Minder doden bij hartstilstand buiten ziekenhuis

Toch is er volgens het Rode Kruis reden tot zorg: de helft van de AED’s op openbare plekken zou buiten kantooruren niet beschikbaar zijn.

Reanimatie bij volwassenen en kinderen met hartmassage, het gebruik van de AED (automatische externe defibrillator) tijdens de cursus EHBO. Foto: Koen Suyk / ANP

Nederlanders die buiten het ziekenhuis getroffen worden door een hartstilstand, overleven dit steeds vaker. Sinds halverwege de jaren 90 is het overlevingspercentage verdubbeld. Dat blijkt uit onderzoek van de Hartstichting, dat de overlevingskansen van hartstilstand op een rij zette.

Volgens de cijfers krijgen jaarlijks zo’n 16.000 personen een hartstilstand buiten het ziekenhuis. Waar midden jaren ’90 ongeveer één op de tien dit overleefde, is dat nu gemiddeld 23 procent. Dat komt volgens de Hartstichting doordat er de laatste jaren steeds meer AED’s (mobiele defibrillatoren) op openbare plaatsen, zoals in woonwijken of in winkelcentra, zijn te vinden.

Naast het toegenomen aantal AED’s op openbare plekken, zijn er ook steeds meer burgers in staat om reanimatie uit te voeren. Deze burgerhulpverleners spelen bij één op de vijf reanimaties een rol. Met de elektrische schok van een AED kan het hart als het ware herstart worden - volgens de Hartstichting “letterlijk van levensbelang”.

AED’s slecht bereikbaar

Op de dag dat de Hartstichting met de cijfers komt, slaat het Rode Kruis juist alarm over de beschikbaarheid van AED’s: de helft van de apparaten op een openbare plek zou op gezette tijden niet te bereiken zijn.

“Uit de analyse blijkt dat nog te veel AED’s op industrieterreinen, of in (sport)scholen binnen hangen. Daardoor zijn ze niet bereikbaar na sluitingstijd”, zegt Belinda van der Gaag van het Rode Kruis. “Als die aan de buitenkant van het gebouw zouden hangen, zou dat een hoop schelen.”

Een woordvoerder van de Hartstichting zegt zich hierin te herkennen. “Daar zullen we in onze toekomstige campagnes nadruk op gaan leggen.”

Schokbaar ritme of niet

Van groot belang is of een patiënt een schokbaar beginritme (het eerst gemeten hartritme door een AED of ambulance) heeft of niet. Een patiënt met een schokbaar beginritme heeft de grootste kans om met behulp van een AED te overleven; 37 procent van deze patiënten overleefde de hartstilstand. Bij een niet-schokbaar ritme is dat slechts 3 procent.

Bij een hartstilstand zijn de eerste zes minuten van levensbelang. Bij elke minuut neemt de kans op overleving af.

De Hartstichting deed voor het rapport in zes Nederlandse regio’s onderzoek, in samenwerking met medische instellingen uit die regio’s. Onder meer in Noord-Holland, Gelderland-Zuid en de gemeente Utrecht werd er geïnventariseerd. Binnen de verschillende regio’s was het percentage overlevenden vergelijkbaar.