Verdwenen reuzenalk keert klein beetje terug

Illustratie Irene Goede

Pinguïns leven op de zuidpool en ijsberen op de noordpool. Zo leer je het op school. Maar wist je dat er niet zo lang geleden nog een pinguïn in het noorden leefde?

De pinguïn uit het noorden heet nu reuzenalk. De reuzenalk was zwartwit, net als de pinguïns uit het zuiden. De reuzenalk kon ook niet vliegen en was een geweldige zwemmer en duiker.

Eigenlijk zijn reuzenalken de échte pinguïns. Europese zeelui noemden reuzenalken al pinguïns lang voordat de pinguïns van het zuiden waren ontdekt. Toen zeemannen rond de zuidpool zwartwitte vogels zagen dachten ze: ‘ah, die vogels kennen we van thuis! Pinguïns!’

Zo kregen pinguïns dus hun naam. Maar wat is er dan met de reuzenalk, de échte pinguïn gebeurd?

Dat is een verdrietig verhaal. Als zeelui een reuzenalk zagen, zagen ze vooral eieren, vet, vlees en veren. Als ze daarna in hun dagboeken over reuzenalken schreven, schreven ze vooral hoe lekker ze waren.

De reuzenalk had pech. De andere vogels, de papegaaiduikers en zeekoeten, vlogen weg als de mensen eieren kwamen roven. Maar de reuzenalk bleef zitten. Hij maakte zich groot. Spreidde zijn korte vleugeltjes uit. Dapper. Maar dat is niet genoeg.

De laatste reuzenalken werden in het jaar 1844 gewurgd door vissers, op een eilandje bij IJsland. Het waren een mannetje en een vrouwtje. Ze waren tenminste nog samen.

Vroeger leefden er reuzenalken op meer plekken. Ook in Nederland. Dat heeft Bram Langeveld van het Natuurhistorisch Museum in Rotterdam ontdekt. Bram vond een paar jaar geleden een vleugelbot van een reuzenalk. Gewoon op het strand van Hoek van Holland.

Bram vroeg aan andere fossielenverzamelaars of ze nog botten van reuzenalken hadden en vond er zo nog 30 meer. Eentje was er 3.000 jaar oud.

Bram denkt dat reuzenalken hierheen kwamen om te overwinteren. „De Noordzee is ondiep, warm en zit vol vis. Het was hier een reuzenalkparadijs.” Ja, op de mensen na dan. Mens en reuzenalk gaan niet samen.

Niemand weet hoe de reuzenalk klonk. Niemand weet hoe diep ze doken of hoe ver ze zwommen. Maar dankzij Bram weten we wel iets meer over dit bijzondere dier.

Wil je zelf een schouderbotje van de reuzenalk zien? Dan kun je nog tot 31 oktober naar het Natuurhistorisch Museum in Rotterdam. Daarna gaat het bot terug in de kast, in het depot.

Bron: Straatgras, septembernummer