Column

Sjardie

Column

Georgina Verbaan zegt het maar gewoon: heel veel wijn is VIES.

Illustraties alle portretten Martien ter Veen

Als heroïne iets meer geaccepteerd zou zijn had ik vast in iedere sociale situatie klaar gezeten met een elegant rolletje aluminiumfolie en een professionele aansteker. Maar omdat alles er in onze maatschappij op ingericht is om in gezelschap alcohol als angstremmer en lijmmiddel te gebruiken, heb ik mij bekwaamd in het kritisch bekijken van wijnkaarten (met één wenkbrauw omhoog die geveinsde verbazing speelt en één wenkbrauw in de laconieke tussenstand die de andere wenkbrauw relativeert en uitstraalt dat het onmogelijk is dat jij niet weet hoe wijn smaakt als er slechts een jaartal, streek en wijnhuis genoemd worden, wat natuurlijk wel zo is, maar wat je nooit tegen zo’n wenkbrauw moet zeggen want dan zal hij je verraden), het bestellen van wijn met alle Franse of Duitse klemtonen op de juiste plek, en tenslotte het proeven. Dit laatste is wel een belangrijk element, want wijn moet immers lekker zijn. En veel wijn is helemaal niet lekker. Echt heel veel wijn is vies. Ja, ik zeg het maar gewoon: VIES. Of zoals wij thuis plachten te zeggen; GOJR. Dat je tong bij het geringste contact al ineen duikt om vrijwillig te versterven, en je smaakpapillen een drooggelegd koraalrif uitbeelden in de hoop dat de zuuraanval stopt en het agressieve goedje op zoek gaat naar een nuttiger invulling van zijn bestaan, zoals assisteren bij het afbijten van verf. Dergelijk zuur wordt doorgaans geschonken op gelegenheden die in principe een feestelijk karakter hebben.

Op begrafenissen is de wijn vaak beter.

Op begrafenissen is de wijn vaak beter. Hoewel ik niet zeker weet of dat iets betekent. Als je je eenmaal een beetje in wijn hebt verdiept en het een en ander hebt geproefd kan je in elk geval heel zelfverzekerd een paar wijnen van een kaart plukken en ze zonder angst en beven bestellen. Maar je loopt al snel het risico een wijnsnob te worden, en dat is vooral voor jezelf vaak aanpoten.

„Jullie nog twee sjardie, misschien?” vraagt een ober bijvoorbeeld.

„Sjardie? Nee, wij dronken een soort van wijn, meneer.”

„Ja, twee sjardie, toch?”

„Hij bedoelt de Chardonnay volgens mij..”

„Ah. Ja, in dat geval; nog twee glaasjes, erh, sjardie, graag. Dank u wel.”

Er was dus keuze uit een glaasje soofie, een tino of een rooie. En omdat we niet in Frankrijk wonen moet je daar dan dus veel zoute dingen bij eten. Daarom ben ik ook maar bier gaan leren drinken. Dan kan je nog eens neerstrijken bij etablissementen die De Blauwe Druif heten. Waar kritische Indische tantetjes je gesprekken volgen en afkeurend nee schudden als je vriend je een tik op je billen geeft, en waar een vrouw haar hart uitstort over haar liefdesleven en na een kort contemplatief moment concludeert „Ik neig ook erg naar rampenfilms,” Dat zou ik toch niet willen missen.