ziekmakende bacteriën in het gezicht. Ze kwamen van een of meer van de tientallen geitenboerderijen in de buurt. Q–koorts, luidde na maanden de diagnose.

Na diverse ziekenhuisopnames en moeizame revalidatie, moest Brunninkhuis zijn baan als gemeentesecretaris van Eindhoven opgeven. Lange tijd was hij een zieke, vermoeide man die maar mondjesmaat herstelde. Zeven jaar later tobt hij nog steeds met zijn gezondheid.

„Waarom”, zei Brunninkhuis maandagmorgen aan het begin van de rechtszitting in Den Haag, waar 297 Q-koortspatiënten de staat aanklaagden wegens nalatigheid, „hoor ik wel dagelijks over weercodes geel op Terschelling? Over gevaarlijke stoffen, wateroverlast, gifwolken?” Maar waarom kon de Staat der Nederlanden hem en tienduizenden anderen dan niet beschermen tegen wat een gevaarlijke, invaliderende en zelfs dodelijke ziekte bleek te zijn?

Anderhalf uur later volgde het antwoord op Brunninkhuis’ vragen. Landsadvocaat Bert-Jan Houtzagers en advocaat Edward Brands stelden namens de staat dat de overheid en haar wetenschappelijk adviseurs destijds essentiële zaken over Q-koorts niet wisten. Sterker, de overheid dacht dingen te weten die achteraf onjuist bleken. Bijvoorbeeld dat de ziekte vooral kon worden opgelopen door mensen die direct met dieren in aanraking kwamen, zoals de duizenden geitenhouders. En dat de ziektegolf vanzelf – na een jaartje – wel weer voorbij zou zijn. Allebei niet waar dus. In golven duurde de ziekte van 2006 tot 2010. Ze bleek via de lucht van dier op mens overdraagbaar.

Maar de stand van de wetenschap was destijds anders, aldus de advocaten. De verantwoordelijke ministers konden niet anders dan afgaan op wat de Gezondheidsraad, het RIVM en ook de Wereldgezondheidsorganisatie wisten. Daarom konden ze lange tijd hun aanpak en voorlichting niet goed bepalen. En toen ze dat wel konden, zijn onmiddellijk maatregelen genomen. Zoals het vaccineren van tienduizenden geiten, een fokverbod en – uiteindelijk – het ruimen van 62.500 geiten. „Een unieke ingreep”, zei advocaat Brands namens de staat. „Veel te laat”, werd er schamper van achteruit de zaal gelachen.

Strijd om beeldvorming

De rechtszaak waarbij tientallen – soms geëmotioneerde – Q-koortspatiënten aanwezig waren, was niet alleen een botsing van argumenten, rapporten en onderzoeken. Er werd ook strijd gevoerd om de beeldvorming. De advocaten hadden de driehonderd patiënten – veelal uit Noord-Brabant – opgeroepen in zo groot mogelijken getale naar Den Haag te komen. Ze hadden daarbij een sterke troef in de persoon van Brunninkhuis, die door veel media werd geïnterviewd.

Lees ook vijf vragen over de rechtszaak: Q-koortspatiënten procederen door tegen de staat. Waarom?

Halverwege de zitting besloot Houtzagers daar iets tegenover te stellen. Hij vroeg de rechtbank om via de tv-schermen de verhoren te laten zien die in 2012 Nationaal Ombudsman Alex Brenninkmeijer de destijds verantwoordelijke bewindslieden had afgenomen. Het optreden van de toenmalige ministers Ab Klink (Volksgezondheid) en Gerda Verburg (Landbouw) liet volgens Houtzagers goed zien hoe verantwoordelijk zij hadden gehandeld. En het menselijk belang steeds voorop hadden gesteld.

De rechtbank stond het vertonen van de beelden toe. Vervolgens was te zien hoe Klink en Verburg vertelden hoe zij en hun adviseurs de gezondheid van mensen in het gebied voorop hadden gesteld. Hoe Klink ongerust was geweest over het snel groeiend aantal patiënten. Maar waarom hij toch niet vond dat die recht hadden op een schadevergoeding. Want waarom moet de overheid deze patiënten anders behandelen dan degenen die het slachtoffer zijn geworden van bijvoorbeeld de MRSA-bacterie? Of van gekke bacteriën in voedsel? Het ging Klink om „rechtsgelijkheid.”

Robin van Lonkhuijsen/ANP

Robin van Lonkhuijsen/ANP

Excuus en compensatie

De Ombudsman oordeelde in 2012 anders. Hij schreef dat er tijdens de Q-koortsgolf van „een complexe situatie” sprake was geweest. Maar er waren wel fouten gemaakt. De overheid had in voorlichting als in aanpak van de ziekte voortvarender kunnen optreden. Hij stelde daarom voor dat de overheid de patiënten excuses zou aanbieden en compensatie zou geven.

Lees ook een interview met twee Q-koortspatiënten die procederen: Was de staat te laks?

Edith Schippers, de opvolger van Klink, weigerde dit: de overheid was immers niet nalatig geweest. Wel kwam er „als handreiking” een fonds van 10 miljoen euro voor begeleiding en voorlichting over Q-koorts.

„Stel”, vroeg een van de rechters maandagmiddag aan een van de Q-koortspatiënten, „dat de minister de compensatie wel had gegeven? Hadden we hier dan vandaag gezeten?” Na enige omwegen kwam het antwoord: „Waarschijnlijk niet.”

Uitspraak: 14 december.