Ze hoeft het alleen nog te wegen

Zelfbeschikking

En nieuwe wet is prima, vindt Elis van Lelyveld (84). Maar ze neemt zo nodig zelf het initiatief. Met een poedertje.

Foto Merlijn Doomernik

Ergens in de ruime woning aan een Almeerse sloot, een oever vol treurwilgen, is „het middel” verstopt. Waar precies mag niet worden opgeschreven. Straks komt er een inbreker. „Kijk, hier heb je het.” Elis van Lelyveld trekt een doorzichtig plastic zakje open en haalt er een wit busje uit. Met een zwarte stift heeft ze er instructies op geschreven. ‘Februari 2016’, de aanschafdatum. Het is wat waard: iets van 460 euro. En er valt best lastig aan te komen, want de aanschaf van het poeder wordt gedoogd maar is verboden.

Elis van Lelyveld, 84 jaar, is eens overwerkt geweest, maar was nooit écht ziek. Ze heeft twee kinderen, geen partner, is fit door yogalessen, mondig en gelukkig. Een tikje doof, maar daar heeft ze dat gehoorapparaat voor. Ze komt uit een progressief nest, werkte als maatschappelijk werkster en als docent Frans en didactiek, en gaf Nederlandse les aan asielzoekers. Voor iemand als zij is die ‘voltooid leven’-wet die er mogelijk komt, eigenlijk niet nodig. Zij is zo iemand die het zelf wel regelt, en dat heeft ze dus ook gedaan.

Verruiming

Maar voor Van Lelyveld is verruiming van de huidige regels voor euthanasie wél belangrijk, ze ziet het als een ultiem teken van „de emancipatie van de mens”. Voor haar geldt: hoe meer keuzemogelijkheden er zijn, hoe beter. Vergelijk het met het huwelijk en de emancipatie van de vrouw, zegt ze. „Je hoeft niet meer te trouwen met de man die je moeder voor je uitkoos.”

Maar keuzemogelijkheden kunnen ook lastige vragen opwerpen, vragen die je eerder niet hoefde te beantwoorden. Als die nieuwe wet er komt, kunnen ouderen flinke druk gaan voelen om dood te gaan, denken critici. Van Lelyveld vindt dat een „reëel aspect”. Maar ze kan zich niet voorstellen dat het bij haar zo zou gaan.

Van Lelyveld wil ook helemaal nog niet dood. Niemand weet wanneer ze „het poedertje” zal afwegen in de elektrische weegschaal van de Blokker, die ze er speciaal voor kocht. „Stel ik krijg een hersenbloeding maar ik ben niet ziek genoeg voor euthanasie, dan neem ik dit middel.” Haar huisarts weet ervan.

Terriër

De afgelopen zes maanden merkt Van Lelyveld dat ze minder behoefte heeft om iets te doen. „Ik zit graag hier, thuis.” Dat is natuurlijk, denkt ze. Ze knikt naar de 15-jarige Tibetaanse terriër die in haar mandje ligt te suffen. „Sterre heeft het ook. Ze gaat vaak boven slapen. Zo gaat het met ouder worden ook, denk ik. Dat je denkt: laat mij maar met rust.” En ja, misschien verandert dat uiteindelijk in: laat mij maar sterven. „Als iemand de levensenergie helemaal niet meer kan vinden – is dat niet het kenmerk van een voltooid leven?” Niet als het een avondje zo voelt, benadrukt ze. „Dat hebben we allemaal wel eens.”

Van Lelyveld kent wel mensen die hun leven voltooid achten, maar niemand die er een einde aan heeft gemaakt. „Dat vind ik opvallend.” Als mensen allerlei kwalen hebben denkt ze: „Ik begrijp niet dat je zo doortobt.” Zou „de grens” verschuiven, vraagt Van Lelyveld zich af. „Misschien wil je toch altijd, koste wat het kost, door blijven leven.”

Ze denkt eigenlijk nooit aan „het middel” dat ze in huis heeft. „Het is zoiets als handschoenen in de zomer, die vergeet je.”