De hemelse harp kan ook ruig zijn, en zelfs grenzen opheffen

©

Het tweejaarlijkse Harpfestival beleefde dit weekend zijn vierde editie en oprichter Remy van Kesteren is pas 27. Het tekent de doortastendheid en ambitie waarmee de populaire harpist te werk gaat. Het onschuldige-engeltjescliché is inmiddels wel ontzenuwd, de hemelse harp kan ook ruig zijn en rocken, en dit jaar richtte Van Kesteren zijn pijlen verder. ‘Harpen zonder grenzen’ was het thema, omdat hij de wereld gunt wat in de muziek ‘al bereikt’ is: het opheffen van scheidslijnen.

Tijdens het openingsconcert, een strak geregisseerde en slim uitgelichte keuze uit het festivalprogramma, kwam dan ook een keur aan instrumenten voorbij, van de Koreaanse citer gayageum tot een elektrische harp, in allerlei genres en kruisbestuivingen.

Een van de mooiste momenten begon met een oed-solo op het eilandje tegenover het hoofdpodium. De Arabische luit kreeg antwoord van Van Kesterens harp, waarna de dialoog zich verder uitbreidde met elektrische gitaar en kora, de West-Afrikaanse luitharp. Met zichtbaar plezier wisten de musici de melodische subtiliteiten van de verschillende toonsystemen te laten vervloeien, in een adembenemend kleurenspel.

Jazzharpist Park Stickney toverde uit dezelfde harp als Van Kesteren een totaal andere klank, met een wat geknepen, jazzgitaarachtige toon. Hoewel zijn frasering en melodische ideeën op piano of gitaar eerder wat gewoontjes zouden zijn, maakte de harp zijn spel bijzonder.

Martin Fondse leidde het Nederlands Jeugd Jazz Orkest in een aantal kundige arrangementen van popliedjes, met een bijrol voor de harp. De bigband compenseerde ontbrekende klankfinesse met aanstekelijk enthousiasme. Soms, bijvoorbeeld toen de gitaarsolo’s van Hotel California tussen maatstrepen gewrongen werden en uitgevoerd door fluit en vocaal trio, scheerde het gevaarlijk langs de muzak; de gruizige altsaxsolo in Smells like teen spirit was dan weer precies goed.