Gewone Slowaak geeft zijn sport pit en rock-‘n-roll

WK wielrennen Na een lang en loodzwaar seizoen met veel verplichtingen twijfelde Peter Sagan of hij wel zou deelnemen aan de WK in Qatar. Maar zondag verraste hij iedereen met een krachtsexplosie en prolongeerde zijn wereldtitel.

©

Zelden zag je de beste wielrenner van zijn generatie tot tranen toe geroerd na een koers die hij naar zijn hand had weten te zetten, hoe belangrijk de wedstrijd ook was geweest, hoe vaak zijn naam ook werd genoemd in de mondiale wielergeschiedenis. Bijna altijd was er dan dat schuine glimlachje, alsof hij iedereen die hem had geprobeerd af te stoppen op voorhand wel had kunnen vertellen dat ze kansloos waren.

Maar de ‘opperrenner’ Peter Sagan bleek zondag in Qatar ook maar een mens. Hij prolongeerde zijn wereldtitel maar kreeg het te kwaad, vlak voor hem voor de zoveelste keer in zijn carrière werd gevraagd hoe hij het ‘m nu weer had geflikt. Tijdens tientallen vraaggesprekjes had hij het riedeltje opgedreund, zijn schouders ophalend alsof hij zich excuseerde voor het peloton verliezers dat gewoonweg niet aan zijn klasse had kunnen tippen.

Deze finale krachtsinspanning, waarmee hij Mark Cavendish en Tom Boonen naar het zilver en brons verwees, moest van heel diep komen. De knotsgekke waaierkoers had, evenals het hele seizoen, zelfs bij de onvermoeibare kampioen Sagan sporen nagelaten. Want wat was het een lang seizoen geweest, een met verplichtingen – een wereldkampioen wordt geacht zijn regenboogtrui aan het publiek te laten zien.

Als een popster door fans belaagd

In januari reed Sagan al zijn eerste wedstrijden onder de Argentijnse zon, daar was het nog rustig geweest. Maar al vlak voor de start van Omloop het Nieuwsblad, de Europese seizoensouverture eind februari, werd hij in Gent als een popster belaagd door horden wielerfans. En die lieten hem geen moment meer met rust, helemaal niet toen hij een kleine maand later eerst Gent-Wevelgem en daarna de Ronde van Vlaanderen won. In de regenboogtrui en met een enkelhandige ‘wheelie’ kwam hij over de finish. Het wielrennen had zijn Messias gekregen, compleet met lange lokken, en hij kwam uit Zilina, Slowakije.

Peter Sagan werd het icoon dat de wielersport zo hard nodig had. Het jonge publiek voelt niets voor urenlange koersen en dito analyses van veelal belegen wielercommentatoren, maar Sagan geeft de sport weer pit, rock-’n-roll, en dat boort een nieuw platform aan: de jongelingen die in de Slowaak een rolmodel zien. Tijdens de Tour de France, toen hij zich voor het eerst in zijn loopbaan in de gele trui reed en later voor de vijfde keer op rij de groene puntentrui won, waren de kinderen niet bij hem weg te houden. En steeds maar weer maakte hij tijd voor een praatje, een handtekening, een grapje voor de draaiende camera’s.

Hij, de gewone jongen uit Oost-Europa die altijd al als veelwinnaar te boek stond, zowel op de racefiets als op de mountainbike, maar die zijn sport de laatste jaren steeds serieuzer is gaan nemen, zich bewust van de schijnwerpers die wereldwijd op hem gericht zijn. Hij traint gerichter, drinkt minder alcohol, en begint daar nu de vruchten van te plukken.

Zijn programma was overvol. Na de Tour vloog hij naar Rio de Janeiro om daar mee te doen aan de mountainbikerace. De olympische wegwedstrijd achtte hij te zwaar, te veel klimwerk. ‘Rio’ liep uit op een sof, vooral door pech, niet vanwege fysiek onvermogen. Even trok hij zich thuis in Monaco terug, om als herboren aan te komen in Canada, waar hij de GP Quebec won, een wedstrijd over 236 kilometer. Dan de Europese titel, voor het eerst in de geschiedenis ook voor eliterenners. Alsof het een onbeduidend tussendoortje was rekende hij in de eindsprint af met de Fransman Julian Alaphilippe.

Sagan was heel moe

Met een privéjet liet de koning van de wielersport zich naar Nederland vliegen voor de Eneco Tour. Hij won twee etappes – massasprints – en vooral de manier waarop bleek een voorbode voor wat hij in Qatar kon als hij zou meedoen. Want daarover liet hij tot vorige week twijfel bestaan. Sagan was moe, heel moe.

Niet komen opdagen om een wereldtitel te verdedigen zou alleen hem worden vergeven. Maar hij verscheen toch aan de start, met de kleinst denkbare ploeg. Zijn helpers: broer Juraj en Michael Kolar, terwijl bijvoorbeeld de Belgen met negen man naar het Emiraat waren afgereisd.

Zij waren het die de koers lieten ontbranden, 180 kilometer voor de finish, halverwege de lange lus door de woestijn van Qatar. En ze bleven regisseren. De wind was ideaal voor waaiers: hard en schuin vanachter. Sagan kon ternauwernood de oversteek maken naar de voorste groep, met daarin ook Niki Terpstra. Voor de Nederlander tekende zich een droomscenario af, als hij niet ook de beste sprinters van de wereld in zijn kielzog had meegekregen.

Het kwam aan op een sprint van 26 koplopers. Even probeerde Tom Leezer het solo, maar vlak voor de meet werd hij ingerekend en toen kon de eindsprint beginnen. De rapste mannen van het peloton waren hun vinnigheid wel kwijt na zes uur koersen in de woestijn, op één man na: Peter Sagan. Tussen de boarding en de Italiaan Giacomo Nizzolo zat een gaatje dat alleen groot genoeg was voor hem. Hij vloog erin, en verraste iedereen met een explosie van kracht.

Ook zichzelf, zei hij na afloop met de tranen in zijn vermoeide ogen: „I’m in shock”, waarna hij als een filmster de mensen bedankte die hem hadden geholpen de beste van de wereld te zijn en te blijven.