Column

Het rode shirt in de woestijn

De televisiecamera in de helikopter hing honderden meters boven de woestijn van Qatar. Er was geen bebouwing of begroeiing te zien. Zelfs de ellenlange, kaarsrechte asfaltweg was niet waarneembaar.Mijn beeldscherm was één geel vlak zonder leven. Langzaam zoomde de camera in. Wielrenners over de weg, miniatuurpoppetjes op de fiets.

Vanaf de motor was de woestijn even onherbergzaam. De renners fietsten over asfalt dat aan de randen als gesmolten chocola in het zand lag. De motoren reden naast de weg en lieten stofwolken achter.

Ik moest het toegeven, de leegte was adembenemend.

De hele week was er gesproken over het sfeerloze kampioenschap maar nu ging ik om. Misschien toch te veel door een Europese bril gekeken? Alsof wielrennen alleen kan gedijen in Toscaanse heuvels of in de klassieke omgeving van Valkenburg of Roeselare.

Er reed een groepje onbekende renners voorop. Niemand nam het serieus. Dit was kanonnenvlees voor als het later op de middag echt oorlog werd.

Mijn oog viel op een jongen met een donkere glanshuid in het rode shirt van Marokko. Zijn achternaam verscheen onderin beeld: Ait El Abdia. Hij werd dit jaar kampioen op de weg in Marokko.

De hitte en de wind leken de renner niet te deren. Kon het zijn dat Ait El Abdia in het voordeel was? Woestijnen genoeg in zijn geboorteland. Ik zocht op internet in welke streek hij precies geboren was. Nergens te vinden.

Het kopgroepje kreeg bidons met water aangereikt. Abdia dronk er nauwelijks van. Hij spoot de inhoud door zijn helm heen; fietsend douchen in de woestijn. Natuurlijk zou dit clubje bijgehaald worden maar zolang die mannen voorop reden, had ik mijn favoriet van de dag uitgekozen.

‘De Marokkaan’, zoals ze hem op tv een keer noemden.

Het was heerlijk om Ait El Abdia te zien; de vloeiende rijstijl, zijn donkere wenkbrauwen onder de helmrand, de ogenschijnlijk soepele tred. Hij gaf de kilometers door de zandvlakte kleur.

De kopgroep werd bijgehaald. Het speculeren kon beginnen. Toch weer Sagan? Of Boonen misschien? Een ontsnapping van Terpstra?

Geen woord over Abdia, de woestijnrenner aller woestijnrenners.

Op minder dan tien kilometer van het einde loste hij uit de kopgroep. Bij het bordje ‘start of the waste zone’ om precies te zijn, de plek waar renners hun lege bidons weg mochten gooien. Ik was mijn lievelingsrenner kwijt. Na afloop zag ik zijn naam in de uitslag; hij was 22ste geworden.

Zandvlakten, stof, harde wind en hitte vormden het decor van het wereldkampioenschap op de weg. Was het bijzonder? Ja. Met mijn ogen gericht op het rode shirt met de gele ster was het uren goed toeven in de woestijn.

Ait El Abdia, fijne gids: ik dank je.

Wilfried de Jong is schrijver en programmamaker