Wel de jeugd, niet de subsidies

Science centra

Science centra stimuleren met ‘doe-tentoonstellingen’ de interesse van de jeugd in techniek. Maar subsidie krijgen ze vaak alleen als ze een collectie beheren.

Foto marisa beretta

Bij GeoFort in Asperen leren kinderen spelenderwijs hoe navigatie en cartografie werken. Bij Space Expo in Noordwijk worden ze warm gemaakt voor ruimtevaart. Heim in Hengelo stimuleert een onderzoekende houding tegenover techniek. Cosmos in Lattrop zet ze aan het denken over de reikwijdte van het heelal. En Continium in Kerkrade laat ze inzien wat de maatschappelijke waarde is van ontdekkingen.

Subsidiegeld

Science centra zijn plekken die goed aansluiten bij het streven van Nederland om een kennisland te worden en kinderen te enthousiasmeren voor een bètastudie. Maar als het gaat om subsidiegeld, grijpen ze vaak mis.

GeoFort kreeg in juni de Children in Museums Award 2016, een internationale prijs voor het beste kindermuseum. In dezelfde maand kreeg de directie een negatieve beoordeling van de subsidieaanvraag bij het ministerie van OCW. Het „museale karakter” van de instelling was „van onvoldoende kwaliteit” schreef de Raad voor Cultuur, die de minister adviseert. Het was de raad „niet duidelijk in hoeverre GeoFort een eigen roerende collectie beheert en presenteert en een daarbij passend collectieplan regisseert en volgt.”

„Het is waar dat we geen vitrinekasten vol oude apparaten hebben”, zegt directeur Willemijn Simon van Leeuwen. „Als je ons vergelijkt met bijvoorbeeld het National Maritime Museum in Greenwich, dan zie je daar wel twintig koperen sextanten uitgestald staan. Maar de bezoekers kijken er nauwelijks naar. Bij ons gaan de kinderen zelf met plastic sextanten aan de slag. En dan hebben we ook nog één koperen sextant achter glas.”

GeoFort beheert wel een collectie, namelijk de kaarten van het Kadaster, maar stelt die niet tentoon. „We zitten in een oud fort. Als je ze hier ophangt, gaan ze schimmelen”, zegt de directeur. De originelen liggen in een depot, replica’s worden gebruikt voor activiteiten met bezoekers.

Klassieke scheidslijn

Ook Space Expo in Noordwijk, dat spullen van de European Space Agency in bruikleen heeft, ontvangt geen overheidssubsidie. „Techniek is een ondergeschoven kindje bij de overheid”, zegt directeur Rob van den Berg. „Kunstmusea krijgen veel makkelijker geld los.”

Space Expo krijgt wel losse projectsubsidies van particuliere fondsen, maar structurele ondersteuning wil niemand geven. Ouderwetse ideeën over wat een museum is, staan in de weg, denkt Van den Berg. „De klassieke scheidslijn tussen musea en science centra bestaat alleen nog in de hoofden van beleidsmakers. We groeien naar elkaar toe.”

Net als het Rijk willen gemeenten en provincies vaak alleen subsidie geven als er een collectie aanwezig is. Dat geldt bijvoorbeeld voor Continium in Kerkrade, dat subsidie krijgt van de provincie Limburg. „Als we geen collectie zouden hebben, zou dat wel een probleem zijn”, zegt directeur Hans Gubbels.

Toch is Continium bij lange na geen klassiek museum. „Wij noemen onszelf ‘discovery centre’, omdat wij onszelf zien als een hybride vorm tussen een traditioneel museum en een science centrum. Wij willen hier niet alleen laten zien hoe machines werken, maar ook wat voor betekenis ze hebben voor de samenleving.”

Ook Heim in Hengelo, dat subsidie krijgt van de gemeente, is geen klassiek techniekmuseum meer. Heim fuseerde anderhalf jaar geleden met het centrum voor kunsteducatie, de muziekschool komt daar binnenkort nog bij. „We krijgen een nieuwe inrichting die crossovers tussen kunst, techniek en erfgoed in de programmering mogelijk maakt”, zegt directeur Lous Kerkhof. Ze ziet het al voor zich: „Een choreografie voor een butlerrobot en een workshop drone ontwerpen, terwijl verderop een gigantische motor draait en stampt…”

Tussen wal en schip

Tot een paar jaar geleden bestond er een Fonds Ondersteuning Science Centra, dat namens het Rijk subsidie verstrekte aan de kleinere science centra: per instelling maximaal 50.000 euro per jaar. Die subsidieregeling werd per 2014 wegbezuinigd. Het Rijk subsidieert nu alleen nog vijf grote wetenschapsmusea: Nemo, Naturalis, het Zuiderzeemuseum, Teylers Museum en Museum Boerhaave.

„De kleinere science centra vallen tussen wal en schip”, zegt Rinke Zonneveld, voorzitter van de VSC, waarbij 35 science centra zijn aangesloten. De regering mist een kans, vindt hij. „Het kabinet heeft een Techniekpact afgesloten met het onderwijs en het bedrijfsleven en wil de wetenschapswijsheid van jongeren verhogen. De science centra zijn daarvoor bij uitstek geschikte partners. Wij zijn een omgeving waar je nieuwsgierigheid kweekt voor wetenschap.”

Voor Cosmos Sterrenwacht betekende het stopzetten van de subsidieregeling bijna het einde. „We moesten afscheid nemen van drie van onze vijf betaalde medewerkers, inclusief onze directeur”, vertelt penningmeester Hans Willem Naarding.

Hij is één van de dertig vrijwilligers die de sterrenwacht draaiend houden. „De gemeente geeft gelukkig nog wel subsidie.” Maar het financiële gat dat viel, is nog niet opgevuld. Als er meer geld was, zou het Twentse Cosmos dat gebruiken om activiteiten te ontwikkelen voor middelbare scholieren. „Nu kunnen we alleen de basisscholen bedienen, dat is jammer.”