Interview

Podium voor strip-legendes en talent

Tijdschrift

Al lang speelden Nederlandse strip-tekenaars met het idee: een magazine als internationaal podium. Nu is het er, Scratches, met veel grote namen.

Pagina uit Scratch, een strip van Brecht Vandenbroucke.

Robert Crumb doet mee, Chris Ware staat erin, Art Spiegelman is van de partij: en dat in een nieuw Nederlands striptijdschrift, Scratches. Dat is nogal wat. Vanaf deze week is Nederland een internationaal stripmagazine rijker. Het blad moet een internationaal podium worden voor Nederlands en Vlaams tekentalent, aldus editor-in-chief Joost Swarte. Volgende week, bij de Frankfurter Buchmesse, waar Nederland en Vlaanderen eregast zijn, moet de eerste slag worden geslagen.

Ideale etalage

Het idee voor een tijdschrift ontstond enkele jaren geleden bij de oprichting van uitgeverij Scratch door Wiebe Mokken, zegt Swarte. „Nederlandse en Vlaamse tekenaars hebben hetzelfde probleem: ze opereren in een te klein taalgebied om zich te kunnen bedruipen. Ze hebben het nodig dat hun werk ook in het buitenland wordt verkocht. Maar dan moeten ze wel gezien worden, en een tijdschrift is een ideale etalage.”

De 112 rijk gevulde pagina’s van Scratches zijn gelijkelijk verdeeld over Nederlandse, Vlaamse en buitenlandse tekenaars. Nieuw werk van grote Amerikaanse namen als Crumb en Ware, uit het netwerk van Swarte, moet liefhebbers overal ter wereld nieuwsgierig maken. Die stuiten dan ook op verrassend werk van Nederlanders als Aart Taminiau, Daan Botlek en Tobias Schalken. België is sterk vertegenwoordigd met onder meer tekeningen van Brecht Evens, Kamagurka, Ben Gijsemans en Brecht Vandenbroucke.

Het succes en de effectiviteit van het blad zal afhangen van de distributiedeals die in het buitenland gesloten worden. Dat was aanvankelijk lastig, zonder blad, maar Swarte is nu optimistisch. Verspreiding in Duitsland en Noorwegen is reeds verzekerd en er zijn „contacten” in Amerika en Frankrijk. Een Franse uitgever overweegt een Franse editie, zegt Swarte, en dan zou het blad meteen aan zijn doelstelling voldoen. Als het goed komt, gaat Scratches één keer per jaar verschijnen.

Stripfilantroop

Volgens Swarte is er voldoende Nederlands talent: „Erik Kriek, die wel al een poot aan de grond heeft in het buitenland, had ik er bijvoorbeeld ook graag bij gehad.” Hij noemt Wasco en Tobias Tak en wijst op de vier pagina’s cowboystrip van Tobias Schalken in het blad. „Dit verhaal gaat eigenlijk gewoon over een chagrijnige oude man, maar de entourage weekt je los van die eerste indruk.”

Bijzonder vindt Swarte ook de vier pagina’s strip van Aart Taminiau. „De rechter- en linkerpagina hebben dezelfde opbouw, maar vertellen een ander verhaal: links speelt in het heden en gaat over de smartphone en rechts speelt in het verleden en gaat over theater. Beide gaan over zelfreflectie. Het is knap hoe hij de grenzen van het medium overschrijdt.”

Het blad heeft voor de vertalingen een kleine subsidie van de Vlaamse en Nederlandse letterenfondsen gekregen. Maar zonder het geld van stripfilantroop Mokken was dit tijdschrift onbetaalbaar. Swarte is zich er wel van bewust dat de Vlaamse tekenaars op de Nederlandse voorhebben dat de Vlaamse overheid actief en ruimhartig subsidieert en dat tekenaars in Nederland alleen mondjesmaat begunstigd worden. „Ik zou wensen dat daar verandering in komt, want daardoor stagneert de ontwikkeling van de strip in Nederland.”