Melle Dielesen is zanger, gitarist én vuilnisman

De Eindhovense garagerockband Mozes and the Firstborn bezweek bijna onder alle hooggespannen verwachtingen. Maar na een inzinking van zanger-gitarist Melle Dielesen – en een tweede carrière als vuilnisman – is er nu toch een tweede plaat.

Foto's Katrijn Van Giel

Just a walk to take, hope for better days
(Uit: ‘All Will Fall To Waste’)

Eindhoven, Verwerstraat, 09:53 u. „Hooooo! Wacht even!” Halverwege de Verwerstraat in Eindhoven zwaait een voordeur open. De bewoner, net wakker en enkel gekleed in onderbroek en vest, stormt met een stapel uitpuilende dozen onder zijn armen naar buiten en sprint richting de vuilniswagen die in de verte de hoek omdraait. „Alsjeblieft?”, hijgt hij als hij de truck heeft ingehaald. „Kan dit nog mee?”

„Vooruit dan maar”, zegt Melle Dielesen (26), die in een fluorescerend blauw-geel uniform aan de wagen hangt. „Maar volgende keer kost het 10 euro.” Grijnzend mikt hij het oud papier in de laadruimte. Op de route tussen Tattoo Arie en café Ons Hoekske begroet hij voortdurend voorbijgangers („stukje sociale controle”) en zwaait hij uitbundig naar kleine kinderen die hem van achter de vitrages aanstaren („de enigen die naar je opkijken”). Ze hebben gelijk, vindt hij, want hij heeft nu eenmaal „de beste bijbaan ter wereld”.

Maar dan die andere baan: Dielesen is ook zanger-gitarist van het Eindhovense viertal Mozes and the Firstborn. De band beleefde drie jaar geleden een absolute droomstart, met dank aan de onstuimige meezingkraker ‘I Got Skills’. Hun titelloze debuut verscheen zowel in Nederland (bij Top Notch) als in Amerika (bij het überhippe garagerocklabel Burger Records). Behalve vele optredens op grote festivals in heel Europa toerde Mozes maar liefst drie keer door de Verenigde Staten. „Dan deden we het hele rondje: 29 shows in 32 dagen.”

Now you’re back to wearing scars, traveled back and forth so far
(Uit: ‘All Will Fall to Waste’)

Lodewijkstraat, 07:40 u.Maar weinig vuilnismannen die ’s ochtends vroeg op het verzamelterrein vlak voor vertrek shag staan te roken, zijn zich van die status bewust. En toch is er één die Dielesen als een beroemdheid onthaalt, zij het de verkeerde. „Eeeee”, roept een chauffeur met grote zilveren ringen in de oren naar zijn jonge collega met halflang, donker haar: „Daar ist’em hoor: Royke Donders!”

„Tsja”, verzucht Dielesen. „Dat doet-ie al vanaf de eerste dag.”

Even later scheurt vuilniswagen BS-XH-78 het terrein af, richting de Kruisstraat. Zodra Dielesen en zijn collega Etienne Soeters achter op de treeplanken plaatsnemen, treedt de snelheidsbegrenzer in werking en kan chauffeur Riyanto hooguit dertig kilometer per uur halen.

Die slow motion, dat is nu precies wat hem zo bevalt, zegt de zanger. „Vanaf het begin hebben we met de band de ambitie gehad om groot te worden. Maar het begon ongedwongen: gewoon maken wat we zelf cool vonden en dan kijken wat er gebeurt. Toen dat aansloeg, was dat geweldig. Maar als je dan in zo’n hype terechtkomt, gaat het alléén nog maar over jou en de band. Ik werd daar helemaal gek van. Dan is het fijn om gas terug te nemen en fysiek werk te doen.”

Van zijn collega’s heeft hij in ieder geval niets te vrezen. „Totaal niet mijn scene”, zegt Etienne. „Ik weet nog net wie Coldplay is.” „Ik ben er nog niet aan toegekomen om te luisteren”, verontschuldigt Riyanto zich. „Maar ik zag dat hij volgend weekend in Effenaar speelt: dan doe je toch iets goed.”

I don’t know why life is such a waste of my time
(Uit: ‘Cruel Wide World’ )

Bakkerstraat, 09:17 u. „Dit is de ultieme nederlaag van elke vuilnisman”, treurt Dielesen als de bodem van een zojuist opgetilde doos scheurt en de inhoud over zijn schoenen stort. „Soms denk je dat ze die expres zo neerzetten en stiekem achter een gordijn staan te filmen.”

