Wijn moet tegenwoordig bijzonder zijn

Dit jaar gaat de Wijnspecial over onbekende druiven, streken en maakmethoden.

Foto Arjan Benning, Productie en styling Polina Gladkova / NRC

Mijn vader dronk bier. Mijn moeder Coebergh-bessenjenever met ijs en 7-Up. Die optelsom heeft mij een wijndrinker gemaakt. Omdat je op je zeventiende nu eenmaal precies het tegenovergestelde van je ouders doet, ging ik aan de Pinard.

Generatiegenoten van mij (anno 1956) kennen die liter-pakken waarmee Albert Heijn Nederland aan het wijn drinken heeft gekregen misschien nog wel. Het spul werd in grote hoeveelheden voor onze tienerfeestjes – want goedkoop – ingeslagen. Vervolgens namen wij, druipkaarsen aan en stinkende Afghaanse jassen in de gang, nog even de wereld door.

Met Pinard ontdeed Appie wijn van zijn luxe status en bombarie. Bovendien werd keuzestress voorkomen: het was er in wit, rood en – doe eens gek – rosé.

Het is niet ondenkbaar dat mede door de bredere verkrijgbaarheid de wijnverkoop in Nederland destijds zijn eerste grote impuls kreeg: de consumptie steeg van 8,89 liter per hoofd van de bevolking in 1973 naar 10,37 liter per hoofd een jaar later. Sterker nog, er werd meteen een record gevestigd. Een jaarlijkse groei van bijna anderhalve liter is sindsdien nooit meer voorgekomen.

Foto Arjan Benning, Productie en styling Polina Gladkova / NRC

Foto Arjan Benning, Productie en styling Polina Gladkova / NRC

Duidelijk is dat we rond die tijd de smaak te pakken hebben gekregen. En tot 2012 zijn we ook gestaag meer gaan drinken. Dat was ook het jaar waarin we onze wijnconsumptiepiek bereikten: 21,8 liter. Pas de laatste paar jaar is er sprake van enige eb. Thans doen we nipt meer dan 20 liter.

De gewoonste zaak van de wereld

Ondertussen is wijn voor ons de gewoonste zaak van de wereld geworden. Het is op het lijstje van noodzakelijke boodschappen beland. We hebben ontdekt dat het prima smaakt bij ons eten. En er is geen supermarkt meer die het niet in het assortiment heeft.

En waar in de beginjaren voornamelijk Frankrijk, en in mindere mate Italië en Spanje, de dienst uitmaakten in het schap, hebben deze traditionele wijnlanden moeten inschikken voor nieuwkomers. Inmiddels is Zuid-Afrika hier het tweede wijnland na Frankrijk. En Chili staat op drie. Sommige grotere supermarktfilialen voorzien in een aanbod van achthonderd verschillende soorten. En onder andere Albert Heijn, Jumbo en Plus hebben van wijn een destination group gemaakt: wijn is een product waarmee je je kunt onderscheiden ten opzichte van de concurrent. En de belangen zijn groot: ruim driekwart van alle wijn voor thuisverbruik wordt in de supermarkt gekocht.

Foto Arjan Benning, Productie en styling Polina Gladkova

Foto Arjan Benning, Productie en styling Polina Gladkova

Net de koffiemarkt

Het verschil ook daadwerkelijk maken, is een steeds grotere uitdaging aan het worden voor de inkopers. Eerst was het voldoende om als supermarkt rood, wit en rosé te hebben, tegenwoordig verlangt de wijndrinker tenminste chardonnay, sauvignon blanc, cabernet sauvignon, merlot en syrah. Maar nu wijn voor een grote groep zo vanzelfsprekend is geworden, groeit ook het aantal liefhebbers dat wel eens wat anders wil. Die toont zich soms wat merlot-moe.

Wat dat betreft zijn er overeenkomsten met de koffie- en de biermarkt. Eerst was de koffiedrinker volstrekt tevreden met Douwe Egberts Roodmerk en Van Nelle Supra. En vormde de grootste opwinding of deze als bonen of gemalen werden gekocht. Nu kan er gekozen worden uit vele merken, soorten en bereidingsmogelijkheden. En ook het bierschap beleeft een extreme make-over. Eerst nog louter het domein van Heineken, Amstel, Grolsch en Bavaria. En voor de mensen die wel eens een boek lazen, was er Brand. Thans schuimt het schap van de speciaal-bieren, al dan niet afkomstig van plaatselijke micro-brouwerijen. Opvallend is dat juist bier er debet aan is dat men minder wijn is gaan drinken.

Maar wel betere wijn. En onalledaagsere.

Foto Arjan Benning, Productie en styling Polina Gladkova / NRC

Foto Arjan Benning, Productie en styling Polina Gladkova / NRC

We betalen meer voor wijn

Uit een rapport van de Rabobank van eind vorig jaar blijkt dat we meer per fles zijn gaan uitgeven. Daarmee komen ook de voorspellingen uit van International Wine and Spirits Research. Volgens dit bureau zou in Nederland van 2011 tot 2016 de verkoop van wijnen boven de acht euro met 16,5 procent stijgen. Nu betreft het hier het hogere echelon. De kassa-aanslag in de supermarkt voor een fles wijn bedraagt zelden meer dan vijf euro. Maar toch gaat ook daar de gemiddelde besteding omhoog. De meest recente Nielsen-cijfers laten een stijging van twee procent zien.

En wat hebben de supermarkten dan tegenwoordig zoal te bieden om de onalledaagse wijndrinker te behagen? Op mijn proeftafel belandden onder andere kékfrankos, godello, pecorino, pineau d’aunis en sankt-laurent. Ik maakte kennis met Italiaanse wijnen onder een label Oeroude Druivenrassen. Er waren wijnen uit Famatina Valley, Voor-Paardeberg en Eger.

Een en ander is illustratief voor het feit dat het niveau van het wijndrinken in Nederland op een hoger plan aan het komen is. En al zijn we dan niet meer gaan drinken, we zijn wel meer gaan genieten.

Hoe dan ook, reden om eens een fijn glas in te schenken. Ik heb toevallig nog een prachtige fles rood uit het Georgische Kakhetië openstaan. Gemaakt van de saperavidruif.

U weet wel.