Recht & Onrecht

Een tik van de rechter hoeft niet altijd pijn te doen

Vormfouten in het strafproces, ze bestaan nog. Zolang ze kunnen worden hersteld of gecompenseerd laat de rechter het passeren. Miranda de Meijer beschrijft in de Togacolumn hoe ‘nutteloos formalisme’ verdwijnt.

Vormfouten doen zich in vele gedaanten voor. In het verleden hebben het OM en het opsporingsapparaat meermalen hierom stevig onder vuur gelegen. Menig advocaat ‘scoorde’ eenvoudig een over-de-kop-gedraaide zaak door te wijzen op een niet nageleefd vormvoorschrift. Verdachten gingen vrij uit doordat onrechtmatig verkregen bewijs werd uitgesloten of het OM niet-ontvankelijk werd verklaard.

Slachtoffers en de samenleving hadden het nakijken. Niet zelden werden justitiële fouten nieuwswaardige missers. Meerdere geruchtmakende zaken waarin verdachten van moord, verkrachting of corruptie door vormfouten een veroordeling ontliepen, leidden in de media en in de politiek tot venijnige diskwalificaties van politie en justitie. Pijnlijke voorbeelden uit het verleden zijn ook te vinden rondom de IRT-affaire in de jaren negentig, en ook meer recent het niet vernietigen en het voegen in het dossier van zogenaamde geheimhoudersgesprekken (zoals gesprekken tussen de verdachte en diens advocaat) zijn vormverzuimen die een decennium geleden massaal de kop op staken en voor een aantal strafzaken fataal bleken.

Vormfouten bestaan nog altijd

Vormfouten, voor velen inmiddels dus geen onbekende term. In vaktermen heet het een ‘vormverzuim’. Een vormverzuim is het niet naleven van strafprocesrechtelijke geschreven én ongeschreven vormvoorschriften in het onderzoek dat voorafgaat aan de terechtzitting. Het gaat dan – zeg maar - om het niet naleven van regels in de opsporingsfase. Vormverzuimen zijn ook nog van deze tijd, zo laten gepubliceerde rechterlijke uitspraken zien. U moet dan denken aan het inzetten van bepaalde bevoegdheden, zonder dat het papierwerk in orde en/of de benodigde toestemming verkregen is. Zoals het doorzoeken van een woning, de inzet van een peilbaken, het verkrijgen van zendmastgegevens, of het in kaart brengen van iemands leven en contacten aan de hand van Facebook, Instagram en andere vormen van social media onder een gefingeerde naam.

Verder moet u bij vormverzuimen denken aan onjuiste, onvolledige, misleidende, of maskerende processen-verbaal. Ook werd als vormverzuim aangemerkt het geval waarbij de politie beelden had gemaakt van de arrestatie van verdachte en van zijn woonhuis, deze beelden aan een derde had verstrekt die de beelden vervolgens op internet plaatste. Ook kunt u denken aan het verhoren van verdachten en getuigen die niet volgens de regelen der kunst zijn uitgevoerd, bijvoorbeeld omdat de verdachte niet zijn raadsman of –vrouw heeft kunnen consulteren, of omdat verhoren in strijd met de voorschriften niet ‘auditief zijn geregistreerd’. In bepaalde gevallen moet er namelijk een geluidsband meelopen, zoals gevallen waarin er een overleden slachtoffer is of gevallen van ernstig seksueel misbruik.

Rechter oordeelt inmiddels genuanceerder

Deze voorbeelden uit de praktijk laten een gevarieerd beeld zien, en kunnen aan verschillende oorzaken worden toegeschreven. Oorzaken die te maken kunnen hebben met de kwaliteit en integriteit van het opsporings- en vervolgingsproces, met bureaucratie en wellicht ook met capaciteitsgebrek. Het OM en de politie zullen hier scherp op moeten zijn én blijven. Maar daarnaast is het toch ook zo dat waar gewerkt wordt, zeker in tijden van snelle technologische ontwikkelingen en nieuwe opsporingsmethoden, er nu eenmaal wel eens spaanders vallen. Dat is niet altijd te voorkomen, hoewel het streven van het OM en de politie daar natuurlijk wel op gericht moet zijn, en overigens ook ís.

De beoordeling van vormfouten door de rechter is in de loop van de tijd wat genuanceerder komen te liggen. Irritatie bij het rechterlijk apparaat wordt pas echt opgeroepen als er sprake is van gesjoemel in processen-verbaal of met het bewijs, als er geen of slechts een gebrekkige controle van de opsporing kan plaatsvinden, als de rechtsbijstand haperingen heeft vertoond, of als er sprake is van een structureel vormverzuim. Dan komt het voor dat de rechter een krachtige stimulans wil uitzenden om vergelijkbare vormverzuimen in de toekomst te voorkomen, of als de rechter kennelijk verwacht dat een bepaalde regel in de toekomst nog wel vaker overtreden zal worden. Dan moet het wat de rechter betreft maar eens afgelopen zijn met het niet naleven van een bepaald voorschrift. Het gevolg is dan bewijsuitsluiting of in het ergste geval niet-ontvankelijkverklaring van het OM. Een tik op de vingers van het OM en de politie. Een tik die overigens ook nog wel weer eens door de Hoge Raad teniet wordt gedaan.

Maar over het algemeen laten rechters zaken niet snel meer stuk lopen. Het moet dan wel ergens over gáán. Het belang van het geschonden voorschrift, de ernst van het verzuim of het nadeel dat daardoor voor de verdachte wordt veroorzaakt wel meevalt of er niet is, dan kan de rechter volstaan met de enkele constatering dat er een vormverzuim is. Ook als het vormverzuim kan worden hersteld of alternatieven het verzuim kunnen compenseren, kan het zonder gevolgen blijven. Grosso modo durf ik de stelling wel aan dat dat tegenwoordig in de meeste gevallen zo is. Met nutteloos formalisme heeft de rechtspraktijk niet veel meer op.

 

Miranda de Meijer is advocaat generaal bij het parket in Den Haag en bijzonder hoogleraar OM bij de UvA. De Togacolumn wordt wekelijks geschreven door een rechter, een advocaat en een vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie.

Blogger

Miranda de Meijer

Miranda de Meijer studeerde rechten in Rotterdam en werkte bij Spong advocaten in Amsterdam. Zij promoveerde op de rol van het OM in civiele zaken, werd officier van justitie, later advocaat-generaal bij het ressortsparket, gespecialiseerd in cassaties, in Den Haag. Zij is tevens hoogleraar op de bijzondere leerstoel Openbaar Ministerie van de faculteit rechtsgeleerdheid aan de Universiteit van Amsterdam. Zij doet daar onder meer onderzoek naar ondermijnende criminaliteit. (Foto UvA Jeroen Oerlemans)