Zo goed mogelijk eten inkopen

Kritische consumenten Met het oog op de ‘kritische consument’ haalt voedselproducent Honig de E-nummers uit de maaltijdmixen en instantsoepen, werd deze week bekend. Wat is dat, een kritische consument? Drie varianten.

Foto Olivier Middendorp

Hillianthe Esseboom. Foto Olivier Middendorp

‘Er is zoveel troep op de markt’

Hillianthe Esseboom (55+) komt uit Almere en is gemeenteambtenaar. „Ik let op hoe ik geld uitgeef. Als ik iets koop moet het goed en degelijk zijn, ik koop niet zomaar iets. Je moet er tijd in steken om iets goeds te kopen. Ik ga er even voor zitten, ik ga vergelijken op vergelijkingssites. Mijn huiswerk, noem ik dat. Prijs-kwaliteit vind ik belangrijk.

„Met kleding hou ik me niet zo bezig, ik koop niet zo vaak kleding. Ik reis ook amper, en wat ik reis doe ik het liefst met mijn eigen auto.

„Wat voeding betreft ben ik altijd heel kritisch geweest. Altijd bezig met wat ik in mijn mond stop. Als ik eten koop kijk ik wat volgens het etiket de ingrediënten zijn.

„Ik heb scheikunde gehad op de middelbare school; ik let op de E-nummers en de combinaties van E-nummers. Als er iets in zit wat schadelijk is voor je lichaam, dan koop ik het niet. Zoals aspartaam in drinken. „Ik heb het geluk dat ik een tuin heb, in een collectieve kas, waar ik veel zelf verbouw. Kousenband, amsoi, paksoi, klaroen, antroewa, bitawiri, Surinaamse komkommer, Nederlandse komkommer, snijboon, snijbiet, gojibes, avocado, aloë vera… Mijn ouders zijn in Suriname opgegroeid, die hadden een kostgrondje. Ik heb dat nu hier in een kas.

„Als je groenten zelf hebt of kunt verbouwen, word je kieskeurig. Bij ons in de kas krijgen tomaten de kans om te groeien, te rijpen. Je plukt ze gewoon, hoeft ze nauwelijks te wassen, je eet ze als fruit. Alles is pur sang biologisch. Dan denk je wel twaalf keer na voor je een tomaat uit de winkel haalt.

„Mijn grootste wens is dat veel meer mensen leren biologisch te eten. Zonder toevoegingen. Om gezond te blijven. Ziektes zijn een gevolg van wat we naar binnen gooien. Je gaat naar de winkel, koopt iets, je weet niet eens waar het vandaan komt.

„Als ik te veel troep gegeten heb, met kerst ofzo, gebruik ik een huismiddel om mijn lichaam weer te reinigen. Uit mijn opvoeding weet ik welk kruid of blad waarvoor te gebruiken. Dat meng ik en drink ik op. Dat is mijn levensstijl. Nu zie ik steeds meer mensen ervoor open staan.

„Mensen gaan terug naar af, dat is de trend. IKEA, Albert Heijn – de grote bedrijven gaan ons voor. Er is zoveel troep op de markt. Dan gaan mensen hun eigen aardbeitjes kweken.”

‘Je moet wel een beetje weten wat die keurmerken inhouden’

Ruben Lakeman (58) woont in Amsterdam en is rekwisiteur bij de opera. „Ik ben tot op zekere hoogte een kritische consument. Ik koop eten bij Ekoplaza maar ook gewoon bij de Lidl – biodynamische winkels zijn duur. Je zorgt voor vis met een MSC-keurmerk [keurmerk voor visproducten uit duurzame visserij]. Je moet wel een beetje weten wat die keurmerken inhouden, zodat je niet bijvoorbeeld AH Kiesbewust gaat volgen. Dat heeft niets te maken met biologisch dynamisch, wel of niet verrijkt met E-nummers, of er te veel suiker, zout of vet in zit. Dat is gewoon wat AH verantwoord vindt.

„We zitten bij de Triodosbank omdat ze aan microkrediet doen en wat alternatieve zaken financieren. Daar draag ik ook een deel van mijn rente aan af. Onze auto is een oude Renault Kangoo, daar hebben we onze slag nog niet geslagen. Ik vind het zonde om een elektrische auto te kopen. Er zit een gigantische batterij in. De zware metalen daarin worden onder afschuwelijke omstandigheden gedolven. En waar moet je die batterijen laten? Dat wordt straks een enorme berg. Eigenlijk zit ik te wachten op de waterstofauto.