Andere ontberingen: op hete dagen gft ophalen („dan hang je zover mogelijk naast de wagen om die schimmellucht niet in te ademen”), kebabzaken die „complete karkassen vol maden” dumpen („en je daarna als goedmakertje een broodje shoarma geven”), lunchen met chauffeur Twan („die eet elke dag friet: ELKE DAG!”), ongeduldige automobilisten en scooterrijders die je bijna in tweeën racen, loodzware dozen vol boeken, stapels nooit bezorgde huis-aan-huisbladen („laatst vond ik een Eindhovens Dagblad met een stuk over ons – heel vet”).

Het werk mag dan lichamelijk zwaar zijn, het valt in het niet bij de geestelijke druk die hij vorig jaar voelde toen de nieuwe plaat er moest komen. Want na de hype kwamen de hooggespannen verwachtingen. „Daar heb ik vreselijk mee geworsteld.” En dat werd hem dus te veel.

„Op een of andere manier lukte het niet. De eerste plaat hebben we zelf gemaakt, in de kelder van mijn moeder. Nu zaten we in een studio. Omdat iedereen onze live-sound zo goed vond, wilden we per se alles samen inspelen in plaats van afzonderlijke partijen opnemen. Maar wat we ook deden, het werd gewoon niet goed genoeg.” Dat gevoel bleef overheersen, ook toen de plaat klaar was. En ook al hadden de opnames 30.000 euro gekost, de band besloot het album niet uit te brengen.

„Dan maar liever helemaal niks”, zo vat Dielesen zijn stemming samen. De beslissing leidde tot een inzinking die bijna een jaar duurde. „Ik til van nature nogal zwaar aan dingen en kan flink lopen malen en mezelf tergen. Maar in die tijd heb ik mijn gitaar niet eens aangeraakt.

Haven’t been yourself, been a better half
All will fall…
Right back into place, this is just a phase
All will fall to waste

(Uit: ‘All Will Fall to Waste’)

Trompstraat, 10:09 u.Als een volleerd voetballer kopt de zanger een doos die uit de vuilniswagen valt terug naar binnen: zijn handen zaten namelijk nog vol met oud papier. Droogjes: „Komt het toch nog allemaal op dezelfde grote hoop terecht.”

Great Pile of Nothing, zo heet het album dat vorige maand is verschenen. Want ja, hij ging toch weer gitaar spelen. En ja, toen kwamen er toch weer mooie liedjes.

Alleen is de rammelende garagerock wel veranderd in ingetogen indie, zoals die halverwege de jaren negentig werd gemaakt. ‘OC/DC’ is Mozes’ versie van Weezer’s ‘Sweater Song’. Het melancholieke ‘All Will Fall To Waste’ (waarin de stuiterende feedback op het eind klinkt als een achteruitrijdende vuilniswagen) had zomaar van Teenage Fanclub kunnen zijn, terwijl ‘Till The Feeling’s Gone’ doet denken aan The Lemonheads.

Nog een verschil: dit keer bezingt Dielesen zijn donkerste gedachten. „Het was een bewuste keuze om niet alleen rauwe garagerock of leuke meezingertjes te maken. Het harde zit nu in de teksten. Juist door het onderkoeld te brengen, komt de emotie goed over. In ‘Mayday’ fluister ik bijna, en op het eind klinkt een soort kinderkoor. Dat maakt het intens.”

Hoe pijnlijk het proces ook was, het was nuttig. „Je neemt niet zomaar een complete plaat op om die vervolgens weer weg te gooien. Maar ook al is-ie niet uitgebracht, het is goed dat we hem hebben gemaakt. Het heeft ons geleerd dat we moeten uitgaan van onze eigen kracht. Als wij vieren denken: dit is vet, dan volgt de rest vanzelf wel.”

Luister hier het nieuwe album. De tekst gaat verder onder de afspeellijst.

Hij steekt zijn tong uit en likt het bloed van zijn handpalm: net gesneden aan een scherp stuk karton. „Valt nog mee”, vindt hij, terwijl hij op de knop duwt van de kraakpers die per rit negen ton afval verpulvert. „Bedrijfsongeval nummer één op de wagen zijn beknelde vingers. Maar ach, de gitarist van Black Sabbath mist ook een vinger, en bij Django Reinhardt waren er twee verlamd. Zolang ik nog een power chord kan pakken, is alles goed.”

Great Pile of Nothing is verschenen bij Top Notch. Mozes and the Firstborn speelt vrijdag 21 oktober in Effenaar (Eindhoven).