Cultuur

Interview

Interview

Foto Rien Zilvold

De grote pijn in het agrarische landschap

Interview Frank Berendse

De boeren verpesten de natuur, insecten en vogels leggen het loodje. Terwijl het anders kan. Hoogleraar natuurbeheer Frank Berendse schreef een pamflet.

„Ik begeef me met dit boek een beetje op glad ijs”, bekent Frank Berendse, in de salon van zijn fraaie huis in de bossen even buiten Wageningen. „Ik ben botanicus en vogelaar. Over de toekomstige inrichting van Nederland weet ik niet zo veel. Maar toch wilde ik dit boek schrijven. Het moest gewoon geschreven worden.”

Berendse (65) was tot voor kort hoogleraar natuurbeheer en plantenecologie aan Wageningen Universiteit. Hij heeft een vlot lezend, pamfletterig boek geschreven over landschap en natuur in Nederland. Hij beschrijft hoe belabberd de natuur ervoor staat en wijst daarbij de landbouw als boosdoener aan. „De natuur op het boerenland is dramatisch verarmd en tegelijk heeft de landbouw een desastreuze invloed op de natuur buiten het landbouwgebied gehad”, schrijft hij. „Wie op een zomeravond een mooie fietstocht wil maken over het Nederlandse platteland, is snel van zijn liefde voor het boerenbedrijf genezen. Nog steeds word je op veel plekken door de stank verdreven.” Berendse roept de politiek op het tij te keren. „Parlement, sta op! Ontwikkel een echte visie op de toekomst van het Nederlandse platteland, waar ruimte is voor schone landbouw, maar ook voor recreatie en natuur. Waar de lucht schoon is en het water in de sloten helder. Waar veldleeuwerik en nachtegaal weer zingen.”

Uw favoriete vogel is de grutto, schrijft u. Waarom?

„Ik heb twee favoriete vogels: de grutto en de veldleeuwerik. Ik woonde als jongetje in Amersfoort. Het agrarische landschap lag om Amersfoort heen. Met kemphanen en watersnippen, weilanden vol pinksterbloemen, kruipende boterbloemen en veldzuring, waar je de grutto’s met hun kuikens door het hooiland zag lopen. Ik liep daar rond. Toen ik begon met vogels tellen, waren er ongeveer 130.000

Foto Hans Hillewaert

Grutto. Foto Hans Hillewaert

broedparen van de grutto in Nederland. Dat zijn er nu ongeveer 25.000. Van de leeuwerik is nog 3 procent over. Beide vogels symboliseren voor mij het plezier dat ik vroeger had en de pijn die ik nu voel als ik door dat boerenlandschap fiets. Een pijn die door steeds meer mensen wordt gevoeld.”

U bepleit een krachtige bescherming van de natuur. Met welk doel? Om haar schoonheid? Of om als mensheid te kunnen overleven?

„Enerzijds is er het nut van de natuur. De natuur reguleert het klimaat. Denk aan het tropische regenwoud. Denk aan de tienduizenden vierkante kilometers toendra in Alaska, Canada en Siberië. Maar zelf vind ik de belangrijkste motivatie voor natuurbehoud: de verantwoordelijkheid voor de andere levende wezens waarmee we deze planeet en dit land delen. Het is een kwestie van beschaving.”

Is de mens niet van nature geneigd de natuur te ‘overwinnen’? Te oogsten? Te bedwingen? Om haar, misschien wel, te vernietigen?

„Dat is zo. Wij zijn in principe een van de acht tot negen miljoen soorten op deze planeet. We hebben een heel groot deel van de aarde in beslag genomen. Met alle consequenties van dien voor andere soorten. Maar ik zie de verantwoordelijkheidsethiek toenemen. Ik denk dat een fase van snelle transitie voor de deur staat.”

U hamert op Nederlands natuurbeleid. Heeft dat zin in zo’n klein land?

„Nederland is een heel klein stukje van de wereld. Arealen van soorten zijn veel groter dan ons land. Als er nesten van zeearenden langs de Baltische kust worden beschermd, merken wij dat in de Oostvaardersplassen. We maken deel uit van een groter geheel.

„We zijn een dichtbevolkt land. Is het dan verstandig om zo’n groot deel van de oppervlakte voor de landbouw te reserveren? Ik zie meer in parken rondom stedelijke agglomeraties waarin mensen kunnen fietsen, sporten en picknicken. Ik zie meer ruimte voor water, ook nodig vanwege de klimaatverandering. Ik zie meer mooie landschappen. En meer natuur.”

Wat moeten de boeren gaan doen?

„De sectoren in de landbouw die goed geld verdienen, moeten we overeind houden. Met de reductie van ruimte hou je ruim voldoende over voor een landbouw die het voedsel voor ons land produceert, en die goed geld verdient aan kennisintensieve producten. We moeten genoeg blijven verdienen voor de export in groente, tuinbouwzaden, pootaardappelen, siergewassen en delen van de melkveehouderij. Met de export van varkensvlees verdienen we niet veel. Terwijl de effecten op het milieu dramatisch zijn.”

Wat maakt landbouw zo rampzalig voor het milieu?

„De landbouw is steeds intensiever en grootschaliger geworden. Dat heeft grote gevolgen gehad voor het landbouwgebied zelf, en voor de natuur daaromheen. De natuurgebieden in Nederland zijn meestal klein en staan onder grote invloed van de uitstoot van ammoniak. Van de ontwatering. En van de bestrijdingsmiddelen. Tussen 1987 en 2014, zo blijkt uit recent onderzoek in Duitsland, is de totale hoeveelheid vliegende insectenmassa met 80 procent afgenomen, vermoedelijk door bestrijdingsmiddelen. Veel vogels zijn voor hun grootbrengen van hun jongen afhankelijk van die insecten. Voor insecten is weinig aandacht, en 80 procent van alle soorten op aarde is insect.”

Foto pixabay

Vliegend hert (Lucanus cervus), met een lengte van maximaal ruim 9 cm een van de grootste insecten van Nederland, inmiddels zeldzaam. Foto pixabay

Toch slaan we insecten zonder wroeging dood, schrijft u. Vindt u dat we daarmee moeten stoppen?

„Ik ben nooit boos op iemand die dat doet. Zelf doe ik het niet gauw. Ik heb in de tuin een groot wespennest. Mijn vrouw vindt dat ik het moet weghalen. Ik vind het prachtig.”

Wat moet de politiek veranderen?

„Er moet meer ruimte voor de natuur komen. Het is eigenlijk heel gemakkelijk. Als je een stukje grond afroomt van alle boeren die dagelijks stoppen, en dat niet verkoopt aan de overblijvende boeren, dan ben je al waar je wezen moet. De tweede lijn voor de toekomst is: een schonere landbouw. Zodat boeren meer respect krijgen voor de bijdrage die ze leveren aan ons landschap. En zodat ze meer gaan verdienen. Ik pleit voor afschaffing van alle ingewikkelde milieuvoorschriften en certificaties. Vervang die door een simpele belasting, op Europees niveau, op stoffen die het milieu schade toebrengen zoals bestrijdingsmiddelen, geïmporteerd veevoer, antibiotica. Die belasting kan in de prijs worden doorberekend. Van elk stapje dat een boer zet naar een schoner bedrijf, moet hij profijt hebben. Uiteindelijk moet de consument betalen. De voedselprijzen gaan iets omhoog. De kiloknaller wordt dan extreem duur en het biologische stukje vlees heel goedkoop.”

Frank Berendse. Wilde apen, uitg. KNNV, 96 blz, € 9,95