Pijn is onderdeel van haar systeem

Hockey Frederique Derkx is pas 22, maar stopt nu al bij het Nederlands team. Vanwege haar versleten rug. “Laatst kwam ik mijn bed niet uit.”

Frederique Derkx in actie voor SCHC tegen Den Bosch. Ze blijft wel voor haar club spelen. Eric Brinkhorst

In de schaduw van de bomen op het veld van Stichtsche staat een vrouw van 22 met een rug van 65. Ze draait om tegenstanders heen, de bal vastgeplakt aan haar stick. Ze trekt moeiteloos sprints langs de linkervleugel, nog geen minuut later aan de rechtervleugel. Ze speelt met SCHC tegen landskampioen Den Bosch (2-3) bijna de volledige wedstrijd, 70 minuten. Vijf minuten zit ze ongeduldig in de dug-out vanwege een gele kaart. Frederique Derkx wil wel even duidelijk maken dat die „belachelijk” was, maar goed. Met de rug niets aan de hand. Maar vrijwel meteen na het fluitsignaal is de adrenaline weg en schiet de pijn erin. Vanavond ligt ze roerloos op de bank, haar benen omhoog.

Voor Derkx stond de afgelopen week niet alleen in het teken van die topper in de hoofdklasse. Ze maakte bekend wat ze tot dan toe slechts aan weinig mensen al had verteld: zij, Frederique Derkx, 22 jaar, stopt met hockeyen voor het Nederlands team. Vanwege haar onderrug. Bij Stichtse gaat ze gewoon door. Maar én wedstrijden met de club én interlands, dat was eigenlijk al heel lang niet verantwoord meer.

Ik was bang dat mensen zouden zeggen: stoppen? Je bent pas 22

Ze praatte er alleen over met artsen, fysiotherapeut, familie en wat vrienden. Bang voor reacties. Negatieve reacties. „Ik was bang dat mensen zouden zeggen: stoppen? Je bent pas 22, je kunt nog zeven of acht jaar mee. Ja, als je het zo bekijkt, natuurlijk. Maar ik keek naar mijn lichaam. Paumen [Maartje] is 30 en nog helemaal fit. Maar dat is niet te vergelijken.” De reacties zijn achteraf heel lief geweest, zegt ze. Meelevend. Na de wedstrijd krijgt ze een knuffel van enkele speelsters van Den Bosch, allemaal vroegen ze hoe het nu gaat. „Ze wisten dat ik pijn had, ze kenden mijn geschiedenis. Maar misschien wisten ze niet hoe erg het was.”

Groeispurt

Al sinds haar twaalfde loopt Derkx in ziekenhuizen rond. Op die leeftijd zat ze al tegen een hernia aan. „Altijd werd gezegd: je zit midden in een groeispurt, je groeit er wel overheen. Maar ik had zulke pijn, dat mijn ouders zeiden: dit kan eigenlijk niet zo.” Vijf jaar later kwam er een schokkend slechte uitslag van een MRI-scan van haar rug. Het zat niet goed en werd nooit meer beter. Het is alleen maar erger geworden, zegt ze. „Als je iets afscheurt, dan groeit het wel weer aan. Mijn rug is gewoon versleten. En dat had ik al vrij snel geaccepteerd.”

Als ze niet traint of bezig is met een wedstrijd, is die pijn er heel vaak. Ze kan niet lang achter elkaar zitten, of lang achter elkaar staan. Dan moet ze meteen een half uur op de bank gaan liggen.

„Als ik normaal kan functioneren op een dag, dan weet ik dat het prima zit. Maar een paar weken geleden kwam ik mijn bed bijna niet uit.”

Als je Derkx hoort praten over haar rug, vraag je je af waarom ze niet jaren terug al besloot dat tophockey misschien niet het verstandigste zou zijn. Terechte vraag, zegt ze, maar dat is niet hoe het werkt bij haar. Zij wilde op dat hoge niveau hockeyen, was er ook goed genoeg voor. En ze wilde spelen in het Nederlands team. „Pijn is onderdeel geworden van mijn systeem. Ik vind het heerlijk om na een training of een wedstrijd elk spiertje te voelen.”

Derkx speelde bij Den Bosch, waarmee ze meerdere keren landskampioen werd, en daarna bij Oranje-Zwart. Op haar zeventiende speelde ze haar eerste interland, niet veel speelsters maakten zo jong hun debuut. Overal was ze achterin een vaste waarde.

Als ze speelde dan. Want met die zwakke rug kwam blessureleed. Twee keer was ze maanden uitgeschakeld door een hernia. En dat gevaar blijft. „Maar in principe kan iedereen een hernia krijgen.” Ze is er misschien wel wat gevoeliger voor.

Mijn rug is met het oog op de komende zestig jaar belangrijker

Uiteindelijk heeft ze 56 wedstrijden met het Nederlands team gespeeld. Grote toernooien ook, met het gewonnen WK in eigen land in 2014 als mooiste. Maar geen Olympische Spelen, tot twee keer toe niet. En dat zit diep. Niet geselecteerd worden voor de Spelen in Londen in 2012, dat begreep ze nog wel. Pas 17, genoeg keuze, haar tijd zou nog komen. Maar in Rio had ze er bij willen zijn. Als dat niet een vooruitzicht was geweest, dan was ze misschien al wel eerder gestopt bij het Nederlands team. Afgelopen februari had ze al besloten dat ze hoe dan ook daarna zou stoppen, na gesprekken met artsen en fysio. „Eigenlijk was de conclusie, ook al zeiden ze het niet zo: ik zou je echt aanraden te stoppen”, zegt Derkx. „Dat was een klap. Maar mijn rug is met het oog op de komende zestig jaar belangrijker.”

Maar niet vóór Rio, absoluut niet. Toen kwam in juli het telefoontje van bondscoach Alyson Annan. Ze ging niet mee. Niets te maken met die fitheid, met angst voor haar rug. Iets met te veel mensen voor haar positie. Derkx heeft het nog steeds niet goed verwerkt, zegt ze.

„Ik krijg dan berichtjes. Dat ik een mooie carrière heb gehad, toch? Maar het verdriet over het missen van de Spelen is nog groot. Het heeft tijd nodig voordat ik kan beseffen wat ik wél heb. Het is moeilijk zo te denken als topsporter.”

Derkx is nooit boos geweest op haar rug, het is alleen zo jammer dat het zo is gegaan. Maar het is zoals het is. „Al denk ik soms wel dat ik liever een zwakke enkel had gehad.”