Recensie

Jonge liefde

ellendeckwitz0

Gisteravond was het een drukte van jewelste in het centrum van Amsterdam: op het terras vlogen tientallen talen je om de oren. Dat krijg je als in een stad woont die door reisgidsen tot de Efteling van de Randstad is gebombardeerd. Met mijn zus nam ik plaats voor een kop thee. We waren omringd door twintigers van diverse nationaliteiten. Misschien was het de tijd van het jaar, maar iedereen om ons heen leek verliefd. Ze dronken uit hetzelfde glas, voerden met een theelepeltje elkaar de slagroom van hun chocomel. Er werd zo hard getongd dat sommige zoensessies deden denken aan een wortelkanaalbehandeling.

Mijn zus zat naast me en schamperde dat al die backpackende tortels maar snel een til moesten opzoeken. Ik zei niets. Stiekem bewonderde ik hen. Als adolescent durfde ik echt niet met een liefje te gaan reizen. Ik lag het liefst in een hoekje, doodsbang voor de wereld voorbij de voortuin. Ik had op die leeftijd zo’n zwarte wolk in mijn hoofd dat ik verliefdheid vooral gebruikte als antidepressivum en hoofdzakelijk viel op hen die makkelijk verkrijgbaar waren, wat meestal niet de aardigste types bleken.

„Ik ben een beetje jaloers op al die jonge liefde”, zei ik tegen mijn zus. Op dat moment liepen een jongen en een meisje voorbij. Ze hadden duidelijk net ruzie gehad. In het Italiaans werd er over en weer onderhandeld. Het meisje mepte de jongen als hij haar wilde omhelzen, maar ze rende niet weg. Hij moest blijkbaar zijn oprechtheid bewijzen door aan de lopende band scusami te zeggen en heel veel duwen te verduren.

Als jongere had ik genoeg vrienden die er wél op uit trokken, die voorzichtig waren in het aangaan van relaties en die, net zoals de duifjes om me heen, ook zwijmelend op terrassen zaten. Door het Italiaanse drama dat zich voor mijn neus voltrok, herinnerde ik me ook opeens dat zelfs de gelukkigste jonge stellen die ik kende, chronisch gedoe hadden.

Er was altijd wel drama, het gevoel van ‘is dit het nou?’, het flirten, de polyamoureuze ongelukjes na een concert van Normaal. En was je trouw, dan was er wel gedoe door de eerlijkheid die je in dat schemergebied tussen je kindertijd en volwassenheid nog hebt. Waardoor je zegt dat je geliefde inderdaad iets is aangekomen en je zo onbedoeld je eerste relationele apocalyps ontketende.

„Eigenlijk zijn jonge stellen dus helemaal niet zo gelukkig”, zei ik hoopvol tegen mijn zus.

„Nou”, antwoordde zij, „zo zien ze er in ieder geval niet uit.” Er werd om ons heen wat afgemuild, het regende speeksel. Misschien geloofden ze het zelf ook wel, hoe gezegend ze waren, en was dat genoeg om het te zijn.