Weer een wonderkind

©

In de tijd dat het Britse kampioenschap nog open stond voor spelers uit alle landen waar ooit de Union Jack op de overheidsgebouwen had gewapperd, werd het door boze Engelse schakers soms de ‘Indian takeaway’ genoemd. Wij zouden zeggen de afhaalchinees. Die Engelsen bedoelden niet dat zij zelf iets konden afhalen, maar dat de spelers uit India er met hun prijzengeld vandoor gingen.

In feite is dat Brits kampioenschap maar vijf keer door een Indiër gewonnen. Omstreeks 1930 drie keer door de fabuleuze Mir Sultan Khan en in 2002 en 2003 door twee minder bekende Indiërs. Daarna mochten ze niet meer meedoen.

Het ging de boze Engelsen niet zozeer om de Indiase kampioenen, maar om de massaliteit van de Indiase deelname. Er zijn er daar veel die goed zijn.

Aan het toernooi op het Isle of Man, waarover ik vorige week al even schreef, deden 26 schakers uit India mee. Je kunt er uit afleiden dat er veel sponsorgeld beschikbaar is voor buitenlandse schaakreizen, vooral voor jonge talenten.

De meest opvallende van die jongeren was R. Praggnanandhaa, een jongen van elf jaar die eind mei van dit jaar, toen hij nog maar tien was, internationaal meester werd, de jongste uit de geschiedenis. Daarvoor stond het record op naam van Judit Polgar, die elf was toen ze de meestertitel veroverde.

Praggnanandhaa is geboren in Chennai, waar ze niet doen aan voornaam en familienaam, dus net als zijn stadgenoot Anand heeft hij maar één naam. De R aan het begin is de eerste letter van zijn vaders naam. Om zijn moeilijke naam te onthouden helpt het om te bedenken dat het woord anand er in is opgesloten. We zullen de naam nog vaak tegenkomen.

Zijn rating is 2442 en met zijn score van 5½ uit 9 was zijn prestatierating in het Isle of Man Open 2529, het niveau van een grootmeester. Hieronder staat zijn partij uit de laatste ronde tegen de Duitse grootmeester Axel Bachmann.

Het is waar dat Bachmann wel eens beter heeft gespeeld dan in deze partij. Het valt ook niet mee om tegen een kind van elf te spelen. Ik moest denken aan het Ohra-toernooi in Amsterdam in 1989, toen ik tegen een meisje van dertien moest spelen en op de dertiende zet al de beslissende fout maakte. Ze heette Judit Polgar en ik was niet de enige speler in dat toernooi die moeite had met haar jeugd.

Axel Bachmann - Praggnanandhaa, Isle of Man 2016

1. d4 Pf6 2. Lf4 g6 3. Pc3 d5 4. Dd2 Lg7 5. Lh6 0-0 6. Lxg7 Kxg7 7. 0-0-0 Met zijn laatste drie zetten heeft wit laten merken dat hij met h2-h4-h5 een koningsaanval wil ondernemen. Het zal er niet van komen. 7…c5 8. e3 Pc6 9. f3 Misschien was 9. dxc5 een betere poging om een voordeeltje te bereiken. 9…c4 Veel interessanter dan het makke 9…cxd4. Zwart bereidt een stormloop op wits koningsstelling voor. 10. e4 b5 11. exd5 Na 11. Pxb5 Tb8 heeft zwart goede aanvalskansen. 11…Pb4 12. Pxb5 Ook nu is dit riskant. Voorzichtiger was 12. g4 Pfxd5 13. Pge2. 12…Pxa2+ 13. Kb1 Dxd5 14. Pa3 Misschien had wit vertrouwd op 14. Pc7, maar na 14…Db7 15. Lxc4 (niet 15. Pxa8 c3 en zwart wint) Tb8 zou zwart een zeer sterke aanval hebben. Wat wit doet is overigens ook slecht. Hij moest 14. Pc3 spelen, al blijft zijn koningsstelling na 14…Pxc3 15. Dxc3 La6 niet geheel veilig. 14…c3 15. bxc3 Een laatste kleine kans was 15. Df4, al heeft zwart dan na 15…Le6 16. Lc4 Db7 een winnende aanval. 15…Tb8+ 16. Ka1 Da5 17. Kxa2 Pd5 18. Pe2 Le6

Zie diagram

Wit gaf op. Hij zou snel mat gaan.