Column

One-issueprotesten zijn onvermogen

Caroline de Gruyter is correspondent in Wenen en schrijft wekelijks een column over Europa.

carolinedegruyter0

Jaren geleden vroeg een Pool de spindoctor van toenmalig president Donald Tusk: „Waarom zijn jullie zo conservatief over abortus? Waarom zijn jullie niet soepeler?” Waarop de spindoctor antwoordde: „Als jij kunt aantonen dat burgers een soepeler abortuswet willen, zullen wij dat regelen.”

Op Zwarte Maandag, 3 oktober, toen tienduizenden Poolse vrouwen in het zwart protesteerden tegen een ultrastrenge ontwerp-abortuswet, was het moeilijk om niet aan deze anekdote te denken. De vrouwen kregen min of meer hun zin: het wetsontwerp werd ingetrokken.

Wat hier gebeurt is interessant. Politiek bedrijf je steeds minder in het parlement met debatten tussen partijen, en steeds meer op straat.

Die verschuiving is niet nieuw, natuurlijk. In Hongkong, Bulgarije, Brazilië en elders hebben burgers afgelopen jaren geprobeerd met demonstraties politieke veranderingen af te dwingen. In sommige landen ís er bijna geen andere manier dan op straat gaan zitten en daar blijven tot de machthebbers overstag gaan.

Ook in Europa raken bestaande politieke kanalen kennelijk zo verstopt dat burgers straatprotest als enige uitweg zien. Steeds meer mensen merken dat verkiezingen weinig meer uithalen. Op wie je ook stemt, het beleid verandert niet wezenlijk.

Veel problemen zijn internationaal geworden en oplossingen dus ook. De Grieken kozen Syriza omdat ze nieuw beleid wilden, maar ze kregen alleen nieuwe koppen – want het beleid wordt ver weg gemaakt, bij het IMF, bij de Commissie, de eurogroep.

Het bankgeheim van Zwitserland werd op Wall Street vermorzeld, toen de Amerikanen dreigden de banklicentie van UBS en Credit Suisse in te trekken, en niet door een soeverein besluit van Zwitserse burgers. Dat maakt mensen apathisch: ‘Ze doen maar’.

Wat rest van de bestaande parlementaire politiek wordt venijniger. Mensen storten zich verbeten op onderwerpen waarover je nog wél nationaal kunt beslissen – integratie, euthanasie, voedselveiligheid, boerkini’s. In Frankrijk woedt een discussie over het verbannen van shisha’s en een Pokémonverbod op scholen. Nederland was weken in de ban van een dieet en het studentencorps.

Dat is niet per se slecht. Maar als dit de onderwerpen zijn waarin al onze politieke energie gaat zitten terwijl Rusland kernkoppen richting Europa verplaatst en we dringend een Europees asiel- en immigratiebeleid nodig hebben, klopt er iets niet met onze prioriteiten.

Sommige mensen stemmen uit frustratie op anti-establishmentpartijen. Ze willen ‘het systeem’ van de rails laten lopen. Ze maken veel lawaai, zodat het soms lijkt of zij een meerderheid vormen.

Maar velen, óók ongelukkig met het systeem, willen constructieve hervormingen, geen destructie. Alleen als het écht te gortig wordt, komen ze in actie. Zoals de Turken op het Taksimplein en de Spanjaarden met hun pannendeksels, en nu de Polen in het zwart. Dat gaat geciviliseerd, maar spontaan en tamelijk ongeorganiseerd. Het zijn mensen van links en rechts. Arm en rijk. Ze hebben één issue – en als het geregeld is, gaan ze naar huis.

David Hume, de Schotse filosoof, zei eens: „Het is verbazend hoe makkelijk zovelen door zo weinigen geregeerd worden.” De Bulgaarse politieke wetenschapper Ivan Krastev schreef in zijn boekje Democracy Disrupted (2014) over recente grote straatprotesten: „Ik ben juist verbaasd hoe makkelijk zovelen in opstand zijn gekomen tegen zo weinigen – en met hoeveel gemak die zovelen vervolgens weer naar huis gingen.” Daarom blijft ook Zwarte Maandag, ondanks de kortstondige winst die is geboekt, een uitdrukking van onvermogen.