‘Molukse treinkapers moesten dood’

terrorisme

De regering wenste geen overlevenden, stelt een marinier die in 1977 bij de beëindiging van de kaping bij De Punt was betrokken.

De daders van de treinkaping bij De Punt in 1977 mochten de bestorming niet overleven. Dat zegt de advocaat van een marinier die bij de bestorming betrokken was tegen de NOS.

Volgens de marinier sprak een vertegenwoordiger van de regering deze wens uit tijdens de briefing de dag voorafgaand aan de bevrijdingsoperatie. De treinkapers moesten worden gedood, ook als zij zich vrijwillig over zouden geven.

Het is niet bekend wie de regeringsvertegenwoordiger was. Ook de betreffende marinier wil anoniem blijven.

Het is niet de eerste keer dat er openlijk wordt gediscussieerd over de vraag of de vertegenwoordigers van de Nederlandse staat vooraf instructies hebben gegeven om de treinkapers, allen van Molukse komaf, te executeren. In 2013 kregen journalist Jan Beckers en kaper Junus Ririmasse de sectierapporten van de overleden kapers boven tafel. Daarop deed de staat groot onderzoek, maar kwam tot de conclusie dat het doden van alle kapers geen doel op zich was.

Een voormalig vrijwilligster van de telefonische hulpdienst in Groningen heeft verklaard dat zij op de bewuste dag werd gebeld door een Maleisisch sprekende man, die beweerde dat een van de kapers nadat hij zich had overgegeven werd doodgeschoten. De zoon van een voormalig telefonist van de politiemeldkamer in Utrecht verklaarde in 2014 tegenover EenVandaag ook dat de regering opdracht had gegeven de kapers dood te schieten.

Toenmalig minister van Justitie Dries van Agt heeft niet gereageerd.

Tijdens de treinkaping bij het Drentse De Punt, die bijna 19 dagen duurde, kwamen twee gegijzelden en zes kapers om het leven. (NRC)