Straatdealers vangen in een alienpak

Nepdrugs Groeiend toerisme in Amsterdam trekt steeds meer nepdrugsdealers aan. Een nacht op jacht met de politie. „Niks helpt.”

De Amsterdamse politie gaat een avond undercover op de Wallen om dealers van nepdrugs te pakken. Foto Olivier Middendorp

Twee laveloze aliens lopen over de Amsterdamse Wallen. Ze zingen en dansen. Joelen en juichen. Elke twintig meter bestuderen ze de drankkaart van een cafeetje. Tot ze op de hoek van de Stormsteeg worden aangesproken door een kleine man met witte pet. Coke, xtc, speed. Goed spul. „Proberen?”

Nee, geen interesse.

Nu zijn de collega’s van het alien-duo aan zet. Een straat verderop, te midden van honderden toeristen, wacht Jeroen Hahn met de andere leden van het politie Prioriteitenteam, gespecialiseerd in zakkenrollerij en andere straatcriminaliteit. Hun missie deze zaterdagavond: nepdrugsverkopers oppakken.

Foto Olivier Middendorp

Foto Olivier Middendorp

Nepdrugs: een verzamelnaam voor producten die als verdovende middelen worden aangeboden, maar dat in werkelijkheid niet zijn. Het aanbod is gevarieerd. Van bolletjes kaarsvet (crack) tot vermalen Stophoest (heroïne), mos (wiet) – uit de bloemenwinkel verderop – en stukjes schoenzool (hasj). Favoriet onder de afnemers: lidocaïne, een middel tegen aambeien en voortijdig klaarkomen, dat gesnoven hetzelfde verdovende effect geeft als cocaïne. Inkoopkosten 1,50 euro per gram, straatprijs 50. Standaard in het assortiment van de dealers op de Wallen.

Die groep groeit nu, volgens de politie. Hun verklaring: booming toerisme in de stad leidt ook tot piekende bezoekersaantallen in het redlight destrict. En waar Engelsen, Italianen, Spanjaarden, Saoedi’s en Amerikanen samenkomen, daar vind je ook de verkopers van nepdrugs. Die komen vanuit heel Nederland en soms zelfs België naar de hoofdstad. De afgelopen twee jaar werden er 3.000 aangehouden, volgens een monitor van de gemeente Amsterdam. En vorige week, na een speciale „veegactie”, waren er zeventig aanhoudingen.

Al die lispellende mannetjes zijn slecht voor het imago van de stad. Irritant bovendien. Gevaarlijk. Buurtbewoners klagen over een toenemend onveilig gevoel door straatdealers. Die verstoppen regelmatig wikkels met nepdrugs in de brievenbussen; sommige straten zijn onderling verdeeld onder de dealers. Maar het grootste probleem, volgens het ‘Prioteam’, is de aanwas van piepjonge, agressieve nepdrugsverkopers.

Teamleider Hahn waarschuwt voor die nieuwe jongens. Ze zijn gewelddadiger dan de oudere, aan drugs verslaafde verkopers. Gewapend ook. Mislukte dealtjes, zegt Hahn, monden regelmatig uit in een straatroof. „Deze jongens hebben messen. Verricht nooit alleen een arrestatie.”

Daarom wordt deze avond gewerkt in groepjes van drie tot vier personen. Die moeten zich als standaard Wallengangers gedragen. Slenter. Houd een leeg blikje bier in je hand. En – beste tip – als veinzende grachtplasser kun je de massa observeren. Let je niet goed op: „Dan ben je stuk”. Want nepdrugsverkopers zijn ‘scherp’ en bellen signalementen van agenten in burger aan elkaar door.

Foto Olivier Middendorp

Foto Olivier Middendorp

Daarom wordt dus dat alienpak gedragen. Hamvraag: wíé gaat het eigenlijk dragen? Gegrinnik. Vanavond zijn Ramon en Desley (geen achternamen, ze werken dagelijks in burger op straat) aan de beurt. Ze spelen dronken toeristen en laten zich gewillig benaderen door dealers. Zelf benaderen ze niet, want dat is uitlokking. Max, nieuw in het team, is de oplettende derde man. Hij assisteert eventueel bij de arrestatie. Johan houdt vanaf het bureau de camera’s in de gaten. De rest van het team luistert mee via de ‘oortjes’.

Jeroen: „Ramon, kom even door, hoor je me?”

Ramon: „Ik hoor je.”

Jeroen: „Wie is het?”

Ramon: „Die kleine met witte pet op de hoek van de Stormsteeg.”

Jeroen: „Oké, we gaan ’m nu aanhouden. Over.”

Uit het niets duiken twee agenten in burger op. „Halt politie”, roept de één. Staan blijven, zegt de ander. De man met pet wordt tegen de muur gedrukt. Klik! Handboeien gaan om zijn polsen. Twee minuten later wordt hij in een surveillancebusje afgevoerd naar het nieuwe politiebureau aan de Nieuwezijdsvoorburgwal.

Terwijl rechercheurs ijverig hun aanhoudingen uitwerken wordt op het whiteboard de naam van de dealer met pet toegevoegd: nummertje zeventien vanavond. De meesten blijven niet lang. Een uurtje meestal. Het probleem: de handel in nepdrugs is een overtreding van de APV en valt niet onder de Opiumwet, zegt hulpofficier van justitie Bert Farenhorst. Ze worden met een procesverbaal naar huis gestuurd. Nieuwelingen hangt hoogstens een 24-uursverbod en 250 euro boete boven het hoofd. Recidivisten mogen een half jaar niet op de Wallen komen. Dat maakt totaal geen indruk, weet Farenhorst.

Er valt niet tegenop te arresteren. Zet het dubbele aantal agenten in, en je vangt twee keer zoveel nepdrugsverkopers. Slechts een klein deel van wat op de Wallen rondloopt – honderden minimaal. Tel de andere uitgaansgebieden zoals het Leidse- en Rembrandtplein en het Spui daarbij op, en je begrijpt zegt de hulpofficier van justitie, dat een week „schoonvegen” een druppel op de gloeiende plaat is. Waarschuwingscampagnes, politie opschalen, matrixborden met informatie; het helpt allemaal maar tijdelijk, een stelselmatige oplossing is het niet. „Niks helpt, deze handel is veel te lucratief.”