Muur Feyenoord net zo hermetisch als in tijd van IJzeren Rinus

Eredivisie Feyenoord weet weer wat verdedigen is. De koploper in de eredivisie heeft de beste defensie sinds tijden. Net als in het seizoen 1972-1973 kreeg Feyenoord nauwelijks tegentreffers.

Feyenoorder Foto ANP Pro Shots

Een hand van Rinus Israël is stevig. Hij schudt je hand niet alleen, hij klemt hem. Je voelt de kracht, het pezige. In de kern is hij nog altijd IJzeren Rinus, de onverwoestbare Feyenoord-verdediger uit de jaren zestig en zeventig. Al zegt hij zelf: „Er is niet veel van ijzer overgebleven.” Een hand van Jan-Arie van der Heijden, de huidige architect in de Feyenoord-defensie, voelt anders. Zachter, minder dwingend.

Rinus Israël (74) en Jan-Arie van der Heijden (28), verdedigers in twee verschillende tijdperken. Israël had er als speler een sigarenzaak naast – „ik opende het ’s morgens, ’s middags ging ik trainen, dan kwam mijn vrouw”. Beiden zijn ze vertegenwoordigers van hermetische Feyenoord-defensies. Toen: rücksichtslos. Nu: dodelijk effectief.

Dit is de beste Feyenoord-defensie in decennia. De ploeg evenaarde in de eerste acht speelronden het Feyenoord van het seizoen 1972-1973, met slechts twee tegentreffers. 44 jaar terug eindigde die serie door een 3-2 nederlaag bij FC Den Haag. Dit Feyenoord houdt langer stand, met een gelukkige 1-2 zege op NEC, weggekaapt in blessuretijd door Michiel Kramer.

Feyenoords verdediging in 2016-2017

De Feyenoord-muur kraakt in de herfstzon onder de aanvalsdriften van NEC – muisjes slippen er doorheen, links, rechts, door de as. Maar breken doet het niet. Zo doet deze achterhoede het beter dan in 1972: toen vier tegengoals na negen eredivisieduels, nu drie. Ter vergelijking: Ajax staat al op acht tegentreffers.

Het is allerminst kampioenswaardig wat Feyenoord vertoont tegen NEC, zo rommelig en uitgeblust – de demonen van vorig seizoen lijken weer op te spelen. Slecht spel, toch winnen. Het is de eerste ploeg deze eeuw die de eerste negen eredivisieduels wint. Feyenoord werkt zo in weelde toe naar de Klassieker zondag in De Kuip tegen Ajax, dat op vijf punten staat – en PSV op negen.

Rammelende constructie

De defensie is het fundament waar dit Feyenoord op rust – op de rammelende constructie zondag na. „Het vertrouwen in de achterhoede is groot”, zei coach Giovanni van Bronckhorst vrijdag. „Er is een drive om de nul te houden.”

Hoe kijken verdedigers uit de succesvolle jaren zestig en zeventig naar deze achterhoede? Israël vertelt in een koffiezaak in zijn woonplaats Landsmeer dat ze destijds in een ander systeem opereerden. Hij was de vrije man achter de defensie – de ausputzer – en gaf rugdekking aan de verdedigers. Nu spelen ze op één lijn.

Zijn compagnon in het hart van de achterhoede was Theo Laseroms – De Tank, de mandekker. Israël: „Hij had of de bal of de tegenstander.” Verdedigen was toen nog een ambacht: mannetje uitschakelen, middenvelder inspelen, werk gedaan. „Verdedigen is een vak”, zegt Wim Rijsbergen, van 1971 tot 1978 verdediger bij Feyenoord. „Nu zijn er te veel verdedigers die moeten laten zien dat ze ook aanvallend mee kunnen doen.”

Feyenoords verdediging in 1972-1973

Het zijn de eisen die worden gesteld aan de moderne verdediger. Beste exponent daarvan is rechtsback Rick Karsdorp, de TGV van Feyenoord, met zijn aanvalslust op de flank. Rijsbergen en Israël vinden dat hij selectiever moet zijn in zijn rushes. „Karsdorp loopt constant naar voren, maar zijn eerste taak is dat hij verdedigend de boel op orde moet hebben”, zegt Rijsbergen.

Zondag staat Karsdorp even in de slaapstand en geeft meters ruimte aan Mohamed Rayhi, die kan scoren – mede door mistasten van doelman Brad Jones. Verdedigend moet het beter bij Karsdorp, zegt Israël. „Qua duelkracht en slim positie kiezen.” En gaat hij niet zweven onder het gejubel? „Hij moet begrijpen dat hij nog veel moet leren om echt een hele goede verdediger te worden.”

De Laseroms van deze ploeg is Eric Botteghin, zegt Israël. De puurste verdediger van het stel. „Theo was ook zo bonkig.” Plussen van Botteghin: fysiek sterk, gebruikt zijn lichaam goed, kopsterk. Minnen: snelheid en wendbaarheid. Linksback Terence Kongolo vindt hij „een degelijke jongen, met uitschuifbare benen”. „En met zijn lengte wint hij veel kopduels.”

De Israël van deze ploeg? Ingehouden lachje. „Houd het op Van der Heijden, qua passing.” De opbouw begint vaak bij hem, maar „verdedigend is hij kwetsbaar”, zegt Israël. Hij beukt er niet in zoals Israël en Laseroms deden. „Als hij een overtreding maakt is hij meestal te laat.” In zijn tijd was „alles geoorloofd”. „Ik speelde heel agressief, met slidings en dicht op de man.” Als de nood hoog was deelde hij – zoals hij dat noemt – „een kegel uit”.

Dat meedogenloze ziet hij nu „een beetje bij Botteghin” en middenvelder Karim El Ahmadi „kan er ook wel invliegen”. Dat giftige, harde is uit het voetbal verdwenen door strengere arbitrage, zegt Israël. „Ze laten minder toe. Als ze spelen zoals wij vroeger, dan houd je weinig spelers over.”