Lokmiddel

Bloem trekt bestuivers aan met de geur van bange bijen

Biologie

Kleine vliegjes in Afrika eten graag gevangen honingbijen. Een plant heeft de geurstoffen van bijenpaniek nagemaakt, en lokt er de vliegjes mee.

De Afrikaanse parachuteplant Ceropegia sandersonii heeft het perfecte lokmiddel gevonden: de geur van bijenpaniek.

De geurstoffen die honingbijen uitscheiden als zij in nood zijn, trekken Desmometopa-vliegjes aan. Gewoonlijk parasiteren de vrouwtjes van deze vliegen op vers gevangen honingbijen in spinnenwebben, waarbij zij eveneens afgaan op de bijengeur. Terwijl de spin met zijn maaltijd bezig is, zuigen de kleine vliegjes de ingesponnen honingbij leeg, als eiwitrijke maaltijd die zij nodig hebben voor het leggen van eitjes. Ze stelen dus de prooi van een ander en worden om die reden kleptoparasieten genoemd.

Maar nu blijkt dat een plant het ‘oneerlijke’ jachtinstinct van de vliegjes aanwent om hen op hun beurt te bedriegen. Dat beschreven biologen uit Oostenrijk, Duitsland en Zuid-Afrika vorige week vrijdag in Current Biology.

De Afrikaanse parachuteplant lokt de Desmometopa-vliegen door exact de geur van angstige of stervende honingbijen te imiteren. Een heikele strategie, want Desmometopa-vliegen blijken hun enige bestuivers. Van alle vliegen die de bloemen van de parachuteplant in het wild bezochten, bleek een kwart te behoren tot de Desmometopa – inderdaad waren dat voornamelijk vrouwtjes. En alleen deze vliegen bleken stuifmeelkorrels van de parachuteplant mee te dragen.

De geurprofielen van een honingbij in nood en die van de bloem van de parachuteplant bleken bij chemische analyse vrij nauwkeurig overeen te komen. Een mengsel van de belangrijkste componenten daarvan bleek de vliegjes inderdaad sterk aan te trekken.