Componist Kurtág (90) zong elke noot voor. Telefonisch

God schuilt in de details, en bij Kurtág schuilt in ieder detail een voltallig pantheon. Cellist Jean-Guihen Queyras was weergaloos.

György Kurtág

Dirigent Reinbert de Leeuw heeft met een boel componisten samengewerkt, en die waren niet altijd even gemakkelijk. „Maar Kurtág gaat tot de grens”, zei hij donderdagavond tijdens een eerbetoon aan de 90-jarige Hongaarse meester. György Kurtág – toch een lieve, aimabele man – kon bij een opmaat al tegensputterend overeind springen, verzuchtte De Leeuw, die met Asko|Schönberg net Kurtágs belangrijkste werken heeft vastgelegd. Die box verschijnt binnenkort. Wegens zijn hoge leeftijd kon de componist de opnames niet meer bijwonen, maar De Leeuw verzekerde het publiek dat hij telefonisch iedere noot heeft voorgezongen.

God schuilt in de details, en bij Kurtág schuilt in ieder detail een voltallig pantheon. Maar de beloning voor de geïnvesteerde aandacht en inspanning bleek navenant groot. Het programma telde twee, voor zijn doen omvangrijke Kurtág-stukken: het pianoconcert …quasi una fantasia… (10 minuten) en het fenomenale Dubbelconcert voor piano en cello, van maar liefst ruim een kwartier. Niet voor niets begon het eerbetoon voor de pauze met Webern, de schutspatroon van miniatuur en geïmplodeerde zeggingskracht, die van beslissende invloed was op Kurtágs ontwikkeling.

Kinderlijk geestdriftig

Ook werd er een fragment vertoond uit de documentaire Home video die beeldend kunstenaar en kleindochter Judit Kurtág maakte over het scheppingsproces van haar opa. De beelden van de kinderlijk geestdriftige componist zingend aan de piano, samen met zijn vrouw, waren intiem en ontroerend. In een videoboodschap noemde het onafscheidelijke echtpaar De Leeuws opnames „het grootste geschenk van hun leven” – iets om naar uit te kijken dus, die cd-box, afgaande ook op de uitvoeringen die volgden.

In ...quasi una fantasia… (de echo van Beethovens Mondschein-Sonate is intentioneel, beide werken dragen opusnummer 27) bereikte pianiste Tamara Stefanovich de juiste schijneenvoud in magisch C majeur, waarna het pulserende middendeel losbarstte met robuust koper. Kurtág mag spaarzaam omspringen met zijn middelen, hij is niet bang voor knallende contrasten. Het etherische slot van lange diffuse drones was schitterend, met een prominente bijrol voor het hese geluid van diverse blokfluiten.

Pianist Leif Ove Andsnes van het New York Philharmonic vertelt over “… quasi una fantasia …”

Voor het Dubbelconcert – Kurtág XL – stonden dubbelensembles tot op de balkons ruimtelijk opgesteld door het Muziekgebouw, als secondanten van de twee solisten op het podium. Het effect van ronddwarrelende speldenprikjes, gorgels en prietpraat, die als een uurwerk in elkaar pasten, was betoverend. De Leeuw, met zijn hoofd „barstensvol” uitvoeringsinformatie, bewaakte een fijne balans en gaf ieder detail een plek.

In dat tinkelende en pruttelende universum voerden solisten Stefanofich en cellist Jean-Guihen Queyras hun ‘gesprek’ met overtuigend naturel. Mooi was het hartstochtelijk applaus van Asko|Schönberg-cellist Charles Watt voor zijn collega: Queyras – straks te bewonderen tijdens de Cellobiënnale – was weergaloos.