Alleen de vrouw zou scherp in beeld komen

Wie: Filmproducent versus Nederlands Filmfonds

Waar: Bestuursrechter Amsterdam

Kwestie: Mocht het Filmfonds een subsidieaanvraag afwijzen omdat een idee voor een film ‘op twee benen hinkt’?

De film moet gaan over het leven van een kwetsbare, egocentrische jonge vrouw. Ze bezwijkt bijna onder alle mogelijkheden die het moderne leven biedt.

Dit actuele thema kan in principe een groot publiek aanspreken. Welke millennial lijdt niet onder keuzestress?

Maar zo toegankelijk als het thema is, zo experimenteel is de vorm, vindt het Nederlands Filmfonds. Alleen de vrouw zal (scherp) in beeld komen, niet één van de andere personages die een rol spelen in haar leven. De camera zal ongeveer negentig minuten vooral op haar gericht zijn terwijl duidelijk wordt hoe ze afdrijft van „wezenlijk contact met zichzelf en anderen”.

„Dat vraagt nogal wat van het publiek”, concludeert de advocaat van het Filmfonds. Zij verdedigt bij de Amsterdamse bestuursrechter het besluit van het fonds om geen subsidie toe te kennen aan de filmplannen. De betrokken filmproducent had een bijdrage van 344.309,00 euro gevraagd. De regisseur is niet naar de zitting gekomen, hij is in het buitenland. De producent is er wel.

Het subsidieverzoek is niet afgewezen omdat de film te experimenteel is, legt Frank Peijnenburg namens het Filmfonds uit. „We verlenen heel vaak subsidies aan experimentele films, die een kleine doelgroep hebben. Maar dan willen we wel het idee hebben dat die doelgroep ook wordt bereikt.” Het tweeslachtige karakter van de film zit het bereiken van het beoogde publiek in de weg, vreest het fonds. En ook over de financiering bestaan twijfels.

De filmproducent heeft in eerste instantie geen distributeur benaderd die ook zou kunnen bijdragen en zijn best doet de film gedraaid te krijgen. Bewust, zegt producent Petra Goedings, omdat de makers „artistieke vrijheid” wilden behouden. Zij waren bang dat een distributeur voor een relatief klein bedrag invloed wilde hebben op de inhoud van de film. Goedings: „Voor een bijdrage van 15.000 euro moet je soms al je rechten overdragen.”

Bovendien is het volgens haar de vraag wat een distributeur nog kan betekenen voor een arthousefilm. „Die markt staat sterk onder druk, door een overaanbod aan films en een tekort aan schermen.”

Hoeveel bezoekers de film had moeten trekken wordt niet duidelijk. Volgens Goedings leert de ervaring dat „een arthousefilm wordt gezien door tussen de 400 en 60.000 bezoekers”.

De filmproducent vindt dat de bedenkingen van het fonds niet over de inhoudelijke kwaliteit van het filmplan gaan. Een tegenstelling tussen ‘vormexperiment’ en arthousefilm bestaat volgens Goedings niet. „Mengvormen zijn normaliter geen bezwaar. Het fonds subsidieert ook films die tussen documentaire en fictie in hangen.” Bovendien: „Zo experimenteel is de vorm niet. In de film Zusje van Robert Jan Westdijk kwam bijvoorbeeld de hoofdpersoon zelf niet in beeld, omdat die alles filmde. Dit is het omgekeerde, alleen de hoofdpersoon komt prominent in beeld.”

Overigens was de subsidieaanvraag niet definitief afgewezen toen de producent naar de rechter stapte. De mogelijkheid bestond om na een gesprek met de medewerker die zich over het plan had gebogen het verzoek opnieuw in te dienen. Maar producent Petra Goedings koos voor de weg naar de rechter „omdat het Filmfonds blijkbaar een andere film wil, een film die wij niet willen maken”.

Twaalf weken later vonnist de rechtbank. De rechters vinden dat het Filmfonds wel degelijk de vraag of „een duidelijke keuze was gemaakt” mocht betrekken in beoordeling van de inhoudelijke kwaliteit van de film. De subsidieaanvraag mocht hierom worden afgewezen. Het besluit blijft in stand. De kans dat de film er komt, is daarmee weer een stukje kleiner geworden.