Waaiers in de woestijn of gewoon een massaprint?

WK wielrennen

Wielerlegende Eddy Merckx verwacht een spectaculaire wegwedstrijd, op voorwaarde dat het waait in Qatar. Anders is het aan de sprinters.

Geheid wordt het peloton er in waaiers uiteen geblazen, soms waaien renners zelfs pardoes van de fiets. De Moeren, open vlakte in de Zuidwesthoek van Vlaanderen en elk jaar opnieuw scherprechter in de klassieker Gent-Wevelgem, is gevreesd voor een straffe zuidwester. Altijd spektakel voor het publiek, de combinatie wind en koers. Neem de Touretappes in de storm op Neeltje Jans of in de mistral bij Montpellier. Maar zal de wind dit weekeinde ook een slagveld veroorzaken bij de WK over de eindeloos rechte wegen door de desolate woestijn van Qatar?

Eddy Merckx, al jaren ambassadeur van het oliestaatje en deze week alom aanwezig, rekent op een spectaculair koersverloop. Bij de vrouwen lijkt zaterdag een massasprint onvermijdelijk, na een aanloop van slechts 28,1 kilometer en zeven rondes van 15,2 kilometer op het eilandje The Pearl. Maar de mannen moeten zondag liefst 151 kilometer door de woestijn, voordat ze aan hun zeven omlopen beginnen. „Dit WK is het visitekaartje van Qatar aan de wereld”, stelt de beste renner aller tijden.

Bij een parcoursverkenning voor de Belgische krant Het Nieuwsblad signaleert Merckx (71) juist in de ‘zandbak’ genoeg kans op verrassende wendingen. De bocht van negentig graden bij Umm Salal Ali, de gevreesde ‘rotonde van de Vis’, het keerpunt in Abou Yazoul. De Kannibaal verwacht waaiers. „Op voorwaarde dat er wind staat natuurlijk.”

Anders mondt het WK op de weg uit in een lange, hete kermiskoers, tussen wolkenkrabbers en rijen dranghekken zonder publiek. Met aan het eind waarschijnlijk een massasprint.

Maar ook een WK voor sprinters heeft zo zijn charme. In 1981 zet Freddy Maertens in Praag de kroon op een onwaarschijnlijke comeback. Na vijf ritzeges in de Tour verslaat de gevallen grootheid op het WK in een massasprint Giuseppe Saronni en Bernard Hinault met een ultieme jump in de laatste meters. Vijf jaar na zijn eerste titel is de regenboogtrui weer voor hem.

Als de WK van 2002 worden gehouden op het biljartvlakke circuit van Zolder in België, kan slechts één renner winnen. ‘Mooie’ Mario Cipollini zet op 150 meter voor de finish in het midden van de weg onweerstaanbaar aan. Robbie McEwen (zilver) en Erik Zabel (brons) staan niet op de foto.

In 2010 is de Noorse beer Thor Hushovd in het Australische Geelong de sterkste van een uitgedund peloton, dankzij zijn gekende machtssprint. Een jaar later domineert de Britse ploeg het WK in Kopenhagen. In de finale raakt kopman Mark Cavendish zijn treintje kwijt, maar op Geels Bakke blijkt hij heuvelop toch sneller dan Matthew Goss en André Greipel.

Als het WK op de weg zondag in Doha op een massasprint uitdraait, lijkt sprinter-met-inhoud Greipel favoriet. De 34-jarige Duitser bereidde zich nauwgezet voor en wil winnen voor zijn moeder, die aan de spierziekte ALS lijdt. „Het gebeurt niet vaak dat het WK gemaakt is voor sprinters”, zegt hij. „Daarom heb ik er nu mijn doel van gemaakt.”

Maar zullen zijn Duitse ploeggenoten Marcel Kittel en John Degenkolb hun eigen ambitie opzijschuiven? Wat kunnen titelverdediger Peter Sagan en Cavendish nog na een zwaar seizoen? Of verrast Niki Terpstra, al weken in topvorm, iedereen toch met een coup in de woestijn? Toeschouwers zullen er nauwelijks zijn in Qatar. Maar spannend wordt het wel.