Column

Qatar

De Belg Enzo Wouters zakte meteen na de finish van het WK voor beloften in elkaar. Hyperventilerend, schuim om de mond. Zijn lichaamstemperatuur bedroeg veertig graden. Wouters viel flauw in de armen van een verzorger en werd per ambulance afgevoerd. Hij herinnerde zich niets meer.

De WK in Qatar laten zich weinig gelegen aan het hitteprotocol. Er moet gefietst worden, de eer van het land staat op het spel. Honderdvijftig kilometer in de woestijn bij veertig graden is vragen om te sterven, maar juist dat hoort voor de UCI bij koers. Uitdroging zou bovendien een zachte dood zijn. Daar is organisatorisch naartoe geleefd, want op het plaatselijke circuit is het bij hoge snelheid onmogelijk nog een drinkbus aan te nemen. In de woestijnwaaiers lukt bevoorrading al helemaal niet. Honger en dorst zullen eindigen in spastisch gegrabbel van renners en verzorgers. Ze vinden elkaars arabesken niet meer.

Tom Dumoulin had het over een rottig WK in een rottig land. Hij mist de Cauberg met een aangenaam voorjaarszonnetje en een zee van mensen. In Qatar is de unieke ambiance van de wielersport bij voorbaat geaborteerd. Toch wil ieder rugnummer van de mollige menigte op de fiets wereldkampioen worden. Logistieke, laat staan morele bezwaren doen er niet toe.

Je kan het de renners niet kwalijk nemen. De protestgeneratie van mei ’68 heeft het peloton nooit bereikt. Wielrennen is een parallelle wereld van nomaden. Continue uithuizigheid verdunt het maatschappelijke bewustzijn. Er is geen tijd voor actie en de haast permanente staat van uitputting nodigt ook niet uit tot barricadefeestjes. Pas na hun carrière participeren wielrenners aan burgerschap en mensenrechten.

De UCI en organisatoren maken schaamteloos misbruik van het vacuüm. Ze dresseren het peloton naar hun mercantiele grillen en fantasieën. Reken maar dat er ooit nog een WK wordt gereden in Siberië. Met subsidiegeld van een of andere gekke oligarch. Niets is te gek voor de baronnen van de internationale wielerfederatie, gestold in de moraal van combines en geritsel. Primum vivere

Voor het WK voetbal had Qatar Ronald de Boer als ambassadeur, voor het WK wielrennen was dat Eddy Merckx. De kannibaal is al jaren de bezieler van de Ronde van Qatar. Zelf ook een halve sjeik geworden. Merckx schroomde zich niet wielerploegen onder druk te zetten om de etappewedstrijd in de woestijn te rijden. Tom Boonen en Niki Terpstra waren vaste klant – meervoudige winnaars. De Noor Alexander Kristoff was in de laatste editie de grote slokop met etappezeges. Qatar heeft zich langs de duistere weg van het geld gededouaneerd tot koersland.

Tom Boonen heeft zichzelf uitgeroepen tot topfavoriet van dit WK. Hij spreekt de taal van woestijnwinden en wordt algemeen gezien als de koning van waaierkoersen. Zijn ploegmaat Niki Terpstra weet ook waar de wind vandaan komt. Anderen houden vol dat het WK zal uitlopen op een sprintersfestival. Met vooral de Duitsers Greipel, Degenkolb en Kittel in een heldenrol. Cavendish, Kristoff en een paar Fransen doen mee als outsiders. Over uittredend wereldkampioen Peter Sagan is de laatste tijd weinig gesproken. Sagan maakte van zijn deelname een mysterie. Hij wist niet of hij wel zou rijden in Qatar. Twijfel als publicitaire stunt. Metafysica van de kermis.

De Slowaak zal zondag prominent aanwezig zijn. Hij mikt op een tweede wereldtitel in successie, zoals Paolo Bettini het hem ooit voordeed. Sagan kan sprinten en in waaiers rijden, vandaar. Zijn eergierigheid is ook nog onbegrensd.

Huizenhoge topfavoriet. De regenboogtrui zit hem trouwens als gegoten. Hij heeft er ook het hoofd voor.

Hugo Camps is journalist, columnist en schrijver.