Asscher houdt met alles rekening, maar niet met verliezen

Lodewijk Asscher wil de nieuwe lijsttrekker van de PvdA worden. Volgens ingewijden denkt de vicepremier zelf dat hij gaat winnen. Waarom zou hij minder impopulair zijn dan fractievoorzitter Diederik Samsom?

Asscher houdt een toespraak tijdens het tweedaags partijcongres van de PvdA in 2015. Martijn Beekman/ANP

Wie Lodewijk Asscher (42) niet héél goed kent, noemt hem al snel „aimabel”. De PvdA-vicepremier kan op een beleefde, licht afstandelijke manier vriendelijk zijn. Wie hem meemaakt in debatten in de Tweede Kamer, weet dat hij ook scherp is en héél handig in het omdraaien van kritiek van tegenstanders, waardoor die ineens zelf in een hoek staan. VVD-ministers kennen hem als een harde, superslimme en vooral koppige onderhandelaar als er problemen moeten worden opgelost in de coalitie.

En wie hem echt goed kent, zegt dat Asscher altijd met van alles rekening houdt, maar niet met verliezen. Dat hij nu meedoet aan de lijsttrekkersverkiezing in zijn partij, zou betekenen dat Asscher zelf denkt dat hij zal winnen.

Waarom hij dat precies denkt, is niet duidelijk. Waarom zou hij als minister bij de PvdA-leden minder impopulair zijn dan fractievoorzitter Diederik Samsom, die vooral lijkt te lijden onder de kabinetsdeelname van zijn partij?

Als het aan de PvdA-leden in Groningen zou liggen, is de kans dat het Asscher lukt niet heel groot. Op een donderdagavond, begin oktober, is Asscher de hoofdgast op hun algemene ledenvergadering en natuurlijk klappen ze voor de eigen successen – als minister van Sociale Zaken – die hij opnoemt.

Schoonmaker Youssouf kan weer vaker met zijn gezin eten nu de schoonmakers van alle ministeries in vaste dienst zijn genomen en hij niet steeds van de ene naar de andere locatie wordt gestuurd. Het uitzendbureau ‘bv Zloty’ krijgt nu forse boetes als er nog eens medewerkers uit Oost-Europa zo ernstig worden uitgebuit dat ze slakken van de straat moeten eten. En van vrachtwagenchauffeurs kreeg hij juist deze ochtend dankbare berichtjes omdat de Tweede Kamer ervoor is dat de ‘Wet aanpak schijnconstructies’ ook voor hen gaat gelden en zij dus beter worden beschermd tegen oneerlijke concurrentie. Asscher zegt ook nog dat hij in Brussel voor „xenofoob” was uitgemaakt, omdat hij had gewaarschuwd (‘code oranje’) voor de negatieve gevolgen van het vrije verkeer van werknemers in Europa.

Geen linkse vechter

„Mooie praatjes”, zegt Valentijn Tilder (20), student rechten en secretaris van de Jonge Socialisten in Groningen, na Asschers optreden.

Híj had willen horen dat het kabinet Rutte II natuurlijk géén succes was voor de PvdA en dat de partij nooit meer met de VVD zou moeten samenwerken. Valentijn Tilder zag, zegt hij, vooral een „bestuurder” staan. Geen linkse vechter.

In de zaal was er niemand die wilde weten of Asscher mee zou doen aan de lijsttrekkersverkiezing.

Asscher geldt al heel lang als misschien-wel-de-volgende-partijleider. En misschien is het waar dat hij daar vier jaar geleden, toen hij zijn wethouderschap in Amsterdam opgaf om minister te worden, nog echt niet aan moest denken, zoals hij steeds zei. Maar bij de verdeling van de klussen op zijn ministerie, met partijgenoot Jetta Klijnsma als staatssecretaris, kon iedereen meteen al voorspellen wie er beschadigd uit zou komen en wie daar veel minder kans op had. Klijnsma kreeg de pensioenen en voerde enorme bezuinigingen uit op de bijstand en het werk voor gehandicapten.

