Oud-generaal kan de fiscus niet redden

Belastingdienst

Driesterrengeneraal Hans Leijtens werd aangesteld om orde op zaken te stellen bij de Belastingdienst. Dat is hem vooralsnog niet gelukt.

Foto David van Dam

„Grof geschut”, had Eric Wiebes ingezet om vorig jaar een nieuwe hoogste baas voor de fiscus aan te trekken. Want hij wilde de hoogste commandant van de Koninklijke Marechaussee per se hebben. Pas na enkele telefoontjes, meerdere indringende gesprekken en vriendelijk overleg met collega-bewindspersoon Jeanine Hennis van Defensie – die moest een van haar generaals afstaan – slaagde de staatssecretaris van Financiën erin om Hans Leijtens over te halen directeur-generaal van de Belastingdienst te worden. „Ik heb hem een plaats in de geschiedenisboeken in het vooruitzicht gesteld”, zei Wiebes daar destijds over.

Op 1 november 2015 trad Leijtens (nu 53) aan als opvolger van Peter Veld. Zijn belangrijkste opdracht: het in goede banen leiden van de immense reorganisatie van de Belastingdienst. Die had Wiebes een half jaar eerder onder de eufemistische naam ‘Brede Investeringsagenda’ gepresenteerd. De reorganisatie zou vijfduizend voltijdbanen moeten kosten, en er moeten vijftienhonderd nieuwe moderner geschoolde medewerkers moeten worden aangetrokken.

Leijtens was daar volgens de staatssecretaris om drie redenen de aangewezen man voor. De aan de Koninklijke Militaire Academie opgeleide Brabander kon strak leiding geven, had laten zien in staat te zijn een grote verandering door te voeren bij een complexe uitvoeringsorganisatie van de rijksoverheid – ook bij de Marechaussee had hij een grote vooral bestuurlijke reorganisatie geleid en Hans Leijtens was gewend „om mensen af te rekenen op resultaten”. Over die laatste eigenschap had hij zelfs een proefschrift geschreven.

Ook was de verwachting dat driesterrengeneraal wat discipline zou kunnen bijbrengen bij de tot dan toe tamelijk autonoom opererende afdeling van het ministerie van Financiën. „De informatie van de Belastingdienst komt niet bij de top van het ministerie terecht”, zei Wiebes’ voorganger Frans Weekers daar eerder dit jaar over tegen nieuwssite 1Limburg. Weekers zag zich begin 2014 genoodzaakt op te stappen na de vorige grote affaire, over de gebrekkige werking van het toeslagenstelsel.

Het op orde brengen van de Belastingdienst is Hans Leijten niet helemaal gelukt. Na alle politieke ophef in de afgelopen twee weken over de Belastingdienst zijn twee duidelijke conclusies te trekken: de reorganisatie is totaal ontspoord en dat is vooral te wijten aan de leiding van de fiscus. In een door de Tweede Kamer afgedwongen ongewone openheid van zaken was het staatssecretaris Wiebes zelf die het beeld schetste dat zijn ambtelijke top totaal had gefaald.

Wiebes zag om die reden vorige week geen andere mogelijkheid dan om de fiscus onder curatele te stellen het ministerie van Financiën. De tekenbevoegdheid van Leijtens en zijn leidinggevende collega’s is teruggeschroefd tot 100.000 euro, een miniem bedrag op de begroting van een zo’n 3 miljard van de dienst. Zij zullen iedere verdere stap in de kostbare reorganisatie (inmiddels met 70 miljoen overschreden tot 720 miljoen euro) moeten voorleggen aan de financiële controleurs van het ministerie.

Wat was er allemaal misgegaan. Allereerst waren de generieke ontslagafspraken die Leijtens eind vorig jaar met de vakbonden overeenkwam zowel organisatorisch als financieel een ramp. De regelingen waren zo riant dat er veel meer mensen op vrijwillige basis op intekenden dan gepland: ruim 5.200 in plaats van de beoogde 4.800. In maart dreigde de uitstroom van personeel de projectbegroting met ruim 600 miljoen te overschrijden.

De staatssecretaris heeft herhaaldelijk tegenover de Kamer moeten erkennen dat hij tot die maand nooit controle over het reorganisatieproces had gehad. „Het liep totaal onbeheerst.” Zijn directeur-generaal had hem in de eerste maanden van het reorganisatieproces volledig genegeerd. Het wekelijks overleg tussen de ‘Stas’ en de ‘DG’ waren nooit erg diepgaande gesprekken.

Wiebes werd naar eigen zeggen „niet op een enigszins gestructureerde manier” geïnformeerd over „specifieke en belangrijke aspecten” van de sanering, zoals de lange periode waarin medewerkers zich voor de riante vrijwillige vertrekregeling konden aanmelden. Er dreigt nu een gebrek aan cruciale functionarissen. „De meeste van deze zaken”, zei Wiebes donderdag tegen de vaste Kamercommissie van Financiën, „zijn mij pas duidelijk geworden op het moment dat de regeling uit de hand liep en er ingegrepen moest worden.”

Extra toezicht

Leijtens zat er wat ongemakkelijk bij toen Wiebes dit „onthutsende verslag” (aldus Pieter Omtzigt van het CDA) deed. Wiebes wilde van dat debat „geen openbaar functioneringsgesprek” maken, maar dat werd het tussen de regels wel. Zeker toen Wiebes de ondercuratelestelling toelichtte. Er komt tijdelijk een extra secretaris-generaal bij, om Leijtens en zijn managementteam in de gaten te houden. Een ‘commissie van wijzen’ onder leiding van voormalig topambtenaar Tjibbe Joustra zal de bestuurscultuur en -structuur onder de loep gaan nemen. En op verzoek van de Tweede Kamer zal ook de Algemene Rekenkamer een onderzoek begonnen naar de gang van zaken rond de reorganisatie.

Het was vorig jaar ook aan Hans Leijtens om de top van de Belastingdienst te veranderen. Maar anders dan het verkleinen van de raad van bestuur van twaalf tot acht leden, is er niet veel gewijzigd. De meeste topambtenaren zitten er nog. Alleen Leijtens voorganger Peter Veld is echt vertrokken. Het deze zomer aangekondigde vertrek van ‘operationeel directeur’ Hans Blokpoel is er nog niet van gekomen. Financieel directeur Ad van Luijn vertrok pas deze maand. Op aandringen van Wiebes werd er in de zomer een projectmanager op het reorganisatieproces gezet, de van Rijkswaterstaat afkomstige Herald van der Meer. Iemand die verstand heeft van bruggen en wegen aanleggen, kan volgens ingenieur Wiebes goed van pas komen.

En wat vindt Hans Leijtens zelf? In een intern memo aan de medezeggenschapsorganen schreef hij in juni dat het bij de Belastingdienst „fijn en goed werken is”. Het is niet erg waarschijnlijk dat hij daar nog steeds zo over denkt.