„Ik draag zoveel mogelijk wol omdat het lekker zit. Of wat ik nu aan heb helemaal ecologisch verantwoord is, weet ik niet. Laatst hoorde ik een verhaal dat dit merk een plastic laagje over de stof heen doet om het minder te laten pluizen. Dat vind ik minder. Dat zou een reden kunnen zijn om dat niet meer te kopen.

„Vroeger ben ik wel naar India, Thailand, Vietnam geweest met mijn dochter. Maar het gaat me steeds meer tegenstaan. De voetstap die je zet qua CO2. Dan maar wat dichter bij huis. Van de zomer ben ik naar Ierland gevlogen. Ik heb mijn vliegreis weleens gecompenseerd met boomaanplant, maar toen kreeg je weer van die verhalen in het nieuws dat dat niets bijdraagt.

„Een keer ben ik op internet gaan zoeken of er geen plastic in mijn tandpasta zat. Dat was toen in het nieuws en ik dacht: toch even kijken of ik soms moet overstappen. Maar er zat geen plastic in Parodontax.

„Wat ik niet doe is bellen naar een klantenservice om te klagen over producten. Je maakt je weleens boos maar het is lastig. Veel dingen hebben toch te maken met grote instituten die je nauwelijks kunt keren. Ik probeer het in mijn eigen omgeving zo goed mogelijk te doen.”

‘Die kruiden kan ik er zelf ook in doen’

Foto Olivier Middendorp

Matu Mol. Foto Olivier Middendorp

Matu Mol (26) woont in Tilburg en is student theaterwetenschap. „Ik koop niets wat voorgesneden is en gebruik nooit pakjes en zakjes met kruidenmix. Als je de verpakking leest zie je dat daar zoveel andere zooi in zit. Die kruiden kan ik er ook zelf in doen, zonder E-nummers en suikers.

„Soms staat ergens op dat er ‘specerijen’ in zitten. Dan zou ik eigenlijk moeten opbellen om te vragen welke specerijen, zodat ik weet waar ik op zou kunnen reageren. Maar dat vind ik toch te veel gedoe. Dan koop ik het maar niet.

„Ik ben niet zo’n hype-eter. Quinoa, chiazaad, dat doe ik niet. Ik drink wel Kombucha, een gefermenteerde theedrank. Dat is in de winkel heel duur, daarom ben ik net begonnen om het zelf te maken. Ik bestel weinig online. Ik ga liever naar de toko voor dingen die ze in de gewone supermarkt niet hebben.

„Op dit moment volg ik een orthomoleculair dieet, waardoor ik geen eieren en zuivel mag. Normaal eet ik biologische eieren en biologische zuivel, en ook biologisch vlees. Groente wisselt.

„Ik ga ook naar de markt, dat is weleens niet-biologisch. Bij de supermarkt neem ik de biologische alternatieven als die er zijn, wat niet altijd zo is. Ook bij non-food – wasmiddelen, handzeep – let ik op. Ik heb nu shampoo van een vriendin die zelf zeep maakt.

„Keurmerken hebben het nadeel dat producenten ervoor moeten betalen. Als je naar de boerderij om de hoek gaat, en die heeft biologische kippen, en je vertrouwt de boer, dan moet je daar vooral eieren kopen, ook al heeft hij geen keurmerk. Dat is lokaal en je helpt mensen in je eigen omgeving. Een keurmerk is afhankelijk van geld, en dat hebben de grote bedrijven, niet de kleine.

„Vliegen doe ik hooguit een of twee keer per jaar. Je kunt dat ‘afkopen’, maar daar heb ik me nog niet in verdiept. Ik doe het ook zo weinig.

„Doordat ik de laatste tijd erg ben afgevallen heb ik een compleet nieuwe garderobe nodig. Dat probeer ik te doen zodat het goed is voor mijn portemonnee én het milieu. Er zijn lijsten op internet waar op staat welke winkels kleding verkopen die op een verantwoorde manier is geproduceerd, voor het milieu en qua werkomstandigheden. Alle grote ketens zijn gerankt op basis van een onafhankelijk onderzoek. Daar hou ik dan rekening mee.”