Asscher zelf nam de taken op zich waaraan hij als PvdA’er veel meer eer zou kunnen behalen: flexibel werk minder onzeker maken, ontslag eerlijker laten zijn maar niet per se eenvoudiger, de oneerlijke concurrentie tegengaan – vooral in de bouw en het transport – van Oost-Europese werknemers.

Het lijkt er nog niet op dat Asschers flex- en ontslagwwet echt werkt: er komen meer flexibele banen bij dan vaste. Volgens Asscher zelf is het te vroeg om er al iets definitiefs over te zeggen.

Asscher zal, net zo min als die ándere kandidaat-lijsttrekker Diederik Samsom, nu niet gaan zeggen dat de coalitie met de VVD een vergissing was van de sociaal-democraten. Zijn verhaal daarover is: „Het was in 2012, door de economische crisis, pompen of verzuipen. En nu ligt er een kans voor een veel linksere koers.”

Asscher, weten ze al een tijdje bij de SP, ziet veel meer in nauwe samenwerking met andere linkse partijen dan Samsom. Job Cohen voelde er eerder nog wél voor, onder Samsom is volgens SP-leider Emile Roemer „de deur bij de PvdA dicht gegaan”. Het irriteerde Asscher als voorstellen van de SP om mee te doen, zoals bij het belastingplan in 2015, door de PvdA werden genegeerd. Om zich te onderscheiden van Samsom zou nu juist die linkse samenwerking een belangrijk deel van Asschers verhaal kunnen worden.

Asscher is ook kritischer over de Europese Unie dan Samsom, net als die ándere kandidaat-lijsttrekker, Tweede Kamerlid Jacques Monasch. Maar Asschers kritiek komt ernstiger over dan die van Monasch, die na het referendum over het Oekraïneverdrag vond dat Nederland er niet meer over moest onderhandelen, het verdrag moest van tafel

‘Vijf uur is vijf uur’

Op de PvdA-avond in Groningen was Asscher opgewekt, maar lang niet zo ontspannen als de uren daarvoor: in een collegezaal van de Rijksuniversiteit Groningen om op een studentencongres te praten over robotisering. Asscher houdt niet heel erg van partijbijeenkomsten, hij blijft ook meestal zo kort mogelijk op PvdA-congressen – hij is op zaterdag veel liever bij sportwedstrijden of zwemlessen van zijn kinderen.

Als Asscher ongeduldig is, is hij meteen ook niet meer zo aimabel.

Zij waren er bij:

Op een maandagmiddag zitten zo’n twintig Syriërs bij elkaar aan tafel, de meeste met hun jas aan, in een zaal van het gemeentelijke reïntegratiebedrijf DZB in Leiden. Ze volgen les in ‘Nederlandse waarden’, onderdeel van 24 trainingen die uiteindelijk leiden tot het ondertekenen van hun ‘participatieverklaring’, al bijna een verplicht onderdeel van de inburgering. Deze les is niet op maandag, maar voor deze ene keer wel – de minister van Sociale Zaken komt langs.

Asscher zou er om half vier zijn, maar hij is er pas tegen vier uur en volgens het programma vertrekt hij alweer om vijf uur. Hij luistert geconcentreerd naar het gesprek dat de vluchtelingen met elkaar hebben over hun lessen, stelt vragen, deelt complimenten uit aan een paar mannen die zeggen dat je moet „bijdragen aan de samenleving” als je wilt dat Nederland gastvrij blijft.

Voor het tweede onderdeel zitten vooral de cursusbegeleiders zelf aan tafel, de projectleider is speciaal voor Asscher teruggekomen van vakantie, er zijn twee wethouders. Het is al bijna half vijf en de coördinator van de lessen, een vriendelijke man met een zachte stem, vraagt: „Even voor de zekerheid: is vijf uur echt vijf uur?”

Asscher, kortaf: „Vijf uur is vijf uur. Wat dacht je dan dat ik zou zeggen? Vijf uur is zes uur?”

Het wordt toch tien over vijf.